Speech Benelux-Europa prijs

 

Allereerst dank, Ton Rombouts, voor dit vriendelijke welkomstwoord. Dank aan prof. dr. Anton van der Geld en prins Charles-Louis de Merode voor uw laudatio. Dank ook aan het Benelux Universitair Centrum, voor het toekennen van deze prijs. Ik zie veel vrienden en bekenden in de zaal vandaag. Het is goed dat jullie er zijn.

 

Ik zal zo iets zeggen over het belang van de Benelux voor Europa. Maar voordat ik dat doe is er nog iemand die ik moet noemen. Een voormalig burger van deze prachtige stad, een groot Bosschenaar en een groot kunstenaar.

Ik heb het natuurlijk over Jeroen Bosch. Er kwamen meer dan 400.000 mensen naar de expositie van zijn werk hier in Den Bosch kijken. Waaronder, om bij het onderwerp van vandaag te blijven, ook veel Belgen. Of er ook veel Luxemburgers waren, kan ik helaas niet zeggen. Maar wel dat in Madrid de Bosch-tentoonstelling in het Prado tot nu toe 600.000 bezoekers heeft getrokken. Wat fascineert mensen uit heel Europa zo aan Bosch?

 

Tijdgenoten herkenden in zijn stichtelijke stripverhalen de apocalyptische visioenen uit de Bijbel. Uit het leven van alledag kenden ze de gruwelijke scènes van oorlog, dood en verderf. De paradijselijke lusthoven van Bosch beloofden ontsnapping aan dit pijnlijke, onzekere bestaan in een leven na de dood.

 

Als je nu in Brugge voor de triptiek van het Laatste Oordeel staat zie je meer dan een Bijbelverhaal. Je ziet Aleppo. Of Guernica, Rotterdam in mei 1940 of de gietijzeren poort van Auschwitz. We zien Aleppo iedere dag in onze woonkamers en op onze smartphones. Het telefoonscherm is onze triptiek geworden. Vandaag zou Jeroen Bosch misschien filmmaker zijn geweest, of auteur van fantasy-boeken. Wij verbeelden onze demonen met moderne middelen.  Game of Thrones is de Tuin der Lusten van onze tijd.

 

Ook het verlangen naar verlossing, het Elysisch verlangen naar een “betere plaats” is van alle tijden. Maar ook wij verlangen naar rust en houvast. We staan aan het begin – of misschien wel verre van dat – van de vierde industriële revolutie. Het “internet der dingen” versnelt innovatie en productie op een ongekende manier. Afstanden hebben nauwelijks nog betekenis: Aleppo ligt nu dichter bij Den Bosch, dan Rosmalen in de tijd van Jeroen Bosch. Globalisering is niet te stoppen. Het relatieve belang van Europa in de wereld zal afnemen, China en India zijn in opkomst. Alle instituties zijn onderhevig aan fundamentele – en misschien wel existentiële – verandering.

 

Daarbovenop kampt Europa met de ene na andere crisis: de bankencrisis, de economische crisis, conflicten in Oekraïne en Syrië, de Griekse crisis, de terroristen-crisis. En toen kwam de migratiecrisis er nog overheen, nu weer gevolgd door Brexit.

 

Het is geen wonder dat mensen grip willen op hun leven. Ze willen hun toekomst stevig in handen hebben, en niet dat het wegglipt als een stuk natte zeep uit de hand. Politieke valsemunters spelen in op dit gevoel. De slogans van het Britse Leave-kamp waren Let’s take back control, en I want my country back.  “Nederland terugveroveren” is de Vaderlandse variant hierop. Nederland weer groot maken, kennelijk. Is Nederland dan niet groot? Ik vind van wel.

 

Politieke valsemunters projecteren dit verlangen naar rust op een mythisch verleden. Een verleden met een perfecte maatschappelijke harmonie die nooit heeft bestaan, een culturele eenvormigheid die er nooit is geweest.

 

Dat is politieke wonderolie. Een toekomst gebaseerd op een verleden dat niet heeft bestaan, zal nooit werkelijkheid worden. En hier is de paradox van de geschiedenis: we kunnen alleen goede burgers zijn als we onze geschiedenis kennen. De paradox is dat deze valsemunters de geschiedenis, de voorstelling van de geschiedenis alleen maar geloofwaardig aan de man kunnen brengen omdat ze weten dat we de geschiedenis niet kennen. Want als je de geschiedenis zou kennen dan zou je wel beter weten. En daarbovenop, ik geloof heel sterk in de stelling van de Russische filosoof Alexander Herzen uit de 19e eeuw, die zei, 'Geschiedenis heeft geen libretto'. Dus je hoeft er niet van uit te gaan dat de geschiedenis een vooropgesteld plan heeft of een route heeft. De valsemunters willen een verleden projecteren dat fantastisch is om de toekomst te kunnen voorspellen. We moeten ook niet vallen voor het omgekeerde, door te denken dat de geschiedenis een lineaire ontwikkeling is naar een betere wereld, wat ook niet waar is. 'De geschiedenis heeft geen libretto', zei Alexander Herzen, wat hij hiermee wil zeggen is dat menselijk handelen is wat alleen maar wat onze geschiedenis mag bepalen, niet een vooropgezet plan. Dus vandaar dat ik al sinds mijn aantreden bij de Europese Commissie zeg, 'Het is niet gezegd dat het Europese project deze tijd overleeft, het overleeft alleen als mensen er zich voor in willen zetten. Als we denken dat het vanzelfsprekend is, gaat het kapot.' Wie zich opsluit in nationale oplossingen loopt vast, die kan hooguit achteruitgang vertragen maar nooit de toekomst omarmen.

Klimaatverandering houd je niet tegen door in je eentje nóg hogere dijken te bouwen. Terroristen houd je niet tegen, alleen met grenscontroles. De migratiecrisis gaat niet weg, hoeveel hekken je ook bouwt en hoe hoog die ook zijn. Mensen komen niet omdat we open grenzen hebben, maar omdat er daar oorlog is en hier vrede. En omdat ze arm zijn en wij rijk. Dus het is veel beter die mensen te helpen zichzelf te ontwikkelen dan om te denken dat we ze met hekken buiten de deur kunnen houden.

 

Een ander fenomeen moet ik ook vermelden vandaag. In een democratie wint de meerderheid, dat is de regel, en terecht. Maar de meerderheid van vandaag is de minderheid van morgen. Een andere, even belangrijke regel is daarom dan ook dat de meerderheid goed rekening houdt met de minderheid. Thucydides, in de Griekse oudheid, zei al, 'democratie is meer respect van de meerderheid voor de minderheid dan het feit dat de meerderheid bij meerderheid beslist en de wil oplegt aan de minderheid'. Want dat is de tirannie van de meerderheid en geen democratie. Soms is er zelfs de meerderheid die – als ze de meerderheid behalen bij een referendum, bijvoorbeeld – dan meteen zeggen dat dat de wens van het volk is en dat iedereen die het niet met de wil van het volk eens is zijn mond moet houden. Waarom eigenlijk? Als er een minderheid is, dan mag die toch ook wat zeggen. 48% van de Britse kiezers, die liever in de Europese Unie wilden blijven, zijn toch niet opeens onmondig verklaard vanwege de uitspraak van het referendum? Terwijl ze aan de andere kant de uitslag respecteren, dat is democratie. Maar ze hebben ook recht op respect voor hun opvatting van de meerderheid is mijn overtuiging. Soms is er zelfs een meerderheid die verliest als je puur naar de stemmen kijkt, kijk naar de verkiezingen in de Verenigde Staten. De popular vote ging naar Hillary Clinton maar uiteindelijk, door de vorm van de verkiezingen, de overwinning naar Donald Trump. Die overigens meteen toegeeft te hebben verloren, zonder restricties. Maar in al deze gevallen moeten we er voorzichtig mee omgaan, met de democratie, om recht te doen aan de overwinnaars en de verliezers niet te isoleren maar juist mee te nemen. Want als de verliezers van vandaag zien dat als zij verliezen, zij helemaal worden weggedrukt, dan zullen zij in een poging de overwinnaars van morgen te zijn de democratie niet als een bondgenoot maar als een vijand gaan zien. En dus het gedrag van de ander kopiëren op het moment dat ze aan de macht komen, namelijk; ze willen de macht hebben en niet in een democratie regeren want, 'anders word ik straks weer klein en word ik onderdrukt.' Het is een vicieuze cirkel als we daaraan toegeven. De democratie moet er voor iedereen zijn, altijd en overal.

 

Daarom staat er tegenover de illusiepolitiek van de valsemunters ook de politiek als kunst van het mogelijke. Dat is wat de Benelux laat zien; verschillende landen, verschillende culturen, kunnen heel goed samen problemen aanpakken – ook als we het niet met elkaar eens zijn. Tolerantie en samenleven is niet het met elkaar eens zijn, tolerantie is juist accepteren dat je van elkaar verschilt en van mening verschilt. Die acceptatie is wat de democratie laat werken.

 

Ik heb eens in de herfstvakantie een fietstocht langs de grens gemaakt, van Limburg tot Zeeland, om allerlei mensen te spreken aan de grens. Concrete problemen spelen daar. Als je vlak over de grens naar school gaat, dan wil je zeker weten dat je diploma overal geldig is. Als je er gaat werken, wil je wijs kunnen worden uit het woud van sociale en fiscale regels. En als je een hartaanval krijgt, kan het je niet schelen waar de ambulance vandaan komt als die je maar op tijd naar het ziekenhuis krijgt, waar dat ziekenhuis ook mag staan.

Concrete voorbeelden, waar duizenden mensen dagelijks mee te maken hebben. Waar de Benelux aan werkt en ook resultaat boekt.

 

Maar ook gaat het in Benelux-verband om de grote vragen, waar staat Europa nu als geheel voor? Hoe gaan we om met onzekerheden rond de energiemarkt, als de gasproductie in Nederland afneemt? Hoe stimuleren we duurzame energie? Hoe pakken we problemen op het gebied van veiligheid aan?

 

Weet u, Europa bestaat uit twee soorten lidstaten; uit landen die klein zijn; en uit landen die nog niet weten dat ze klein zijn. De Benelux-landen snapten al tijdens de Tweede Wereldoorlog hoe klein ze waren en dat ze elkaar nodig zouden hebben voor wederopbouw. Dat was geen transactie, financieel of economisch, dat niet, 'We moeten dit doen want dan worden we economisch beter.' Nee, we moeten dit doen want we moeten ons land opbouwen en dat doen we op basis van waarden, waarden die zeggen dat je van je buren geen vijand moet maken. Maar misschien wel concurrenten, dat mag, of lotgenoten, nog beter, maar je moet samen dingen aanpakken.

 

Toen ik in Nederland minister was zag ik dat als we samen optrokken, dat we sterker stonden. Tijdens een crisis over Syrië hielp het enorm dat onze Benelux-partner Luxemburg in de VN Veiligheidsraad zat. Ik heb bijna dagelijks Jean Asselborn gebeld of ge-sms't  om te vragen hoe dingen ervoor stonden, of zij ons konden informeren. Dat werkte fantastisch. Ik kon hem ook voorstellen doen, die voor Nederland belangrijk waren. En al is Luxemburg wellicht niet groot is , Luxemburg is belangrijk voor Nederland en andersom. Dat is samenwerking.

 

Ik kon ook zien dat als de Benelux-landen samen een standpunt innamen, dat vaak een “zwaan-kleef-aan effect” had op andere lidstaten. Want als Nederland iets doet dan zijn de Britten vaak in de buurt, de Duitsers ook. Als België en Luxemburg iets doen dan zal er ergens echt wel een evenwicht tussen Duitsland en Frankrijk in zitten en zo krijg je een “zwaan-kleef-aan effect”. Samen grote stappen maken. Stappen die veel groter zijn dan die je kan maken als je dat alleen doet.

 

Ecodesign bijvoorbeeld, wasmachines en televisies leveren nu enorme energiebesparingen, al 500 euro, op omdat je voorschrijft dat apparaten energiezuinig moeten zijn. En dan zeg je, 'Moet de Europese Unie dat voortzetten?'. Ja, in de EU hebben we de interne markt, je wil overal het zelfde apparaat kunnen kopen, je wil niet in verwarring worden gebracht door de producent.  

 

Neem het klimaatakkoord, dat was er niet gekomen zonder de Europese Unie en zeker niet zonder de inzet van onze Spaanse college Miguel Cañete. Persoonlijke inzet die echt dat klimaatakkoord mogelijk heeft gemaakt samen met de Fransen. En kijk naar hoe Margrethe Vestager en Pierre Moscovici de oneigenlijke belastingafspraken met multinationals aanpakken.Samen kunnen wij beter. Samen zijn wij in staat met enorme economische macht, ik noem maar wat,  een Apple of Starbucks te weerstaan. Alleen niet.

 

Nu ook een woord van waardering voor het feit dat onder leiding van Marianne Thyssen, onder volledige steun van Jean-Claude Juncker, we werken aan een sociaal Europa dat niet alleen een voetnoot is bij de economische en militaire unie maar dat daar een integraal onderdeel van moet uitmaken. Zodat sociale zaken niet ondergeschikt worden aan de economische en militaire unie. Als eerste stap nu, urgent het feit, waarvan je denkt, 'Hoe is het mogelijk dat we überhaupt het moeten regelen', dat mensen die het zelfde werk doen op de zelfde plek in de Europese Unie ook het zelfde betaald worden. Daar zet Marianne Thyssen zich voor in, daar zet ze zich voor in met passie en ook als er tegenwind is. Zij gaat naar Polen, waar men dat niet wil, om gewoon daar uit te leggen waarom we het doen. Dat is ook democratie; tegenwind weerstaan.

 

Alleen samen krijg je problemen onder controle, de problemen zijn te groot om alleen aan te pakken. En dit brengt mij weer bij de Benelux. We zijn het niet altijd eens, en qua cultuur en traditie is onze aanvliegroute soms anders.  Maar als we het wél eens worden en een voorstel doen, hebben we een kritische massa die geloofwaardig is en niet genegeerd kan worden.

 

De Benelux was voorloper en voorbeeld van de Europese Unie. Volgens de Groningse Econoom Hartog zou er zonder de Benelux geen Europese Economische Gemeenschap zijn geweest. Dat denk ik ook niet. Omdat de gedachte aan een economische Europese Unie pas kwam toen het op veiligheidspolitiek mislukte. Dus het is eigenlijk een alternatieve keuze waarbij de Benelux een grote inspirator was. En ook in de tijd. Ook nu in een tijd van ontrafeling kan de Benelux weer een voorbeeld zijn.

Als je zoals de politieke wonderdokters het paradijs belooft, en het komt er vervolgens niet, is de teleurstelling des te groter. Dat zagen we al op de dag van de uitslag van het Britse referendum. Nu komen we op mijn meest uitdagende punt, en hier sluit ik mee af. Wat je ziet is dat er zo veel wordt beloofd, en vervolgens blijkt dat men het niet kan leveren. En de essentie van populistische politiek is dat je daarvoor nooit de verantwoordelijkheid accepteert maar altijd gaat zoeken naar een zondebok die je daar de schuld van kunt geven. Dat is in de Europese geschiedenis altijd zo gebeurd, met dramatische gevolgen want wij zijn een continent van minderheden. En iedereen die ergens een meerderheid is zal ergens anders een minderheid vormen, dat is een besef dat ten grondslag ligt van onze vorm van samenleving. Dat is wat we geleerd hebben uit de godsdienstoorlogen uit ons verleden.   Elkaar de ruimte bieden, maar elkaar ook beter begrijpen.

 

Dus we moeten niet in de valkuil vallen dat er zoiets is als het volk alleen maar omdat er toevallig een meerderheid is die een bepaalde kant op wil. De democratie is gebaat bij diversiteit, bij dialoog, bij begrip. Je tegenstander is niet je vijand, en dat is wat ik tegen nationalisten heb, dat zij niet om kunnen gaan met een tegenstander en van iedere tegenstander een vijand maken. Met je tegenstander praat je, met een vijand, daar luister je niet naar. Met onze vorm van samenleving is luisteren en praten met elkaar de enige manier om samen te kunnen leven.

 

Dank u zeer.