Contact  |  Zoeken   
Inleiding
Wetenschap & governance
Ethiek
Wetenschappelijk bewustzijn
Jeugd & wetenschap
Vrouwen & wetenschap
Actieprogramma
FP6 Calls
Wetenschap en Samenleving
Wetenschap en Samenleving Laatste updates Hoogtepunten Dokumente Links Contactgegevens Graphic element
 

2. Een wetenschapsbeleid dat dichter bij de burgers staat

2.1 Betrokkenheid van de civiele maatschappij

De Commissie streeft naar verbetering van de transparantie en het overleg tussen overheidsorganen en de civiele maatschappij, zoals wordt bepleit in het Witboek over Europese governance. Hiertoe zal zij een reeks minimumnormen goedkeuren, die door alle Commissiediensten op alle beleidsgebieden, inclusief onderzoek, moeten worden toegepast. Willen de burgers en de civiele maatschappij (1) volwaardige partners zijn in het debat over wetenschap, technologie en innovatie in het algemeen en over de totstandbrenging van de Europese Onderzoekruimte in het bijzonder, dan moeten ze niet alleen goed geïnformeerd zijn maar hun ideeën ook op de juiste plaats naar voren kunnen brengen.

De Commissie heeft de lidstaten reeds opgeroepen om discussies over innovatie tussen belanghebbenden – wetenschappers, de industrie, consumenten en overheidsinstanties – aan te moedigen, en voorts gewezen op het belang van samenhang tussen de maatregelen die de lidstaten daartoe nemen.

Versterking van het democratisch proces

Bepaalde landen van de Unie hebben bij hun nationale parlementen bureaus voor technologische beoordelingen opgezet die de parlementaire besluitvorming en de openbare discussie moeten vergemakkelijken. Op Europees niveau is het netwerk voor technologische evaluatie van het Europees Parlement (EPTA) het verzamelpunt voor gespecialiseerde instanties die nationale parlementen advies geven over mogelijke sociale, economische en milieueffecten van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. Het Europees Parlement heeft tevens een eigen evaluatie-eenheid opgezet met betrekking tot wetenschappelijke en technologische keuzes (STOA); deze eenheid is aangesloten bij het EPTA-netwerk.

Procedures voor de participatie van de civiele maatschappij

Een aantal lidstaten kent een lange traditie van participatieprocedures, zoals de in hoofdstuk 1 genoemde consensusconferenties en burgerpanels. Dergelijke procedures moeten ruimte bieden voor onderzoek en inhoudelijke discussie over belangrijke zaken van publiek belang, en de betrokken bevolkingsgroepen, belangengroepen en beleidsmakers met elkaar in contact brengen. Wetenschappers nemen eraan deel wanneer het betreffende onderwerp op de één of andere manier in verband staat met een wetenschappelijk oordeel. Zij geven een aanvulling op het formele besluitvormingsproces en kunnen ertoe bijdragen dat de weg wordt gebaand voor gezonde beleidsbeslissingen. Meer recentelijk zijn internetdiscussies over diverse thema's opgezet op nationaal en Europees niveau.

Om het onderzoekbeleid vorm te geven zijn diverse participatiemechanismen gebruikt. Op communautair niveau zijn de belanghebbenden, de gebruikers en de wetenschappelijke gemeenschap in toenemende mate betrokken bij de ontwikkeling en de uitvoering van het OTO-beleid. Een systematische en gestructureerde participatie is onlangs tot stand gekomen in de EAG's (expert advisory groups - er zijn twintig EAG's opgericht voor kernactiviteiten uit hoofde van het vijfde OTO-kaderprogramma.) en adviserende instanties, bijvoorbeeld de onlangs opgerichte EURAB (European Research Advisory Board - C (2001)531/EG, EURATOM van 27.6.2001). Daarnaast worden ad hoc-oplossingen gebruikt, zoals platforms, workshops en andere vormen van dialoog, waarin de belanghebbende partijen hun standpunten naar voren kunnen brengen. Deze ervaringen moeten nu echter worden verbreed en verdiept zodat alle sectoren van de civiele samenleving systematisch worden betrokken bij de besluitvorming in al haar fasen.

Actie 22

De Commissie zal door middel van workshops en netwerken een uitwisseling van informatie over de beste praktijken tussen lidstaten en regio's opzetten, met betrekking tot het gebruik van participatieprocedures voor nationaal en regionaal beleid.

Deze informatie-uitwisseling kan de aanleiding vormen tot bijkomende maatregelen met betrekking tot pan-Europese vraagstukken in verband met wetenschap en technologie. Het kan hierbij gaan om interacties tussen deelnemers aan nationale evenementen en eventueel het opzetten van participatieprocedures op Europees niveau (2).

Specifieke evenementen voor de Europese onderzoekruimte

De Commissie organiseert vaak zelf openbare discussies als voorbereiding voor beleidsinitiatieven. Een recent voorbeeld daarvan, waarbij het ging om onderzoek en technologische toepassingen, is de voorbereiding van een strategische visie op de biowetenschappen en -technologie. Deze raadpleging werd vergemakkelijkt door de publicatie van een gedetailleerd discussiestuk, een dialoogplatform op internet en een conferentie van betrokkenen die plaatsvond in september 2001. Kort daarna heeft de Commissie in de context van de Europese onderzoekruimte een ronde tafel over GMO's georganiseerd, waar Europese onderzoekers op het gebied van bioveiligheid en andere belanghebbenden, zoals consumentenorganisaties, nationale overheidsinstanties en de industrie, zijn samengebracht om ervoor te zorgen dat veilig gebruik van genetisch gemodificeerde organismen wordt ondersteund door de meest recente kennis.

Actie 23

De Commissie zal regelmatig evenementen organiseren (in de vorm van openbare hoorzittingen, consensusconferenties en interactieve elektronische forums (bijvoorbeeld over CORDIS, de communautaire informatiedienst over onderzoek en ontwikkeling: http://cordis.europa.eu/home.html) om de participatie van de civiele maatschappij mogelijk te maken met betrekking tot specifieke thema's (biotechnologie, milieu, informatietechnologie, gezondheid, innovatie enz.), en dit in samenwerking met het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.


(1) Organisaties uit de civiele maatschappij zijn gedefinieerd als organisaties waarvan de leden doelstellingen en verantwoordelijkheden hebben die van algemeen belang zijn, en die optreden als bemiddelaars tussen de overheid en de burgers. Hierbij kan het gaan om vakbonden en werkgeversorganisaties ("sociale partners"); niet-gouvernementele organisaties, beroepsorganisaties; liefdadigheidsorganisaties; basisorganisaties; organisaties van burgers die actief zijn op plaatselijk en gemeentelijk niveau, kerken en religieuze gemeenschappen.

(1) Op 22 juni 2001 heeft de Commissie bijvoorbeeld een voorstel voor een nieuw actieprogramma aangenomen om tussen 2002 en 2006 financiële steun te geven aan Europese niet-gouvernementele organisaties (NGO's) die vooral actief zijn op het gebied van milieubescherming - COM(2001)337. Hierdoor wordt ook de betrokkenheid van NGO's in alle fasen van de beleidsvorming systematisch bevorderd.

 

<< vorige
terug naar index
volgende >>
 
Line
     
Laatste updates | Hoogtepunten | Documenten | Links | Contactgegevens bovenkant pagina