Toegankelijkheidstools
Tools
Taalkeuzemenu
Kruimelpad
Under maintenance

Nee, de oude nationale rijbewijzen blijven geldig totdat ze verlopen. Het is echter verplicht om ze in te wisselen voordat ze verlopen. De geldigheidsduur staat vermeld op uw rijbewijs, maar als in de lidstaat waar u woont wettelijk een kortere duur is vastgesteld, dan is deze van toepassing. Het is ook mogelijk om uw rijbewijs eerder in te wisselen door een speciale aanvraag in te dienen. Er wordt u dan een nieuw rijbewijs van Europees model verstrekt met categorieën die overeengekomen met de categorieën op het oude model.
Er verandert niets ten aanzien van uw rechten of ten aanzien van onderlinge erkenning, behalve in zeer speciale gevallen. Het bezit van een rijbewijs van Europees model vergemakkelijkt echter wel de erkenning van uw rechten en de procedures bij administratieve instanties in uw woonstaat.
Dat hangt af van de nationale autoriteiten in de lidstaten. Wanneer u naar een ander land reist, wordt het echter ten sterkste aangeraden om uw rijbewijs mee te nemen aangezien dit in de meeste lidstaten verplicht is.
Nationale categorieën worden aangeduid op het rijbewijs, maar zijn nog niet door de Gemeenschapswetgeving geharmoniseerd. De nationale categorieën moeten niet worden verward met de geharmoniseerde subcategorieën (A1, B1, C1, C1E, D1 en D1E), die onderling kunnen worden erkend bij verandering van woonstaat.
Een voorbeeld van een nationale categorie is categorie T (tractor), die niet overeenkomt met een geharmoniseerde Gemeenschapscategorie of met een subcategorie. In dit geval is de lidstaat waar u uw rijbewijs wilt inwisselen niet verplicht om de nationale categorie te erkennen en wordt deze mogelijk niet op uw rijbewijs geregistreerd.
Lidstaten kunnen kiezen tussen het plastic creditcardmodel en het papieren model. Bestuurders die hun rijbewijs willen inwisselen kunnen niet kiezen tussen de twee Europese modellen. Ze krijgen het model dat is gekozen door hun woonstaat.
Artikel 1, lid 2, van Richtlijn 91/439/EEG bepaalt dat rijbewijzen die in een andere lidstaat zijn afgegeven, moeten worden erkend in de gastlidstaat. Daarom bent u niet meer verplicht uw rijbewijs in te wisselen als uw gewone verblijfplaats nu in een andere lidstaat is dan de lidstaat dat het rijbewijs heeft afgegeven.
Als uw rijbewijs echter is afgegeven tegen inwisseling van een rijbewijs dat is afgegeven door een niet-EU-land, dan zijn lidstaten niet verplicht dit te erkennen. Neem contact op met de desbetreffende nationale autoriteiten om erachter te komen of uw rijbewijs wordt erkend.
Ja, de oude modellen rijbewijzen moeten door de lidstaten onderling worden erkend. Hoewel in Richtlijn 91/439/EEG het principe van onderlinge erkenning van rijbewijzen is vastgelegd, is de geldigheidsduur van rijbewijzen door de communautaire wetgeving niet geharmoniseerd. Dit betekent dat heel veel verschillende modellen rijbewijzen (meer dan 110) nog steeds geldig en in gebruik zijn in de landen van de Europese Unie en van de Europese Economische Ruimte. De meeste van deze rijbewijzen vertonen geen gelijkenis met het Europese model.
Artikel 1, lid 3, van de Richtlijn 91/439/EEG geeft lidstaten het recht om voor houders van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs, die zich metterwoon op hun grondgebied hebben gevestigd, dezelfde geldigheidsduur en dezelfde frequentie van medische onderzoeken van toepassing te verklaren als voor houders van hun eigen nationale rijbewijs. De nieuwe geldigheidsduur geldt vanaf de datum waarop u zich metterwoon in de nieuwe woonlidstaat vestigt. Als u wilt weten welke geldigheidsduur van toepassing is, wordt u geadviseerd het vergelijkend overzicht van geldigheidstermijnen te raadplegen in deel I, sectie B.1 van de Interpretatieve mededeling van de Commissie betreffende het rijbewijs in de EU (gepubliceerd op 28 maart 2002) en te informeren bij de lokale rijbewijsautoriteiten in uw woonstaat.
U moet uw verzoek indienen bij de desbetreffende autoriteiten van de staat waar u uw gewone verblijfplaats hebt. Uw oorspronkelijke rijbewijs wordt ingewisseld op het moment dat de nieuwe categorie wordt toegevoegd.
Als u een oud rijbewijs inwisselt voor een nieuw rijbewijs of als een duplicaat wordt afgegeven (in geval van verlies of beschadiging), zijn de categorieën die voor het nieuwe model geldig zijn, meestal gelijk aan de categorieën op het oude rijbewijs. U hebt het recht om dezelfde categorieën voertuigen te besturen als voorheen.
Met uw rijbewijs van categorie B mag u het volgende besturen:
In de onderstaande tabel staan voorbeelden van het type rijbewijs dat in verschillende gevallen vereist is:
Voertuigcategorie B
| Lege massa | MTM | MTM van de aanhangwagen | MTM van de combinatie | Vereist rijbewijs | Commentaar |
|---|---|---|---|---|---|
| 1025 kg | 1450 kg | 850 kg | 2300 kg | B | Lege massa van het trekkende voertuig > MTM aanhangwagen en MTM van combinatie < 3500 kg |
| 890 kg | 1375 kg | 925 kg | 2300 kg | B+E | Lege massa van het trekkende voertuig < MTM aanhangwagen; MTM aanhangwagen > 750 kg |
| 1875 kg | 2955 kg | 745 kg | 3700 kg | B | MTM aanhangwagen < 750 kg |
| 1875 kg | 2850 kg | 850 kg | 3700 kg | B+E | MTM aanhangwagen > 750 kg en MTM combinatie > 3500 kg |
Richtlijn 91/439/EEG bepaalt dat lidstaten voor categorie A1 aanvullende restrictieve normen mogen opleggen.
Lidstaten kunnen dit toestaan, maar alleen op hun eigen nationale grondgebied.
Lidstaten kunnen dit toestaan, maar alleen op hun eigen nationale grondgebied.
Normaal gesproken is een voorafgaande ervaring van twee jaar vereist om een zwaar motorrijwiel te mogen besturen. Van dit vereiste kan echter worden afgezien als de kandidaat ten minste 21 jaar is, afhankelijk van het met goed gevolg afleggen van een specifieke test van vaardigheden en gedrag (het staat lidstaten vrij om te beslissen of ze dit type „rechtstreekse toegang” willen verlenen).
U moet aan verschillende voorwaarden voldoen:
In Richtlijn 91/439/EEG wordt een optionele regeling beschreven voor studenten die in een ander land gaan studeren. Ze kunnen een aanvraag indienen in het land van hun gewone verblijfplaats of in hun land van herkomst.
In artikel 9 van Richtlijn 91/439/EEG wordt „gewone verblijfplaats” gedefinieerd als de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen de aanvrager en de plaats waar hij of zij woont.
Het volgen van onderwijs aan een universiteit of een school impliceert niet dat de gewone verblijfplaats is verplaatst.
In artikel 7, lid 1(b), van de Richtlijn 91/439/EEG is echter bepaald dat rijbewijzen worden afgegeven op voorwaarde dat aanvragers hun gewone verblijfplaats hebben op het grondgebied van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft of dat ze het bewijs leveren dat ze daar gedurende ten minste zes maanden hebben gestudeerd.
In dit geval kunnen studenten die in het bezit willen komen van een rijbewijs, een aanvraag indienen bij de autoriteiten van hun land van herkomst of bij de autoriteiten van hun gastland.
In bijlage III bij Richtlijn 91/439/EEG over rijbewijzen staan de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid vermeld waaraan bestuurders moeten voldoen.
Aanvragers voor een rijbewijs van categorie B moeten een medisch onderzoek ondergaan indien bij het vervullen van de vereiste formaliteiten of tijdens het examen dat zij moeten afleggen voor het verkrijgen van een rijbewijs, blijkt dat zij één of meer van de in deze bijlage vermelde lichamelijke of geestelijke gebreken hebben (zoals gehoorproblemen, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, neurologische ziekten, enzovoort).
Zie de sectie „PRINCIPLES - Prerogatives of the Member State of residence” voor meer informatie, met name over het onderscheid tussen Groep 1 en Groep 2.
In dit geval behoren aanvragers tot Groep 2 in de indeling die is gemaakt in Richtlijn 91/439/EEG. Ze moeten altijd een medisch onderzoek ondergaan vóór de eerste afgifte van een rijbewijs; vervolgens dienen ze de periodieke onderzoeken te ondergaan die de nationale wetgeving voorschrijft.
Zie de sectie „PRINCIPLES - Prerogatives of the Member State of residence” voor meer informatie, met name over het onderscheid tussen Groep 1 en Groep 2.
De wijze waarop het rijexamen wordt afgenomen, staat beschreven in bijlage II bij Richtlijn 91/439/EEG. Het examen is verdeeld in twee fasen. Tijdens de eerste fase wordt de theoretische kennis van de aanvrager getest. De tweede fase bestaat uit een praktijkexamen waarin de geschiktheid van de aanvrager om een voertuig te besturen en zijn of haar rijgedrag worden beoordeeld.
In artikel 7, lid 5, van Richtlijn 91/439/EEG wordt duidelijk gesteld dat iemand slechts houder kan zijn van één enkel door een lidstaat afgegeven rijbewijs. Dit is inclusief ingetrokken rijbewijzen.
U moet uw rijbewijs verlengen voordat het is verlopen, door een verzoek in te dienen bij de autoriteiten van de lidstaat waar u uw gewone verblijfplaats hebt.
Om uw rijbewijs te verlengen, moet u een verzoek indienen bij de autoriteiten van de lidstaat waar u uw gewone verblijfplaats hebt. Deze verstrekken u vervolgens een nationaal rijbewijs met alle bijbehorende specifieke kenmerken.
In dit geval moet u, wanneer uw rijbewijs verloopt, een aanvraag indienen bij de Franse autoriteiten. U zult bijgevolg een Frans rijbewijs met een onbeperkte geldigheid krijgen.
Nee, in dit geval is het niet mogelijk om in het land van herkomst verlenging van uw rijbewijs aan te vragen. U moet zich richten tot de autoriteiten van het land van uw gewone verblijfplaats. Voor verlenging van uw rijbewijs kunt u niet kiezen tussen de twee lidstaten.
Wanneer uw rijbewijs verloopt en moet worden verlengd, kan een medische verklaring vereist zijn. Deze vereisten kunnen verschillend zijn, afhankelijk van de lidstaat. U wordt daarom geadviseerd contact op te nemen met de nationale autoriteiten in het land waar u verblijft.
Nee, het is niet nodig om te zorgen voor een vertaling van uw rijbewijs, wanneer dit in een andere lidstaat moet worden verlengd. Richtlijn 91/439/EEG bepaalt dat de lidstaat die tot inwisseling overgaat, moet nagaan of de geldigheidsduur van het overgelegde rijbewijs niet is verstreken. Hiervoor is de gastlidstaat dus verantwoordelijk. Lidstaten zijn echter verplicht elkaar te helpen met het toepassen van de Richtlijn en, indien nodig, informatie uit te wisselen.
Als een algemeen principe blijven verworven rechten behouden wanneer een rijbewijs wordt verlengd.
Beschikking van de Commissie 2008/766/EG van 25 augustus 2008 inzake gelijkwaardigheid tussen bepaalde categorieën van rijbewijzen bevestigt dit principe.
Op bepaalde gebieden, zoals medische onderzoeken, gelden echter nog steeds nationale vereisten. U wordt geadviseerd de nationale autoriteiten te raadplegen.
Artikel 8, lid 5, van Richtlijn 91/439/EG heeft betrekking op deze situatie: een rijbewijs dat verloren of gestolen is, kan worden vervangen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de houder zijn gewone verblijfplaats heeft; die autoriteiten vervangen het rijbewijs aan de hand van de gegevens die zij bezitten of, in voorkomend geval, op grond van een verklaring van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die het oorspronkelijke rijbewijs heeft afgegeven.
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende situaties:
Als het land van uw gewone verblijfplaats niet de afgevende staat is, dan maakt dit niets uit voor de gevolgen van de straf. De administratieve en strafrechtelijke wetgeving van het land van verblijf is volledig van toepassing. De intrekking van het document blijft gehandhaafd (of, indien van toepassing, wordt er een beperking geregistreerd).
In dit geval geldt de beslissing van de lidstaat alleen op zijn eigen grondgebied. Wanneer de burger het land verlaat dat de straf heeft opgelegd, zijn de autoriteiten verplicht om het rijbewijs terug te geven.
Artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/439/EG voorziet in deze mogelijkheid. Lidstaten kunnen vrijstellingen verlenen en rijbewijzen afgeven vanaf 17 jaar.
Artikel 6, lid 3, van Richtlijn 91/439/EEG bepaalt dat lidstaten kunnen weigeren een rijbewijs waarvan de houder nog geen 18 jaar oud is, als een op hun grondgebied geldig rijbewijs te erkennen.
Lidstaten zijn niet verplicht een dergelijk rijbewijs te erkennen, ook al is het al door een andere lidstaat erkend. Neem contact op met de nationale autoriteiten om erachter te komen of ze uw rijbewijs erkennen.
Een internationaal rijbewijs is niets meer dan een document dat uw nationale rijbewijs in het Engels vertaalt. Het kan bijvoorbeeld dienen om wegcontroles of inwisselingen van rijbewijzen te vergemakkelijken. U hebt ook een geldig nationaal rijbewijs nodig van de staat die het internationale rijbewijs heeft afgegeven.
Als u wilt weten of u een internationaal rijbewijs nodig hebt, kunt u contact opnemen met de autoriteiten van het land dat u wilt bezoeken.