Klimaat

Vermindering van de emissies van de scheepvaartsector

Beleid

De uitstoot van broeikasgassen door de internationale scheepvaart is groot en neemt nog met de dag toe. Samen met andere landen probeert de EU hier iets aan te doen. Een van de maatregelen is dat er in de hele EU gegevens over de uitstoot van deze sector worden verzameld.

De haven van Oakland, Californië, VS © Digital Vision/Digital Vision/Digital Vision

Door de scheepvaart komt er jaarlijks ongeveer 940 miljoen ton CO2 in de atmosfeer. Dat is ongeveer 2,5% van de totale wereldwijde uitstoot volgens de derde studie van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) over de uitstoot van broeikasgassen.

Als er niet snel actie wordt ondernomen, zullen de emissies waarschijnlijk nog sterk toenemen. Volgens de derde IMO-studie over broeikasgasemissies zal de uitstoot van de scheepvaart in de periode tot 2050 bij ongewijzigd beleid namelijk met 50% tot 250% groeien en daarmee de doelstelling van de Overeenkomst van Parijs ondermijnen.

Toch kan de uitstoot van de scheepvaart vaak op kostenefficiënte wijze worden verlaagd. De besparingen die mogelijk zijn met allerhande technische en operationele maatregelen, zoals langzamer varen, weersafhankelijke routering, contraroterende schroeven en efficiëntieverhogende voorzieningen, zijn vaak groter dan de investeringskosten.

Natuurlijk zou een wereldwijde aanpak van de uitstoot van de internationale scheepvaart onder leiding van de IMO het meeste effect sorteren en dus de voorkeur verdienen. Maar de relatief trage vooruitgang binnen de IMO heeft de EU ertoe gebracht zelf in actie te komen.

EU-strategie

De uitstoot van de scheepvaart is verantwoordelijk voor ongeveer 13% van de totale broeikasgasemissies van de vervoerssector in de EU (2015).

In 2013 heeft de Commissie een strategie uitgestippeld om de uitstoot van broeikasgassen door de scheepvaart terug te dringen.

Het ging om een aanpak in drie stappen:

  • monitoring, rapportage en verificatie van de CO2-uitstoot van grote schepen die EU-havens aandoen
  • reductiedoelstellingen voor de uitstoot van broeikasgassen door de zeescheepvaart
  • andere maatregelen, waaronder marktgebaseerde maatregelen voor de middellange tot lange termijn

Maar het is voor de EU nog steeds essentieel dat de scheepvaart een bijdrage levert die te rijmen is met de temperatuurdoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs.

Bij de recente aanpassing van de EU-richtlijn inzake de handel in emissierechten (ETS) door Richtlijn (EU) 2018/410 werd benadrukt dat de scheepvaart net als alle andere sectoren van de economie zijn steentje moet bijdragen.

De richtlijn bepaalt ook dat de Commissie de vorderingen van de IMO regelmatig moet toetsen en dringt aan op maatregelen van de IMO of de EU ter beperking van de uitstoot van de scheepvaart vanaf 2023, waarbij de voorbereiding en raadpleging van belanghebbenden niet mogen worden vergeten.

Eerste stap: monitoring, rapportage en verificatie van de CO2-uitstoot

Vanaf 1 januari 2018 moeten grote schepen van meer dan 5 000 brutoton die vracht of passagiers vanuit of naar een haven in de Europese Economische Ruimte (EER) vervoeren, hun CO2-uitstoot en andere relevante informatie monitoren en rapporteren.

De monitoring, rapportage en verificatie (MRV) moeten gebeuren in overeenstemming met Verordening 2015/757 (als gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/2071).

Ook vier andere verordeningen zijn in dit verband van belang:

Voornaamste verplichtingen voor maatschappijen die onder de MRV-verordening vallen:

  • Monitoring: Vanaf 1 januari 2018 moeten de maatschappijen op basis een monitoringplan voor elk schip en elke reis onder meer de CO2-emissie, het brandstofverbruik, de afgelegde afstand, de op zee doorgebrachte tijd en de vervoerde vracht monitoren, en de jaargegevens in een emissieverslag bij een erkende MRV-verificateur indienen.
  • Emissieverslag: Vanaf 2019 moeten de maatschappijen uiterlijk op 30 april van elk jaar via THETIS MRV bij de Commissie en de vlaggenstaten een geverifieerd emissieverslag indienen voor elk schip dat in het afgelopen kalenderjaar maritieme vervoersactiviteiten in de Europese Economische Ruimte heeft verricht.
  • Conformiteitsdocument: Vanaf 2019 moeten de maatschappijen elk jaar uiterlijk op 30 juni ervoor zorgen dat al hun schepen die in het verstreken kalenderjaar maritieme vervoersactiviteiten hebben uitgevoerd en havens in de Europese Economische Ruimte aandoen, het door THETIS MRV afgegeven conformiteitsdocument aan boord hebben. De autoriteiten van de lidstaten controleren op de naleving van deze verplichting.

Wereldwijde maatregelen

IMO-gegevensverzamelingssysteem

Na de invoering van de MRV-verordening van de EU heeft ook de IMO een systeem voor gegevensverzameling opgezet.

Dit systeem verplicht de reders van grote schepen (meer dan 5 000 brutoton) die in de internationale scheepvaart actief zijn, om de vlaggenstaten informatie te verstrekken over het brandstofverbruik van hun schepen. De vlaggenstaten geven de geaggregeerde gegevens door aan de IMO, die hiervan jaarlijks een samenvatting maakt voor de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu van de IMO.

Het IMO-systeem is in maart 2018 in werking getreden en de verzameling van gegevens over het brandstofverbruik is begonnen op 1 januari 2019.

Daardoor moeten schepen die een haven in de EER aandoen, vanaf 2019 op grond van zowel de MRV-verordening als het IMO-systeem gegevens rapporteren.

Met artikel 22 van de MRV-verordening werd hier al rekening mee gehouden. Het artikel bepaalt namelijk dat de Commissie, mocht er een internationale overeenkomst over een wereldwijd MRV-systeem voor de uitstoot van schepen worden gesloten, zo nodig met voorstellen moet komen om de verordening in overeenstemming te brengen met die internationale overeenkomst.https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32015R0757

Daarom heeft de Europese Commissie in februari 2019 een voorstel gedaan om de EU-verordening aan te passen aan het wereldwijde systeem voor de verzameling van gegevens.

Eerste broeikasgasstrategie van de IMO

Na al het werk van de afgelopen jaren is er binnen de IMO in april 2018 overeenstemming bereikt over een eerste strategie ter beperking van de uitstoot van broeikasgassen.

In overeenstemming met de internationaal afgesproken temperatuurdoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs mikt de strategie op:

  • een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door de scheepvaart tegen 2050 met ten minste 50% ten opzichte van het niveau van 2008
  • voortzetting van het werk dat erop gericht is de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk en zeker nog in deze eeuw tot nul te reduceren

Welke maatregelen daarvoor op korte, middellange en lange termijn moeten worden genomen en wat voor onderzoek en innovatie hiervoor nodig is, is op dit moment nog niet duidelijk.

In oktober 2018 is de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu van de IMO het eens geworden over een programma van vervolgmaatregelen ter uitvoering van de broeikasgasstrategie. Het bevat een tijdschema voor de afspraken over uitstootbeperkingsmaatregelen:

  • Over kortetermijnmaatregelen moet tussen 2020 en 2023 een besluit worden genomen.
  • Daarnaast moeten er voorstellen komen voor de maatregelen op middellange en lange termijn, maar daarvoor is er nog geen termijn gesteld.

De strategie zal in 2023 worden herzien op basis van:

  • data van het IMO-systeem voor gegevensverzameling
  • andere gegevens, zoals verslagen van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering.

EU-steun voor een energie-efficiëntieproject van de IMO

De Europese Commissie levert een financiële bijdrage van 10 miljoen euro aan een IMO-project voor energie-efficiëntie.

In het kader van dit vierjarig project zijn er centra voor maritieme technologie opgericht in vijf regio's: Afrika, Azië, het Caribisch gebied, Latijns-Amerika en de Stille Oceaan.

Door middel van technische bijstand en capaciteitsopbouw bevorderen deze centra de toepassing van koolstofarme technologieën en activiteiten in de zeescheepvaart in minder ontwikkelde landen.

Ook wordt er steun gegeven voor de toepassing van internationaal overeengekomen regels en normen voor energie-efficiëntie zoals de Energy Efficiency Design Index (EEDI) en het Ship Energy Efficiency Management Plan (SEEMP).

Documenten

De gezochte informatie is beschikbaar in de volgende talen:

Studies

De gezochte informatie is beschikbaar in de volgende talen:

Veelgestelde vragen

De gezochte informatie is beschikbaar in de volgende talen: