Een Europese aanpak voor microcredentials

Microcredentials bieden flexibelere en modulaire leermogelijkheden. Een Europese aanpak zorgt voor ruimere leermogelijkheden en een grote rol van instellingen voor hoger onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding bij een leven lang leren.

Wat zijn microcredentials?

Een microcredential is een bewijs van de leerresultaten die een lerende heeft verworven met een korte, op transparante wijze getoetste leerervaring, d.w.z een korte, op zichzelf staande cursus (of module) die op locatie of online (of op beide manieren) wordt gevolgd. 

Flexibel leren

Microcredentials maken het onderwijs voor meer mensen toegankelijk vanwege het flexibele, kortetermijnkarakter ervan. Ze zijn er voor alle soorten lerenden, maar vooral voor mensen die:

  • hun kennis willen verbreden zonder een volledige opleiding te volgen
  • de kloof willen overbruggen tussen wat ze tijdens hun formele opleiding hebben geleerd en de vaardigheden die opkomende arbeidsmarkten van hen verlangen
  • zich willen bij- of omscholen

Grote voordelen

Microcredentials maken het onderwijs inclusiever: de flexibiliteit en het kortetermijnkarakter brengen het onderwijs binnen ieders bereik. Een ruimere toepassing van microcredentials bevordert de innovatie op onderwijsgebied en draagt bij tot duurzaam herstel na de pandemie.

De korte cursussen kunnen worden aangeboden door instellingen voor hoger en beroepsonderwijs, maar ook door allerlei particuliere organisaties zodat snel kan worden ingespeeld op de behoefte aan specifieke vaardigheden van de arbeidsmarkt. Dat is vooral relevant in de huidige economische crisis, die door de COVID-19-pandemie is veroorzaakt.

Waarom een Europese aanpak?

Microcredentials werden al in de op 1 juli 2020 gepubliceerde Europese vaardighedenagenda gepresenteerd als een van de twaalf belangrijkste initiatieven om de kwaliteit, transparantie en populariteit van onderwijs en opleiding in de EU te ondersteunen. Microcredentials werden in september 2020 opgenomen in de mededeling over de totstandbrenging van de Europese onderwijsruimte tegen 2025 om de nadruk te leggen op de sleutelrol van het hoger onderwijs bij een leven lang leren en het bereiken van een meer diverse groep lerenden. Ze werden ook opgenomen in het actieplan voor digitaal onderwijs van september 2020.

Commissievoorzitter Von der Leyen heeft verklaard dat zij de "belemmeringen op het gebied van onderwijs wil wegnemen en de toegang tot hoogwaardig onderwijs wil verbeteren", een vereiste voor een leven lang leren.

Een Europese aanpak is op zijn plaats omdat:

  • de Europese arbeidsmarkten snel veranderen, met name onder invloed van de COVID-19-pandemie, de digitale en de milieutransitie, en er in alle fasen van het leven en in alle disciplines en sectoren behoefte is aan flexibelere leermogelijkheden
  • zo'n aanpak de leermogelijkheden flink kan verruimen en de dimensie van een leven lang leren in het hoger onderwijs verder vorm kan geven, dankzij flexibelere vormen van onderwijs en opleiding waarbij de lerende centraal staat
  • een bredere toepassing van microcredentials de sociale, economische en pedagogische innovatie ten goede komt
  • die de mogelijkheden tot flexibel en modulair leren in heel Europa op vergelijkbare wijze verruimt en tegelijkertijd de afgesproken kwaliteitsnormen garandeert, waardoor lerenden ook makkelijker erkenning krijgen voor dit soort cursussen

Vervolgstappen

In het voorjaar van 2020 heeft de Europese Commissie een ad-hocadviesgroep belast met de taak om een voorstel te doen voor een gemeenschappelijke definitie en aanbevelingen voor een Europese aanpak van de ontwikkeling en toepassing van microcredentials in Europa. De groep bestond uit hogeronderwijsdeskundigen uit verschillende Europese landen die werkzaam waren bij nationale autoriteiten, kwaliteitsborgingsinstanties, instellingen voor hoger onderwijs en andere relevante belanghebbenden uit het hoger onderwijs. Tussen 26 mei en 17 september 2020 zijn er drie virtuele vergaderingen gehouden, waarvoor ook gastsprekers werden uitgenodigd om hun kennis en ervaringen met de leden van de groep te delen. De groep heeft inmiddels een voorstel gedaan voor een gemeenschappelijke Europese definitie, gemeenschappelijke kenmerken en een actieplan.

Het actieplan definieert de op Europees en nationaal niveau noodzakelijke acties en een tijdschema daarvoor om een Europese aanpak voor microcredentials te ontwikkelen en uit te voeren.

De voorgestelde acties zijn voornamelijk gericht op het hoger onderwijs, zoals het mandaat van de groep ook voorschreef, maar houden ook rekening met andere onderwijs- en opleidingsgebieden.

Het actieplan concentreert zich op de volgende acties:

  • ontwikkelen van gemeenschappelijke Europese normen voor kwaliteit en transparantie in overleg met alle betrokkenen (onderwijs- en opleidingsgemeenschap, arbeidsmarkt, sociale partners, jongerenorganisaties, maatschappelijk middenveld, kamers van koophandel, werkgevers in alle EU-landen en landen van de Europese ruimte voor hoger onderwijs)
  • nagaan of ze in nationale kwalificatiekaders kunnen worden opgenomen, eventueel onder verwijzing naar het Europees kwalificatiekader
  • opstellen van een lijst van vertrouwde aanbieders en bevorderen van kwaliteitsborgingsprocessen
  • nagaan hoe het Europees studiepuntensysteem (ECTS) in dit verband ook buiten het hoger onderwijs kan worden gebruikt
  • werken aan richtsnoeren voor een snellere erkenning door bestaande validerings- en erkenningsinstrumenten aan te passen of nieuwe instrumenten te ontwikkelen
  • ervoor zorgen dat lerenden hun microcredentials makkelijker kunnen bewaren en aan werkgevers kunnen presenteren met behulp van Europass, de Digital Credentials Infrastructure en de Europese studentenpas
  • hiermee de mogelijkheden voor een leven lang leren verbeteren door te zorgen voor een betere doorstroming tussen verschillende onderwijs- en opleidingssectoren en voor een geïnformeerde keuze van lerenden dankzij uitgebreidere begeleidingsdiensten op basis van realtimegegevens over de arbeidsmarkt
  • EU-steun verlenen aan instellingen voor hoger onderwijs, beroepsonderwijs- en opleiding en andere aanbieders van onderwijs via het Erasmus+-programma en de structuurfondsen om het gebruik van microcredentials te bevorderen

De resultaten zullen worden meegenomen in het bredere overleg over alle onderwijs- en opleidingssectoren om tegen eind 2021 een aanbeveling van de Raad over microcredentials voor een leven lang leren en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt op te stellen.