Vertegenwoordiging in België

Dossier: klaar voor de Brexit?

/belgium/file/20160706pht35991originaljpg_nl20160706pht35991_original.jpg

Brexit
copyright EU

De EU doet er alles aan om de schade van Brexit voor u, uw bedrijf en uw projecten zo veel mogelijk te beperken.

De ratificatie van het tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk heronderhandelde terugtrekkingsakkoord is daartoe de beste manier.

Ingevolge de beslissing van de Raad van de Europese Unie op 29 oktober 2019, zou de Brexit zich kunnen voltrekken op twee manieren en op verschillende datums:

  1. Als het Britse en het Europese parlement de wetgeving om het heronderhandelde terugtrekkingsakkoord niet ratificeren ten laatste voor 31 januari 2020, dan wordt een Brexit zonder akkoord realiteit ten laatste op 1 februari 2020.
  2. Als het Britse parlement en het Europese Parlement het heronderhandelde terugtrekkingsakkoord ratificeren op 31 januari 2020 of vroeger, dan treedt dit akkoord in werking op de 1ste van de maand die volgt op dergelijke ratificatie.

In het geval van een no-deal Brexit-scenario, staat de Europese Commissie klaar om een noodplan in werking te zetten.

Op 4 september 2019 heeft de Europese Commissie ook voorgesteld dat de EU-lidstaten en personen die het hardst getroffen zouden worden door Brexit zonder akkoord onder zekere voorwaarden een beroep zouden kunnen doen op het Solidariteitsfonds van de Europese Unie en op het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Om de recente officiële informatie van EU-zijde over de Brexit erop na te slaan, kan u:

Als deze pagina u geen antwoord biedt op uw persoonlijke vraag, dan kan u vandaag nog de Europa Direct informatiecentra contacteren: bel het gratis nummer 00 800 6 7 8 9 10 11 vanuit eender welke EU-land, in eender welke officiële EU-taal.

Handeldrijven met Groot-Britannië

Business handshake

Is uw bedrijf actief op de Britse markt? Of heeft uw Britse bedrijf een filiaal in België?

Dan verandert er mogelijks heel wat. Tenzij de wetgeving die het heronderhandelde terugtrekkingsakkoord ratificeert zowel in het Britse als het Europese Parlement tijdig goedgekeurd wordt, wordt de grens met België namelijk een buitengrens van Groot-Brittanië vanaf 1 februari 2020. Voor het geval dat dit ongewenste scenario bewaarheid wordt, heeft de Europese Commissie een "checklist" uitgewerkt aan het adres van alle Europese ondernemingen teneinde de schade te beperken en de toekomst op de best mogelijke manier voor te bereiden. Bekijk deze checklist.

In het geval van een Brexit zonder douane-unie, zullen Belgische bedrijven vanaf (ten laaste) 1 februari 2020 douaneformaliteiten in acht moeten nemen bij handel met Groot-Brittannië.

  Initiatieven rond Brexit-paraatheid voor bedrijven van de Belgische overheid

Reizen van/naar Groot-Brittannië?

Passport

Als er geen akkoord komt over de modaliteiten van de terugtrekking van Groot-Brittannië uit de EU, wordt Groot-Brittannië de facto een derde land.

Mensen die in dat geval voor een kortstondig of langdurig verblijf naar de Verenigd Koninkrijk trekken willen, moeten dan rekening houden met belangrijke veranderingen voor hun verkeer met het Verenigd Koninkrijk.

Werken en wonen in Groot-Brittannië

Big Ben

De Commissie benadrukt dat de bescherming van EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk en van Britse staatsburgers in de Europese Unie een prioriteit is.

Een recent voorstel van de Commissie strekt ertoe te garanderen dat de rechten van degenen die hun recht van vrij verkeer hebben uitgeoefend vóór de terugtrekking van het VK, in een „no-deal” scenario worden gevrijwaard.

Deze rechten omvatten de tijdvakken van verzekering, (zelfstandige) arbeid of verblijf in het Verenigd Koninkrijk vóór de terugtrekking. Dit betekent bijvoorbeeld dat indien een burger van de EU27 gedurende 10 jaar heeft gewerkt in het Verenigd Koninkrijk vóór de Brexit, dit tijdvak in aanmerking moet worden genomen wanneer zijn/haar pensioenrechten worden berekend door de bevoegde autoriteiten in de EU-lidstaat waar hij/zij met pensioen gaat.

De voorgestelde verordening waarborgt dat de lidstaten de kernbeginselen van de coördinatie van de sociale zekerheid in de EU – gelijke behandeling, gelijkstelling en samentelling – blijven toepassen.

Erasmus+?

Erasmus+

Erasmus+ is één van de uithangborden van de EU. Op 12 april 2019 waren er dankzij Erasmus+ 14 000 jongeren uit de EU27 (studenten, stagiairs in het hoger onderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding, lerenden (jongeren) en leerkrachten) in het Verenigd Koninkrijk en 7 000 Britse deelnemers in de EU27 zijn.

Op 19 maart 2019 hebben de Raad en het Europees Parlement een verordening aangenomen om te voorkomen dat de Erasmus+-activiteiten waarbij het Verenigd Koninkrijk betrokken is, worden verstoord ingeval het VK de EU verlaat zonder overeenkomst (“no-deal”).

Samen werken met een Britse EU-project-partner

Erasmus+

Alle verbintenissen die door de 28 lidstaten zijn aangegaan, moeten door de 28 worden nagekomen. Ook in een “no deal”-scenario wordt van het VK verwacht dat het alle gedurende het EU-lidmaatschap aangegane verplichtingen nakomt. Op 30 januari 2019 stelde de Europese Commissie voor om voor het jaar 2019 betalingen aan begunstigden in het VK te blijven verrichten, op voorwaarde dat het VK zijn verplichtingen uit hoofde van de begroting 2019 nakomt en de nodige controles en audits aanvaardt. Recentelijk stelde de Commissie voor om een dergelijke regeling ook voor het jaar 2020 te hanteren. 

Dit moet de aanzienlijke consequenties van een “no deal” verzachten op zeer uiteenlopende gebied die EU-financiering ontvangen, zoals research, innovatie en landbouw. Deze kwestie staat los van en heeft geen invloed op de financiële regeling die de EU en het Verenigd Koninkrijk zouden treffen in een “no deal”-scenario.

Als Groot-Britannië dit voorstel niet aanvaardt, en ook niet tot een algemeen terugtrekkingsakkoord met de EU komt, dan zou de financiering van Britse begunstigden van EU-financieringsprogramma’s  kunnen stopgezet worden op basis van het feit dat Britse organisaties niet langer in aanmerking komen voor steun, aangezien ze niet langer in de EU of een EU-partnerland gevestigd zijn.