Klimaat

Langetermijnstrategie voor 2050

Beleid

De EU streeft ernaar klimaatneutraal te zijn tegen 2050, een economie te worden die geen broeikasgassen uitstoot. Deze doelstelling vormt de kern van de Europese Groene Deal en is in overeenstemming met de aansluiting van de EU bij de mondiale klimaatactie in het kader van de Overeenkomst van Parijs.

De overgang naar een klimaatneutrale samenleving is zowel een urgente uitdaging als een kans om een betere toekomst voor iedereen tot stand te brengen.

Alle onderdelen van de samenleving en alle economische sectoren zullen hierbij een rol spelen: de energiesector, de industrie, mobiliteit, gebouwen, de landbouw, de bosbouw...

De EU kan het voortouw nemen door te investeren in realistische technologische oplossingen, burgers zeggenschap te geven en maatregelen op belangrijke gebieden zoals het industriebeleid, financiën en onderzoek optimaal op elkaar af te stemmen, zonder de sociale rechtvaardigheid uit het oog te verliezen en zo te zorgen voor een eerlijke transitie.

Visie van de Commissie

De Commissie heeft haar visie voor een klimaatneutrale EU in november 2018 uiteengezet, rekening houdend met alle belangrijke sectoren en mogelijke trajecten voor de transitie.

De visie van de Commissie bestrijkt vrijwel alle EU-beleidsterreinen en stemt overeen met de Overeenkomst van Parijs om de wereldwijde temperatuurstijging ruim onder de 2°C te houden en te streven naar een stijging van maximaal 1,5°C.

In het kader van de Europese Green Deal zal de Commissie in 2020 de eerste Europese klimaatwet voorstellen om de doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050 te verankeren in wetgeving.

EU-strategie

De partijen bij de Overeenkomst van Parijs wordt verzocht om uiterlijk in 2020 hun strategieën voor de afname van broeikasgasemissies op lange termijn (tegen het midden van deze eeuw) mee te delen.

Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie over klimaatverandering van maart 2019 en in zijn resolutie over de Europese Green Deal van januari 2020 ingestemd met de doelstelling van broeikasgasneutraliteit.

De Europese Raad bekrachtigde in december 2019 de doelstelling om de EU klimaatneutraal te maken tegen 2050, in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs.

De EU-leiders verzochten de Commissie tevens om zo spoedig mogelijk in 2020 een voorstel voor de langetermijnstrategie van de EU op te stellen met het oog op de aanneming ervan door de Raad en de indiening ervan bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC).

Nationale strategieën

De EU-lidstaten moeten nationale langetermijnstrategieën opstellen over de wijze waarop zij de reducties van de broeikasgasemissies willen realiseren die nodig zijn om aan hun verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen van de EU te voldoen.

Input van belanghebbenden

  • Op 10 en 11 juli 2018 kwamen belanghebbenden uit bedrijfsleven, onderzoek en maatschappelijk middenveld bijeen om de toekomstige EU-strategie te bespreken.
  • Op de openbare raadpleging, die liep van 17 juli tot en met 9 oktober 2018, kwamen ruim 2800 reacties.
  • De visie van de Commissie gaf in de hele EU aanleiding tot discussies over de EU-strategie, waarbij EU-instellingen, nationale parlementen, het bedrijfsleven, niet-gouvernementele organisaties, steden, gemeenschappen en burgers in heel Europa worden betrokken.

Documenten

Documentatie

2018 – Visie op een langetermijnstrategie van de EU voor het terugdringen van broeikasgassen

2011- Routekaart naar een concurrerend, koolstofarm Europa

In 2011 heeft de Commissie een routekaart naar een concurrerend koolstofarm Europa in 2050 voorgesteld. Deze routekaart bevat mogelijke maatregelen tot 2050 waarmee de EU haar broeikasgasemissies kan terugdringen met 80-95%, de internationaal overeengekomen noodzakelijke doelstelling van de ontwikkelde landen als groep. De kaart beschrijft tussenstappen naar deze doelstelling, beleidsuitdagingen en investeringsbehoeften en -kansen in verschillende landen.

Documenten:

  • 04/2012 - Behavioural Climate Change Mitigation Options and Their Appropriate Inclusion in Quantitative Longer Term Policy Scenarios