Voorstel voor een aanbeveling van de Raad over de automatische wederzijdse erkenning van diploma's en leerperiodes in het buitenland

De Raad wil er zo voor zorgen dat de leerervaring die een student, stagiair of leerling in een ander EU-land heeft opgedaan automatisch wordt erkend met het oog op een vervolgopleiding.

Erkenning van leerervaringen in het buitenland

In het voorjaar van 2018 kwam de Europese Commissie met een voorstel voor een aanbeveling van de Raad over de bevordering van de automatische wederzijdse erkenning van diploma's hoger onderwijs en hoger middelbaar onderwijs en van resultaten van leerperioden in het buitenland. Die aanbeveling is in november 2018 door de Raad goedgekeurd.

Het verbeteren van de procedures voor de wederzijdse erkenning van studieresultaten in EU-landen is onmisbaar om in 2025 tot een Europese onderwijsruimte te komen. 

Studeren in het buitenland brengt vaardigheden en ervaringen bij die cruciaal zijn voor een actieve deelname aan de samenleving en de arbeidsmarkt. Bij de recente tussentijdse evaluatie van het Erasmus+-programma bleek namelijk dat zo'n ervaring een positieve invloed heeft op het zelfvertrouwen, de onafhankelijkheid, de sociale integratie en het besef van een Europese identiteit.

Onderwijs en werk globaliseren en daarom is het essentieel dat studenten alle leerkansen in de EU zo goed mogelijk benutten. Uit een raadpleging van betrokkenen eerder dit jaar bleek dat er een breed draagvlak bestaat voor EU-maatregelen op dit gebied. Ze bevestigden dat de erkenning vaak traag verloopt en afhankelijk is van de goede wil van afzonderlijke instellingen. Bovendien ontbreekt het aan transparantie en zijn er soms extra kosten aan verbonden.

Vooral op het niveau van het hoger middelbaar onderwijs varieert de erkenning van diploma's en leerperiodes in het buitenland sterk van land tot land. Jongeren die in het middelbaar onderwijs voor langere tijd in het buitenland willen gaan studeren, of in een ander EU-land hoger onderwijs willen gaan volgen, hebben vaak te weinig informatie en zekerheid over de erkenning van hun diploma's en competenties.

Aanbeveling van de Raad

In de aanbeveling van de Raad worden de lidstaten verzocht maatregelen te treffen om uiterlijk in 2025 automatische erkenning in te voeren. Dat moet samengaan met acties om het wederzijds vertrouwen in de nationale onderwijsstelsels te vergroten en de EU-landen te helpen elkaars diploma's te erkennen om leren in het buitenland makkelijker te maken.

Voor het hoger onderwijs bouwt de aanbeveling voort op de resultaten van andere fora, met name het Bologna-proces en de Erkenningsovereenkomst van Lissabon, en van multilaterale akkoorden tussen diverse EU-landen, zoals het Beneluxbesluit over de automatische erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs uit januari 2018.

De Raad beveelt ook het gebruik van bestaande tools aan, zoals Europass, het Europees kwalificatiekader, het Europees studiepuntenoverdrachtsysteem (ECTS), het diplomasupplement en het Europees studiepuntensysteem voor beroepsonderwijs en -opleiding.

Voor het hoger middelbaar onderwijs mikt de aanbeveling op een vlottere erkenning van diploma's die toegang geven tot hoger onderwijs, inclusief diploma’s van beroepsonderwijs en opleidingen. Bovendien moeten de resultaten van een leerperiode in het buitenland bij vervolgopleidingen worden meegerekend.