EU-beleid op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding

Beroepsonderwijs en -opleiding is essentieel om mensen een leven lang de kennis, knowhow, vaardigheden en/of competenties bij te brengen die zij voor hun beroep, of meer in het algemeen op de arbeidsmarkt, nodig hebben.

Wat is beroepsonderwijs en -opleiding?

Beroepsonderwijs en -opleiding is essentieel om mensen een leven lang de kennis, knowhow, vaardigheden en/of competenties bij te brengen die zij voor hun beroep, of meer in het algemeen op de arbeidsmarkt, nodig hebben. Het beantwoordt aan de behoeften van de economie, maar stimuleert ook de persoonlijke ontwikkeling en een actief burgerschap. Het draagt bij tot de prestaties van ondernemingen, het concurrentievermogen, onderzoek en innovatie en staat centraal in het werkgelegenheids- en sociaal beleid.

Beroepsonderwijs en -opleiding wordt in Europa aangeboden door een goed ontwikkeld netwerk van onderwijsinstellingen. De sociale partners (werkgevers, vakbonden) worden via verschillende organen (kamers, comités, raden, enz.) betrokken bij het bestuur hiervan. Er zijn twee categorieën beroepsonderwijs en -opleiding: initieel en voortgezet.

  1. Initieel: gewoonlijk op middelbaar niveau, als laatste stap voor het beroepsleven. Het onderwijs of de opleiding vindt plaats in een schoolomgeving (meestal klassikaal) of in een setting die zo veel mogelijk lijkt op een werkplek om echte ervaring op te doen (in scholen, opleidingscentra of bedrijven, met leerlingstelsels als het meest typische voorbeeld). Dit hangt sterk af van het onderwijs- en opleidingsstelsel in elk land, maar ook van de structuur van de economie.
  2. Voortgezet: aansluitend op het initieel onderwijs/de initiële opleiding, of later in de carrière. Mensen volgen zulke bij- en nascholing om hun kennis en/of vaardigheden te verbeteren of uit te breiden, om hun carrière een nieuwe wending te geven, of om zich persoonlijk en professioneel te blijven ontwikkelen. Bij- en nascholing vindt meestal plaats op de werkplek.

Gemiddeld volgt 50% van de 15-19-jarige Europeanen initieel beroepsonderwijs (op middelbaar niveau). Achter dit EU-gemiddelde gaan echter aanzienlijke geografische verschillen schuil, gaande van een participatie van minder dan 15% tot meer dan 70% (zie onder).

EU-prioriteiten voor beroepsonderwijs en -opleiding (2015-2020)

De Europese samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding (in 2002 in Kopenhagen van start gegaan) is verder versterkt door het Communiqué van Brugge van 2010 en de conclusies van Riga van 2015, waar de EU, de kandidaat-lidstaten, de landen van de Europese Economische Ruimte, de sociale partners van de EU, de Europese Commissie en Europese aanbieders van beroepsonderwijs en -opleidingen een akkoord hebben bereikt over een reeks doelstellingen voor de periode 2015-2020:

  1. leren op de werkplek in al zijn vormen bevorderen, met speciale aandacht voor leerlingplaatsen, in samenwerking met sociale partners, bedrijven, kamers van koophandel en aanbieders van beroepsonderwijs en -opleidingen, en door innovatie en ondernemerschap te stimuleren
  2. kwaliteitsborgingsmechanismen in beroepsonderwijs en -opleiding ontwikkelen in overeenstemming met de aanbeveling voor het Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in het kader van EQAVET (zie hieronder) en zorgen voor permanente feedback naar het beroepsonderwijs en de beroepsopleidingen op basis van leerresultaten
  3. beroepsonderwijs, -opleiding en -kwalificaties voor iedereen toegankelijker maken door flexibeler en opener systemen, met name door efficiënte en geïntegreerde begeleidingsdiensten aan te bieden en niet-formeel en informeel leren te valideren
  4. sleutelcompetenties in de curricula van beroepsonderwijs en -opleiding verder versterken en efficiëntere mogelijkheden bieden om die vaardigheden door initieel of voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding te verwerven en te ontwikkelen
  5. een systematische aanpak van en mogelijkheden voor initiële en voortgezette beroepsontwikkeling invoeren ten behoeve van leerkrachten, opleiders en mentoren, zowel voor schools als werkend leren.

De werkzaamheden van de Commissie op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding worden ondersteund door twee agentschappen:

  • Het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) helpt bij de ontwikkeling van Europees beleid op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding. Het centrum ondersteunt dit beleid met onderzoek, analyses en informatie over stelsels, beleid en praktijk inzake beroepsonderwijs en -opleiding, vaardigheden en behoeften in de EU.
  • De Europese Stichting voor opleiding (ETF) draagt in het kader van het externe beleid van de EU bij tot de ontwikkeling van menselijk kapitaal. Dit omvat alles wat bijdraagt aan de permanente ontwikkeling van vaardigheden en competenties van individuen door betere beroepsonderwijs- en -opleidingsstelsels.

Wat gebeurt er op EU-niveau voor beroepsonderwijs en -opleiding?

  • De jaarlijkse Europese Week van beroepsvaardigheden, die in 2016 van start ging, is een Europese campagne met als doel de aantrekkelijkheid en het imago van beroepsonderwijs en -opleiding te verbeteren.
  • De in 2013 opgerichte Europese Alliantie voor leerlingplaatsen heeft de EU-lidstaten, de Europese Vrijhandelsassociatie, de kandidaat-lidstaten van de EU en meer dan 230 belanghebbenden gemobiliseerd om het aanbod, de kwaliteit en het imago van leerlingplaatsen te verbeteren. Onlangs is de mobiliteit van leerlingen toegevoegd aan de doelstellingen van deze alliantie.
  • Het Europees leerlingennetwerk werd in 2017 opgericht om ervoor te zorgen dat de stem van jonge leerlingen wordt gehoord in discussies over beroepsonderwijs en -opleiding en stages.
  • De ET2020-werkgroep inzake beroepsonderwijs en -opleiding helpt beleidsmakers en andere belanghebbenden bij het ontwerpen van beleid en praktijken om leerkrachten en opleiders in staat te stellen hun volledige potentieel te bereiken en bij te dragen aan de verbetering van het leerlingstelsel en leren op de werkplek.
  • De Interagency Group on Technical and Vocational Education and Training (IAG-TVET), geleid door UNESCO, zorgt voor de coördinatie van activiteiten tussen belangrijke internationale organisaties — waaronder de Europese Commissie — die betrokken zijn bij beleid, programma’s en onderzoek inzake technisch en beroepsonderwijs en -opleiding.

Financieringsinstrumenten voor beroepsonderwijs en -opleiding

  • Het Erasmus+-programma beschikt over een (voorlopig) totaalbudget van bijna 14,8 miljard euro voor 2014-2020. Van dit bedrag is in deze periode bijna 3 miljard euro bestemd voor beroepsonderwijs en -opleiding. Elk jaar profiteren ongeveer 130.000 leerlingen en 20.000 personeelsleden uit het beroepsonderwijs van de mogelijkheden die Erasmus+ biedt. Daarnaast worden per jaar bijna 500 projecten uit het beroepsonderwijs gefinancierd in het kader van de strategische partnerschappen van Erasmus+. Het programma financiert ook andere activiteiten, zoals allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden (met inbegrip van de sectorale blauwdruk).
  • Het Europees Sociaal Fonds (ESF) is een belangrijke financiële hefboom voor beroepsonderwijs en -opleiding. Van 2014 tot 2020 heeft het ESF een thematische doelstelling waarbij een aanzienlijk budget wordt toegekend aan acties ter ondersteuning van beroepsonderwijs en -opleiding. Bijna 15 miljard euro werd uitgetrokken voor, onder andere, het verbeteren van gelijke toegang tot een leven lang leren en het bevorderen van flexibele trajecten, alsook het verbeteren van de arbeidsmarktrelevantie van de onderwijs- en opleidingsstelsels.