Current portal location

Website content

Veelgestelde vragen

Other linguistic versions available via language menu

Het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP) is een handelsovereenkomst waarover de Europese Unie en de Verenigde Staten in onderhandeling zijn. De onderhandelingen zijn gericht op het wegnemen van de handelsbelemmeringen (tarieven, onnodige regelgeving, beperkingen op investeringen, enz.) in een groot aantal economische sectoren, zodat het gemakkelijker wordt om tussen de EU en de VS goederen en diensten te kopen en te verkopen. De EU en de VS willen het ook hun ondernemingen gemakkelijker maken om te investeren in elkaars economie.

Het idee van een handelsovereenkomst tussen de EU en de VS is niet nieuw. De regeringen, het bedrijfsleven en wetenschappers hebben er al vaak over gesproken. De afgelopen jaren groeide bij de EU en de VS het besef dat het tijd werd om dit idee ten uitvoer te brengen.

Voordat ze besloten om de onderhandelingen te starten, hebben de EU en de VS in 2011 een werkgroep van deskundigen van de regeringen opgericht om te bezien wat voor handels- en investeringsovereenkomst tussen de twee economische mogendheden zou kunnen worden uitgewerkt. De groep werd gezamenlijk voorgezeten door de EU-handelscommissaris en de handelsgezant van de Verenigde Staten. De Werkgroep op hoog niveau voor werkgelegenheid en groei, zoals deze werd genoemd, deed een diepgaand onderzoek naar de mogelijkheden en de eventuele moeilijkheden die een overeenkomst zouden kunnen opleveren. De groep is tot de bevinding gekomen dat een brede overeenkomst die alle sectoren omvat, een bijzonder positieve uitwerking zou hebben waarbij de handel zou worden opengesteld en er sprake zou zijn van een welkome impuls voor de economische groei en de werkgelegenheid aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. De groep adviseerde om tot onderhandelingen over te gaan.

Het besluit om de onderhandelingen te openen, is grotendeels terug te voeren op de aanhoudende economische crisis en het stagneren van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, de zogenoemde Doha-ontwikkelingsagenda. Bovendien hebben de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU en de hoge grondstoffenprijzen ertoe geleid dat beide partijen bereid waren om te onderhandelen over de landbouw en over de openstelling van hun markten.

Een overeenkomst inzake handel en investeringen tussen de twee grootste economieën ter wereld biedt de gelegenheid om de groei en de werkgelegenheid aan beide zijden van de Atlantische Oceaan een impuls te geven.

Zoals altijd voordat zij besluit om te gaan onderhandelen over een handelsovereenkomst, heeft de EU een effectbeoordeling van de mogelijke gevolgen van de overeenkomst verricht. Bij deze beoordeling werden niet alleen de potentiële economische effecten, maar ook eventuele sociale en milieueffecten onderzocht. Er is gekeken naar de mogelijke gevolgen van verschillende gradaties van liberalisering van de handel tussen de EU en de VS. In alle gevallen was het algemene resultaat positief voor de EU; het was echter duidelijk dat hoe meer er wordt geliberaliseerd, des te beter het algemene resultaat uitvalt.

Een van de studies waarop de effectbeoordeling van de Commissie was gebaseerd, was een onafhankelijk verslag dat in opdracht van de EU was opgesteld door het in Londen gevestigde Centrum voor economisch beleidsonderzoek (CEPR). Deze studie, getiteld “Reducing barriers to Transatlantic Trade” (Vermindering van de trans-Atlantische handelsbelemmeringen), geeft een overzicht van de economische effecten van een TTIP voor de EU en de VS.

Volgens die studie kan de economie van de EU er 119 miljoen euro per jaar op vooruit gaan — dit komt neer op een voordeel van 545 euro voor een gemiddeld EU-huishouden. Voor de Amerikaanse economie kan het voordeel oplopen tot 95 miljard euro per jaar, ofwel 655 euro per Amerikaans gezin. Tegenover deze voordelen staan zeer weinig kosten, omdat zij het resultaat zijn van de opheffing van douanetarieven en de afschaffing van overbodige voorschriften en administratieve barrières die de handel over de Atlantische Oceaan bemoeilijken. De te verwachten extra economische groei als gevolg van het TTIP komt iedereen ten goede. Het stimuleren van de handel is een goed middel om onze economieën een impuls te geven door meer vraag en aanbod te creëren, zonder de overheidsuitgaven of -tekorten te vergroten. Het TTIP is het goedkoopst denkbare stimuleringspakket.

De tarieven tussen de EU en de VS zijn reeds laag (gemiddeld 4 %), maar gezien de grote omvang van de economieën van de EU en de VS samen en het volume van de onderlinge handel is de afschaffing ervan goed voor de werkgelegenheid en de groei. Het is het schrappen van onnodige voorschriften en regelgeving — de zogenaamde non-tarifaire belemmeringen (ntb’s) – dat leidt tot reële besparingen voor het bedrijfsleven, een betere werkgelegenheid en meer koopkracht voor consumenten. NTB’s zijn het gevolg van verschillen in regelgeving en normen. Het schrappen ervan kan ingewikkeld zijn, omdat de EU en de VS beide over goed ontwikkelde stelsels van veiligheids- en consumentenbeschermingsvoorschriften beschikken, maar vaak een verschillende aanpak hebben om hetzelfde doel te bereiken. De verplichting om aan twee verschillende stelsels van voorschriften te voldoen, kan tijdrovend en kostbaar zijn.

De kosten van onnodige bureaucratie kunnen evenveel bedragen als een heffing van 10-20 % op de prijs van de producten; deze extra kosten worden door de consument betaald. Volgens een onafhankelijke studie van het in Londen gevestigde Centre for Economic Policy Research (CEPR) getiteld “Reducing barriers to Transatlantic Trade” is tot 80 % van de economische voordelen van het TTIP te danken aan het terugdringen van de kosten van bureaucratie en voorschriften, en aan de liberalisering van de handel in diensten en openbare aanbestedingen. Enkele praktische voorbeelden:

  • De EU en de VS hebben beide strenge veiligheidsnormen voor auto’s. Het TTIP zou het mogelijk maken dat de EU en de VS elkaars normen erkennen, zodat auto’s die aan de ene zijde van de Atlantische Oceaan op veiligheid zijn getest en tot de markt zijn toegelaten, ook aan de andere zijde mogen worden verkocht zonder nadere tests te ondergaan en zonder te moeten voldoen aan extra specificaties;
  • De openstelling van openbare aanbestedingen van de Amerikaanse overheid voor Europese bouwondernemingen zou ertoe leiden dat zij kunnen meedingen naar grote bouwprojecten en openbaarvervoerprojecten in de VS.

De Europese bedrijven, werknemers en burgers zouden veel baat hebben bij een meer open markt in de Verenigde Staten. De EU heeft veel sterk concurrerende bedrijven die goederen en diensten van topkwaliteit leveren, waaronder veel marktleiders van wereldniveau en topmerken. Wat bijvoorbeeld de landbouw betreft, verbieden de Amerikaanse fytosanitaire voorschriften de invoer van Europese appels en maken de voedselveiligheidsvoorschriften de invoer van veel Europese kazen onmogelijk. De afschaffing van tarieven en andere handelsbelemmeringen stellen de Europese producenten in staat om meer te verkopen aan de Amerikanen: dat is goed voor de bedrijven en goed voor de werkgelegenheid. Het wegnemen van belemmeringen in de EU voor producten en investeringen uit de Verenigde Staten betekent meer keuze en lagere prijzen voor mensen in Europa. Het is duidelijk dat beide zijden zullen winnen bij een verdere openstelling van hun markten voor handel en investeringen. Het wordt een win-winsituatie.

Zelfs in de huidige situatie waarin de eurozone zich herstelt van een economische crisis, biedt de handel met Europa enorme mogelijkheden voor onze partners in de VS. De EU is de grootste economie ter wereld: de 500 miljoen burgers hebben een gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking van 25 000 euro.

Dat betekent ook dat de EU de grootste markt ter wereld is. De Unie is de grootste importeur van industrieproducten en diensten, heeft het grootste bedrag aan investeringen in het buitenland en is de grootste ontvanger van investeringen door buitenlandse ondernemingen.

De EU is de grootste investeerder in de VS (in 2011), de op een na belangrijkste bestemming voor de goederenuitvoer uit de VS (in 2012) en de grootste markt voor de uitvoer van diensten uit de VS (in 2010).

De EU is zeer goed in het onderhandelen over vrijhandelsovereenkomsten. Zo heeft de EU de complexe en veelomvattende vrijhandelsovereenkomsten met Zuid-Korea en Singapore afgerond in slechts vier jaar, hetgeen relatief snel was. De EU werkt hard aan de openstelling van de markten via onderhandelingen met andere landen zoals India, Japan, Vietnam en Maleisië. Als een van de meest open economieën ter wereld blijft de EU streven naar vrije handel.

Voor het handelsbeleid onderhandelt de Europese Commissie namens de EU en haar 27 lidstaten: één stem die namens 500 miljoen mensen spreekt, is doeltreffender dan wanneer elke EU-lidstaat zou proberen individueel te onderhandelen. Het TTIP vormt hierop geen uitzondering en aldus zal de Commissie, onder leiding van handelscommissaris Karel De Gucht, aan de onderhandelingstafel de EU vertegenwoordigen. De Commissie onderhandelt op basis van richtsnoeren die zijn vastgelegd door de Raad, waarin de regeringen van alle EU-lidstaten zijn vertegenwoordigd. Het directoraat-generaal voor Handel van de Commissie heeft hierbij het voortouw. Het werkt nauw samen met andere diensten van de Commissie, en vooral de diensten die bevoegd zijn voor de vakgebieden waarop de onderhandelingen zich zullen toespitsen. De lijst van de belangrijkste onderhandelaars is beschikbaar voor het publiek.

Voor de VS is de handelsgezant, de United States Trade Representative (USTR), de belangrijkste onderhandelaar.

Gedurende de onderhandelingen houdt de Europese Commissie de EU-lidstaten in de Raad en het Europees Parlement op de hoogte van de ontwikkelingen. Na afloop, wanneer de onderhandelaars overeenstemming hebben bereikt, zal de Raad, in samenwerking met het Europees Parlement, de definitieve overeenkomst onderzoeken en goedkeuren of verwerpen. Aan de zijde van de VS is dit het Amerikaanse Congres.

De eerste onderhandelingsronde vond plaats in juli, en de volgende ronden worden om de paar weken gehouden.

Zowel de EU als de VS willen vermijden dat de onderhandelingen jarenlang gaan duren. De algemene opvatting is dat het mogelijk moet zijn om binnen enkele jaren overeenstemming te bereiken, maar het belangrijkste is uiteraard een goed resultaat.

De werkgroep op hoog niveau die door de EU en de VS is opgericht om de mogelijke effecten van een overeenkomst inzake handel en investeringen te onderzoeken, heeft een verslag uitgebracht waarin een aantal aanbevelingen zijn opgenomen.

Deze aanbevelingen bieden de onderhandelaars een goede basis om te starten.

De TTIP-onderhandelingen hebben betrekking op vele sectoren van de economie, waaronder de industrie, de dienstensector en de landbouw. Door het wegnemen van handelsbelemmeringen zal de overeenkomst een impuls geven aan de economische groei, banen creëren en voor lagere prijzen zorgen. Volgens een onafhankelijke studie van het in Londen gevestigde Centre for Economic Policy Research (CEPR) getiteld Reducing barriers to Transatlantic Trade kan de economie van de EU er 119 miljard EUR per jaar op vooruit gaan — dit komt neer op 545 EUR voor een gemiddeld huishouden in de EU — en de Amerikaanse economie 95 miljard EUR per jaar.

De uitvoer zal naar verwachting in alle sectoren van de economie stijgen, wat goed is voor de werkgelegenheid. In sommige sectoren zal de uitvoer waarschijnlijk meer stijgen dan in andere. Zo zal de uitvoer van motorvoertuigen vanuit de EU naar de VS naar verwachting stijgen met 149 %. Dit is deels een weerslag van het belang van de bilaterale handel in delen en onderdelen en de verwachte nadere integratie van de industrieën aan weerszijden van de Atlantische Oceaan.

Niet alleen de handel tussen de EU en de VS zal naar verwachting toenemen: als gevolg van de toegenomen vraag naar grondstoffen, onderdelen en andere productiemiddelen zal de uitvoer van de EU naar andere landen naar verwachting ook groeien. De uitvoer van metalen producten naar de rest van de wereld zal waarschijnlijk stijgen met 12 %, die van verwerkte levensmiddelen met 9 %, die van chemische producten met 9 %, die van andere industrieproducten met 6 % en die van vervoermiddelen met 6 %. Het TTIP wordt een handelsovereenkomst die is toegerust voor de 21e eeuw — de toegenomen zakelijke activiteiten zijn niet alleen goed voor de multinationale ondernemingen, maar ook voor kleine en middelgrote ondernemingen, die hetzij rechtstreeks, hetzij als toeleverancier van grotere ondernemingen exporteren.

De economische groei en de toename van de productiviteit als gevolg van de overeenkomst zullen ten goede komen aan werknemers in de EU en de VS, zowel in de vorm van lonen in het algemeen als in de vorm van werkgelegenheid voor zowel hoog- als laaggeschoolde werknemers.

De eigenlijke besprekingen zullen waarschijnlijk enkele jaren duren. Vervolgens moet de overeenkomst namens de EU worden goedgekeurd door het Europees Parlement en alle lidstaten, en namens de VS door het Congres. Wij streven ernaar dat er zoveel mogelijk heffingen en andere handelsbelemmeringen worden verwijderd op het moment dat de overeenkomst wordt goedgekeurd en kracht van wet krijgt. Hoe sneller dit gebeurt, des te eerder kunnen we profiteren van de voordelen. Sommige veranderingen zullen echter in fasen worden ingevoerd.

In het algemeen zal iedereen in de EU profiteren van het TTIP — het voordeel zal ongeveer 545 euro bedragen voor een gemiddeld huishouden in de EU. Dit voordeel zal de vorm krijgen van goedkopere goederen en diensten. De prijzen zullen dalen omdat de invoerrechten op Amerikaanse producten zullen worden afgeschaft en onnodige voorschriften die kosten bij aankoop- en verkooptransacties tussen de EU en de VS met zich meebrengen, zullen worden geschrapt. Maar we zullen er ook voordeel bij hebben dat de EU en de VS zich ertoe verbinden om elkaars technische normen op vele gebieden te erkennen, dus in plaats van producten met twee verschillende reeksen specificaties te produceren, hoeven de fabrikanten zich slechts aan een pakket voorschriften voor zowel de EU als de VS te houden. Deze vermindering van de bureaucratie leidt tot lagere kosten, en daardoor tot lagere prijzen.

Nee. Wij zullen niet tornen aan de bestaande beschermingsniveaus om een overeenkomst te bereiken. Over ons hoge Europese beschermingsniveau kan niet worden onderhandeld. Maar laten wij niet uit het oog verliezen dat ook de VS de bescherming van haar burgers uiterst serieus neemt. Zowel de EU als de VS hechten belang aan een hoog niveau van bescherming voor de burgers, maar wij gaan op verschillende manieren te werk. De EU maakt in het algemeen meer gebruik van regelgeving, terwijl in de VS vaker een beroep wordt gedaan op de rechter. Beide benaderingen kunnen doeltreffend zijn, en geen van beide is perfect. Er is ruimte om van elkaar te leren.

Er wordt niet gestreefd naar een lager niveau. Dat wij onze regelgeving beter op elkaar afstemmen, betekent niet dat we de kleinste gemene deler zoeken, maar dat we kijken waar de verschillen onnodig groot zijn. Er worden geen concessies gedaan aan veiligheid, consumentenbescherming of milieu. Maar er zal wel pragmatisch worden bekeken of er betere en meer gecoördineerde oplossingen mogelijk zijn. Vanzelfsprekend houdt elk van de twee partijen het recht om milieu-, gezondheids- en veiligheidskwesties te regelen op het niveau dat zij passend acht.

De TTIP-onderhandelingen gaan ook over landbouw. De openstelling van de landbouwmarkten wordt tweerichtingsverkeer met voordelen voor zowel de EU als de VS. De VS wil graag meer van zijn landbouwproducten zoals mais en soja verkopen. De uitvoer van de EU naar de VS betreft meestal hoogwaardige levensmiddelen zoals gedistilleerde dranken, wijn, bier en verwerkte levensmiddelen (zoals kaas, ham en chocolade). De EU heeft er veel belang bij om meer hoogwaardige levensmiddelen uit te voeren naar de VS zonder onnodige tarifaire- en niet-tarifaire belemmeringen. Sommige Europese levensmiddelen, waaronder bijvoorbeeld verschillende soorten kazen, melkproducten en appels en peren staan voor aanzienlijke niet-tarifaire belemmeringen, wat hun toegang tot de Amerikaanse markt beperkt. Op andere producten zijn hoge Amerikaanse heffingen van toepassing: op abrikozen in blik kan tot 30 % heffing staan; op blauwgeaderde kazen zoals Gorgonzola en Roquefort meer dan 25 %; en op chocolade meer dan 20 %. Als deze en andere belemmeringen worden weggenomen, zal de uitvoer van de EU naar de VS aanzienlijk stijgen.

Nee. Basiswetgeving, zoals die met betrekking tot ggo’s of die zijn bedoeld ter bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en consumentenbelangen, wordt niet in de onderhandelingen betrokken.

Volgens de EU-voorschriften mogen ggo’s die zijn goedgekeurd voor gebruik als levensmiddel, diervoeder of zaaigoed nu al in de EU verkocht worden. Aanvragen voor goedkeuring worden beoordeeld door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en vervolgens voorgelegd aan de lidstaten van de EU. Tot dusverre zijn 52 ggo’s toegelaten. De veiligheidsbeoordeling die de EFSA verricht voordat een ggo in de EU in de handel mag worden gebracht en de risicobeheerprocedure zijn geen inzet van de onderhandelingen.

De EU en de VS wisselen reeds informatie uit over beleid, regelgeving en technische kwesties met betrekking tot ggo’s. Dit soort samenwerking draagt ertoe bij dat de gevolgen voor het handelsverkeer van onze respectieve goedkeuringssystemen voor ggo’s zoveel mogelijk worden beperkt. Wij zien de TTIP als een kans om deze samenwerking te ondersteunen.

Nee. De onderhandelingen zullen niet leiden tot de aantasting van de gezondheid van onze consumenten voor commerciële doeleinden. Strenge EU-wetten, zoals die met betrekking tot hormonen, of die zijn bedoeld ter bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en consumentenbelangen, worden niet in de onderhandelingen betrokken.

Nee.

Ten eerste zijn in onze bioscopen en op de televisie al veel Amerikaanse films te zien. Amerikaanse films worden niet van de Europese markt geweerd.

Ten tweede zal de springlevende Europese filmindustrie niet verstikken onder een toevloed aan nieuwe Amerikaanse films en tv-series. De EU heeft voorschriften ter bescherming van de culturele diversiteit van Europa, zoals de rijkdom die voortkomt uit de vele talen die in ons werelddeel worden gesproken. De EU en de lidstaten hebben wetgeving om hun culturele diversiteit te beschermen en te bevorderen, bijvoorbeeld bij de productie van films en televisieprogramma’s - de audiovisuele sector. De EU zal geen afbreuk doen aan dit recht en aan het vermogen om het culturele erfgoed van Europa te beschermen.

In de onderhandelingsrichtsnoeren hebben de lidstaten de Commissie te verstaan gegeven dat de audiovisuele sector geen deel mag uitmaken van de onderhandelingen over diensten en het recht van vestiging.

Nee. Het TTIP zal de Europese wet- en regelgeving niet automatisch terzijde schuiven, intrekken of wijzigen. Eventuele wijzigingen in de EU-wet- en regelgeving om de handel te liberaliseren moeten worden goedgekeurd door de EU-lidstaten in de Raad en door het Europees Parlement.

Een handelsovereenkomst tussen de EU en de VS zal positieve neveneffecten hebben op de wereldeconomie. Zo zal bijvoorbeeld de toenemende handel tussen de twee economische grootmachten leiden tot meer vraag naar grondstoffen, onderdelen en andere productiemiddelen die in andere landen zijn vervaardigd. Naar verwachting voegt dit nog eens 100 miljard euro toe aan de wereldeconomie, naast de eerder genoemde extra handel tussen de EU en de VS. Hoe uitgebreider het bereikte akkoord tussen de EU en de VS wordt, des te groter zijn de voordelen voor de rest van de wereld.

De harmonisatie van de technische normen van de EU en de VS kunnen dienen als basis voor wereldwijde normen: de trans-Atlantische markt is dermate groot dat indien deze markt een enkel pakket voorschriften had, het in het belang van de andere landen zou zijn om deze over te nemen. Op die manier zouden zij hun producten volgens een enkele reeks specificaties moeten maken, waardoor de handel wereldwijd gemakkelijker en goedkoper zou worden.

Nee. ACTA — de 'Anti-Counterfeiting Trade Agreement' (handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak) — was bedoeld om een einde te maken aan de handel in namaakgoederen. Het spreekt voor zich dat het standpunt van het Europees Parlement, dat tegen de ACTA heeft gestemd, volledig zal worden gerespecteerd. Er komt geen “ACTA via de achterdeur”.

Het TTIP wordt een veel meeromvattende overeenkomst die veel economische sectoren dekt. Intellectuele-eigendomsrechten — zoals voorschriften voor auteursrechten en handelsmerken — zijn er slechts één onderdeel van. Zowel de EU als de VS hebben reeds efficiënte regelgeving voor de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten, ook al hebben zij soms een andere benadering om deze te verwezenlijken. Het is niet onze bedoeling om de wetgeving inzake intellectuele eigendomsrechten in de EU en de VS te harmoniseren. Het TTIP maakt het mogelijk om een beperkt aantal belangrijke kwesties op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten die voor de EU en voor de VS van belang zijn, nader te bekijken, waardoor de onderlinge handel gemakkelijker wordt zonder dat deze voorschriften worden aangetast.

De Europese Commissie, de EU-lidstaten en het Europees Parlement zijn alle van oordeel dat de beslechting van geschillen tussen investeerder en staat een belangrijk instrument is om de investeerders uit de EU in het buitenland te beschermen.

Het feit dat een land een sterk rechtsstelsel heeft, betekent niet altijd dat buitenlandse investeerders op passende wijze worden beschermd. Een regering kan een investeerder onteigenen (bijvoorbeeld door nationalisatie) of wetgeving invoeren die zijn investeringen waardeloos maakt, bijvoorbeeld door plotseling een product te verbieden dat is vervaardigd in een fabriek die eigendom van een buitenlandse investeerder is, zonder enigerlei schadevergoeding, terwijl ze de door de binnenlandse ondernemers vervaardigde producten niet verbieden. Indien investeerders geen toegang hebben tot de plaatselijke gerechtelijke instanties of deze instanties een schadeclaim niet naar behoren kunnen behandelen, kunnen zij met hun claim nergens terecht. In zulke omstandigheden kan een geschillenbeslechtingsbepaling in een investeringsovereenkomst de investeerder zekerheid bieden, omdat hem zo een instantie wordt geboden waar hij een schadeclaim kan indienen.

Hoewel de EU en de VS ontwikkelde economieën zijn, kunnen investeerders nog altijd stuiten op problemen met hun investeringen die door hun binnenlandse gerechtelijke stelsels niet altijd doeltreffend kunnen worden behandeld. Daarom hebben bepalingen in het TTIP die de beleggers beschermen naar ons oordeel een duidelijke toegevoegde waarde. En aangezien het TTIP de twee grootste economieën ter wereld samenbrengt, is het verdrag maatgevend voor de toekomst.

De opneming van maatregelen om beleggers te beschermen, neemt niet weg dat regeringen nieuwe wetgeving kunnen aannemen, en leidt evenmin tot de intrekking van wetgeving. Hoogstens kan het ertoe leiden dat er compensatie moet worden betaald. De lidstaten van de EU hebben jarenlang regelgeving ingevoerd hoewel er al ongeveer 1 400 van zulke overeenkomsten zijn gesloten. Acht lidstaten hebben een investeringsovereenkomst met de Verenigde Staten. Deze overeenkomsten hebben hen er niet van weerhouden om bij de toetredingsonderhandelingen het hele acquis van de EU over te nemen. In ieder geval werkt de EU aan het verschaffen van nog meer duidelijkheid om ervoor te zorgen dat echte regelgeving niet met succes kan worden aangevochten.

De Europese Commissie erkent dat het stelsel voor verbetering vatbaar is en heeft zich zeer actief getoond bij het ontwikkelen van nieuwe VN-voorschriften voor transparantie voor geschillenbeslechting. In bilaterale handelsovereenkomsten waarvoor zij onderhandelingen voert, streeft de EU naar betere voorschriften, bijvoorbeeld als het gaat om de zeggenschap van de overheid over arbiters, een gedragscode voor arbiters enz.

Nee, absoluut niet. Het feit dat de EU en de VS hebben besloten om bilaterale onderhandelingen te beginnen, betekent niet dat wij geen waarde meer hechten aan een multilaterale aanpak waarbij zo veel mogelijk landen betrokken zijn. Wij hebben er hard aan gewerkt aan de overeenkomst op de vergadering van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Bali, waar 159 landen overeenstemming bereikten over maatregelen die grote voordelen brengen voor de wereldeconomie en vooral voor ontwikkelingslanden. Wat belangrijk is, is dat de overeenkomst op Bali de WTO en het multilaterale stelsel een impuls geeft en zal helpen om de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO — de zogenaamde Doha-ronde — weer vlot te trekken. Op dezelfde wijze kan het TTIP ook anderen aanmoedigen om de WTO-onderhandelingen nieuw leven in te blazen. Wanneer bovendien de EU en de VS in staat zijn om veel van hun voorschriften en normen te standaardiseren, zou dit als basis kunnen dienen voor het scheppen van mondiale voorschriften, met alle kostenbesparingen en economische voordelen die dit met zich mee zou brengen.

Voor het welslagen van handelsbesprekingen is een zekere vertrouwelijkheid nodig. Het is te vergelijken met een kaartspel, waarbij men de andere speler immers ook niet in de kaart laat kijken.

In de loop van de onderhandelingen zal de Europese Commissie echter blijven overleggen met brancheverenigingen, consumentenorganisaties, de industrie en andere vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld.

De Europese Commissie houdt de lidstaten — in de Raad — en het Europees Parlement op de hoogte van de ontwikkelingen. Aan het einde van de onderhandelingen zijn het deze twee instellingen – de Raad met vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten en het direct verkozen Europees Parlement — die de overeenkomst zullen goedkeuren of afwijzen.

Volgens de effectbeoordeling van de Europese Commissie is het totale milieu-effect van een TTIP met de VS naar verwachting gering. Zelfs als er sprake is van een sterke liberalisering, leidt dit slechts tot een zeer beperkte stijging van de CO2-emissies op wereldniveau. Ook wordt verwacht dat andere mogelijke negatieve neveneffecten van een TTIP - zoals meer afval, minder biodiversiteit en meer gebruik van natuurlijke hulpbronnen - grotendeels zullen worden gecompenseerd door de voordelen van meer handel in milieugoederen en -diensten.

Nu de onderhandelingen zijn begonnen, zal de Europese Commissie een duurzaamheidseffectbeoordeling voor handel (Trade SIA) starten. In die Trade SIA zal met name aandacht worden besteed aan de potentiële milieu- en sociale effecten van de TTIP. De beoordeling zal worden verricht door een onafhankelijke contractant en omvat een representatieve raadpleging van belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld in de EU en de VS. Deze raadpleging zal werkelijke kansen bieden voor overleg, de inwinning van informatie en de verspreiding van resultaten.

Nee. De EU en de VS hebben sinds lang erkend dat wij de gegevensbescherming op een verschillende manier regelen. De TTIP-onderhandelingen zijn echter niet de juiste gelegenheid om deze verschillen aan te pakken. Wij hebben reeds geschikte manieren uitgewerkt om trans-Atlantische gegevensstromen te verwerken – bijvoorbeeld de "Veilige haven"-overeenkomst. Bovendien voeren wij momenteel besprekingen met de VS over de toegang tot gegevens door handhavingsinstanties. Het doel is te komen tot een kaderovereenkomst ("Umbrella agreement") inzake gegevensbescherming om onze gezamenlijke inspanningen te versterken om terrorisme en ernstige criminaliteit te bestrijden. De TTIP heeft geen gevolgen voor deze besprekingen.

Nee, harmonisatie is niet aan de orde. De EU en de VS hebben beide veel normen en voorschriften. Wanneer die verschillen, kunnen zij leiden tot extra kosten voor de fabrikanten, bijvoorbeeld omdat zij afzonderlijke productielijnen moeten inzetten. Deze kosten worden uiteindelijk op de consument afgewenteld.

De TTIP-onderhandelingen hebben niet als doel dat de partijen elkaar overhalen om hun respectieve stelsels te veranderen, maar om manieren te vinden om de stelsels soepeler te laten functioneren. Vooral op het gebied van voertuigen, medische hulpmiddelen en farmaceutische producten is er behoefte aan convergentie van de regelgeving.