Contact  |  Zoeken   
Inleiding
Wetenschap & governance
Ethiek
Wetenschappelijk bewustzijn
Jeugd & wetenschap
Vrouwen & wetenschap
Actieprogramma
FP6 Calls
Wetenschap en Samenleving
Wetenschap en Samenleving Laatste updates Hoogtepunten Dokumente Links Contactgegevens Graphic element
 

1.2   Wetenschappelijk onderwijs en wetenschappelijke carrières

In een kennismaatschappij is het vanuit democratisch oogpunt van belang dat een bepaalde wetenschappelijke en technische cultuur deel uitmaakt van de algemene ontwikkeling van de burgers (1). Het verwerven van die cultuur en het bijwerken ervan zijn even onontbeerlijk geworden als het leren lezen, schrijven en rekenen. Naast die algemene kennis moet Europa ook kunnen beschikken over een reservoir van wetenschappers waarmee het de gewenste sociaal-economische ontwikkeling kan bewerkstelligen. Dit is vandaag de dag niet het geval. Daarom moet, enerzijds, de belangstelling van de jeugd – jongens en meisjes   – voor de wetenschap worden gestimuleerd, door iedere leerling de vereiste basiskennis voor actief burgerschap ten aanzien van wetenschappelijke keuzes bij te brengen, terwijl anderzijds jongeren moeten worden aangespoord om voor een wetenschappelijke carrière te kiezen. Volwassen burgers die zich op latere leeftijd beginnen te oriënteren in deze richting, moeten eveneens worden aangemoedigd om een wetenschappelijke carrière te volgen.

Daarnaast moet ervoor worden gezorgd dat degenen die reeds met een wetenschappelijke carrière bezig zijn, hun enthousiasme en motivatie kunnen bewaren en mogelijkheden krijgen om zich verder te ontwikkelen zonder dat ze het wetenschappelijk werk moeten opgeven ten gunste van een ander type carrière. Hiervoor is niet alleen de overheid verantwoordelijk. Als de private actoren hun verantwoordelijkheid in deze niet ten volle willen opnemen en er niet voor zorgen dat de vooruitzichten en de salarissen aantrekkelijk genoeg zijn, kunnen er geen concrete resultaten worden geboekt.

Prioritaire doelstelling “Wiskunde, wetenschap en technologie”

De werkgroep voor de prioritaire doelstelling “Wiskunde, wetenschap en technologie” is met haar werkzaamheden begonnen; deze zijn erop gericht meer mensen te laten kiezen voor wetenschappelijke en technische richtingen. Daarbij staan 4 punten centraal: stimuleren van de belangstelling voor wiskunde, wetenschap en technologie op jonge leeftijd; meer jongeren motiveren voor een studie of loopbaan op het gebied van wiskunde, wetenschap en technologie, met name een carrière in het onderzoek en in wetenschappelijke disciplines waar een tekort aan gekwalificeerd personeel bestaat, met het oog op de korte en middellange termijn; verbetering van het genderevenwicht onder studenten wiskunde, wetenschap en technologie; zorgen voor voldoende gekwalificeerde docenten op het gebied van wiskundige, wetenschappelijke en technologische onderwerpen.

Wetenschap en Europese doelstellingen voor onderwijs en opleiding

Er bestaat een natuurlijke complementariteit tussen de totstandbrenging van de Europese Onderzoekruimte en die van de Europese ruimte voor het hoger onderwijs. Om synergieën te bevorderen, moet de Commissie zorgen voor samenhang en convergentie van de activiteiten die in deze twee verbanden plaatsvinden.

In overeenstemming met het mandaat van de Top van Lissabon, heeft de Commissie in samenwerking met de lidstaten getracht de toekomstige doelstellingen van de Europese onderwijssystemen voor de komende jaren duidelijk af te bakenen (“De concrete doelstellingen van de onderwijsstelsels” COM(2001)59 def. van 31 januari 2001). In dat verband is op 12 februari 2001 een verslag over de concrete doelstellingen van onderwijs- en opleidingsstelsels (verslag van de Raad over de concrete doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels, 5980/01 EDUC 18) goedgekeurd door de Raad Onderwijs en vervolgens aangenomen door de Europese Raad van Stockholm. De Commissie en de Raad zullen een gezamenlijk verslag indienen bij de Europese Raad van Barcelona van 2002, waarin een gedetailleerd werkprogramma is opgenomen.

Met behulp van de open coördinatiemethode, die de Raad van Lissabon heeft bepleit, werkt een aantal werkgroepen reeds aan de drie prioritaire doelstellingen: de ontwikkeling van vaardigheden voor de kennismaatschappij, de toegang tot informatie- en communicatietechnologieën voor iedereen en het stimuleren van de keuze voor een wetenschappelijke of technologische richting.

Actie 11

In 2002 zal een begin worden gemaakt met de werkzaamheden in verband met twee andere doelstellingen die nauw verband houden met wetenschap en samenleving: bevordering van actief burgerschap, gelijkheid van kansen en genderdimensie en de sociale samenhang; en versterking van de banden tussen het actieve leven, onderzoek en de samenleving in haar geheel.

De thematiek wetenschap en samenleving in de Europese ruimte voor hoger onderwijs

De instellingen voor hoger onderwijs, met name de universiteiten – de natuurlijke omgeving van wetenschap, onderwijs en kennisoverdracht – worden sinds enkele jaren geconfronteerd met ingrijpende ontwikkelingen die hun openheid naar, en de wisselwerking met de samenleving vergaand beïnvloeden, zowel op lokaal als op mondiaal niveau. Op Europees niveau zijn recentelijk diverse initiatieven genomen om dit verschijnsel aan te moedigen; hierbij gaat het in toenemende mate om een transnationale dimensie (netwerken, mobiliteit, partnerschappen) en een intensivering van de dialoog met de universiteiten en de hen omringende samenleving.

Actie 12

Samen met haar partners uit de academische wereld en de Universitaire Raad van de Jean Monnet-actie (2) zal de Commissie de mogelijkheid onderzoeken om het thema “wetenschap, samenleving en Europese integratie” onder te brengen bij een Jean Monnet-leerstoel, naast meer klassieke disciplines zoals rechten, economie, politieke wetenschappen en geschiedenis.

In het kader van het proces van Bologna, dat op 19 juni 1999 is geïnitieerd door de Ministers van onderwijs van 29 Europese landen, worden de actieprioriteiten vastgesteld met het oog op de totstandbrenging van een Europese ruimte voor hoger onderwijs. Door dit proces moet enerzijds de vergelijkbaarheid, de transparantie en de duidelijkheid van kwalificaties universitaire trajecten worden verbeterd, terwijl anderzijds de universiteiten erdoor moeten worden aangemoedigd om de nieuwe uitdagingen van de kennismaatschappij op te pakken: levenslang leren, versterking van de Europese en de internationale dimensie, kwaliteit van onderwijs en diensten en rekening houden met specifieke plaatselijke kenmerken bij het opzetten van studieprogramma's.

Wat de opleiding van wetenschappers betreft, moet er met name voor worden gezorgd dat de behoefte aan vaardigheden op gebieden als onderzoekbeheer (met name op Europees niveau), recht (intellectuele eigendom, ethische aspecten, enz.) en communicatie (met name naar het publiek toe), die bij de uitoefening van een wetenschappelijk beroep van groot belang kunnen zijn, voldoende aandacht krijgen.

Actie 13

In het kader van het proces van Bologna zal de ontwikkeling van Europese cursussen op het gebied van wetenschap, technologie en hun historische, culturele en economische omgeving bevorderd worden door de oprichting van samenwerkingsnetwerken.

Het communautaire programma SOCRATES– en met name de Erasmus-actie daarvan – draagt bij aan het Bologna-proces door de opening die op Europees niveau tot stand wordt gebracht voor instellingen voor hoger onderwijs, studenten en docenten. Met name de thematische netwerken van Erasmus zijn pan-Europese partnerschappen waarin fora worden opgezet waar hogere onderwijsinstellingen en andere relevante organen (associaties (Europese), beroepsorganisaties, NGO’s, IGO’s, enz.) toekomstgericht nadenken over kwesties betreffende hun studiegebieden.

Actie 14

STEDE (Science Teacher Education Development in Europe), een thematisch netwerk van Erasmus, werkt aan de inventarisatie van de meest relevante en recente bevindingen op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en didactiek, om deze te vertalen in doelmatig lesgeven en leren. STEDE zal zich ook gaan bezighouden met de beoordeling van lesgeven en leren op het gebied van wetenschappelijke cultuur en ontwikkeling. Bovendien zal het zich bezighouden met de specifieke behoeften van wetenschapsdocenten, waarbij de bijzondere kenmerken van de disciplines en de culturele verschillen in de Europese Unie en de met het Socrates-programma geassocieerde landen centraal staan.

Wat is “Physics on Stage”?

Physics on Stage was één van de initiatieven die in het kader van de Europese week voor wetenschap en technologie 2000 zijn opgezet. In de loop van 2000 heeft een groot aantal nationale activiteiten plaatsgevonden om de aandacht te vestigen op bijzondere projecten en personen op het gebied van natuurkundeonderwijs. In 22 Europese landen werden nationale stuurgroepen opgezet die de beste projecten moesten selecteren; deze kwamen vervolgens bijeen op een vijfdaags festival bij CERN in Genève, tijdens de wetenschapsweek van 6 tot 10 november 2000. Naast een natuurkundebeurs, demonstraties en presentaties, besprak een aantal werkgroepen belangrijke vragen in verband met het huidige natuurkundeonderwijs in Europa. Het project was een initiatief van de Europese organisatie voor kernonderzoek (CERN), het Europees Ruimte­agentschap (ESA) en de Europese zuidelijke sterrenwacht (ESO).

Ontwikkeling en verspreiding van nieuwe didactische instrumenten

De onderwijsmethodes in het algemeen, en die in de wetenschappelijke vakken in het bijzonder, hebben grote invloed op de houding van jongeren tegenover de exacte wetenschappen. Daarom is het van belang dat op Europees niveau didactische methodes waarmee de belangstelling van jongeren voor de wetenschap wordt gestimuleerd, worden ontwikkeld en getest. Dit kan gebeuren door middel van innoverende interdisciplinaire programma's die speciaal voor jongeren in het lager en middelbaar onderwijs aantrekkelijker zijn gemaakt.

Actie 15

De Commissie steunt in samenwerking met de lidstaten projecten voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van didactiek, die speciaal zijn gericht op wetenschap en technologie. De verspreiding van de resultaten zal worden bevorderd door uitwisseling van ervaringen tussen docenten, conferenties en openbare discussies over onderwijs in wetenschap en technologie. Via internetsites zal nuttige informatie aangeboden worden.

Voordelen van acties en werkzaamheden in verband met SOCRATES

Andere initiatieven, zoals het SOCRATES-programma (met name de Minerva-actie) en mediacampagnes zoals Netd@ys (in 2000 waren er ongeveer 300 Netd@ys-projecten, waaraan 150.000 organisaties uit 85 landen deelnamen; de Europese Netd@ys-website werd meer dan 8 miljoen maal bezocht) (internetweek) of eSchola (week waarin innoverend gebruik van internet op scholen centraal staat) kunnen eveneens een bijdrage aan deze verspreiding leveren. Dit soort initiatieven is speciaal gericht op de ontwikkeling van projecten met een hoog didactisch gehalte, ondersteund door adequate educatieve middelen. Eén van hun belangrijkste doelstellingen is inzicht te krijgen in de mogelijkheden van het gebruik van nieuwe media (internet, videoconferenties, nieuwe audiovisuele middelen, enz.) als onderwijs- en leerinstrument.

Om degelijk onderwijsmateriaal met betrekking tot wetenschap te ontwikkelen en leerlingen de rol te geven van “jonge onderzoekers” kunnen tussen verschillende disciplines heen partnerschappen worden bevorderd. Hieraan zou kunnen worden deelgenomen door onderwijsinstellingen en door jeugd- en culturele organisaties en andere organisaties die actief zijn op het gebied van wetenschap.

Actie 16

In 2002 wordt speciale aandacht gegeven aan het onderwijs in de exacte vakken op school. Het is de bedoeling dat samenwerkingsprojecten worden opgezet waaraan wordt deelgenomen door actoren uit de wereld van onderzoek en onderwijs. Er moet met name worden gestreefd naar een grote bekendheid van bestaande onderwijs- of onderzoekprojecten, zoals eSchola, WEEST (Women Education and Employment in Science and Technology), Netd@ys of de Comeniusweek.

Mobiliteit van studenten en onderzoekers

Door een nieuwe reeks mogelijkheden, gaande van beurzen voor studenten tot financiële prikkels over de gehele loopbaan van onderzoekers, komt geleidelijk een mobiliteitscultuur voor onderzoekers in Europa tot stand. Dit kan indirect bijdragen aan een betere perceptie van de wetenschap (zie in dit verband de maatregelen die zijn voorgesteld in de mededeling Een mobiliteitsstrategie voor de Europese Onderzoekruimte, COM(2001)331 def. van 20 juni 2001) en een positiever beeld van wetenschappelijke carrières bij het publiek. Om dit verder te ondersteunen worden in het kader van een Europese ruimte voor permanente educatie specifieke actievoorstellen gedaan om de mobiliteit van burgers te bevorderen en het leren in heel Europa aan te moedigen en er gebruik van te maken.

Er zal een Europees netwerk van mobiliteitscentra worden opgericht. Dit moet ter plaatse bijstand kunnen verlenen aan onderzoekers en hun families, en uitgebreide voorlichting kunnen geven over programma's, financiering en vacatures op Europees niveau.

Actie 17

De Europese mobiliteitscentra moeten, binnen de grenzen van hun mogelijkheden, zorgen voor de integratie van de voorlichtings- en bewustmakingscampagnes voor het publiek in het algemeen en jongeren in het bijzonder.

Voorlichting over studies en wetenschappelijke carrières

Er is momenteel een tekort aan vergelijkende informatie over de wetenschappelijke en technische inhoud van studies en over de wetenschappelijke en technologische carrières die in de landen van de Unie kunnen worden gevolgd. Dit gebrek aan informatie is schadelijk voor communautaire en nationale besluitvorming die moet leiden tot een betere integratie van de systemen voor onderwijs, onderzoek en innovatie in Europa.

Actie 18

De Commissie zal tezamen met de lidstaten onderzoeken wat de beste manier is om een Europese vergelijkende beoordeling op te zetten op het gebied van wetenschappelijke en technologische studies en carrières, en om een netwerk op te zetten van nationale instellingen die de nodige gegevens moeten verzamelen.

De verspreiding van deze gegevens moet jongeren in staat stellen een betere studie- en loopbaankeuze te maken, en kan bovendien nuttig zijn voor het onderwijsbeleid en onderwijsinstellingen bij de aanpassing van hun programma's. Om lerende jongeren en volwassenen te ondersteunen bij hun opleidings- en carrièrekeuze, zijn in de mededeling van de Commissie “Een Europese ruimte voor levenslang leren realiseren” verschillende concrete initiatieven voorgesteld. Op voorlichtingsgebied gaat het hierbij om het opzetten van een Europese portaalsite over leermogelijkheden in heel Europa.


(1) “Basisvaardigheden” zijn de vaardigheden en competenties die men nodig heeft om goed te kunnen functioneren in de maatschappij van vandaag, en die moeten zijn ontwikkeld voor het eind van de verplichte scholing of opleiding, maar die door permanente educatie op peil kunnen worden gehouden. Het aanbrengen van basisvaardigheden voor alle burgers wordt als prioritair gebied genoemd in het verslag over de concrete toekomstdoelstellingen van onderwijs- en opleidingssystemen, en in de mededeling van de Commissie “Een Europese ruimte voor levenslang leren realiseren” (COM(2001)678 def. van 21 november 2001).

 (2) De Universitaire Raad is het academisch orgaan dat de Commissie bijstaat bij de academische en wetenschappelijke follow-up van de Jean Monnet-projecten. De Universitaire Raad is ingesteld bij het besluit van de Commissie betreffende de Jean Monnet-actie. Zijn huidige voorzitter is de heer José María Gil-Robles.

 

<< vorige
terug naar index
volgende >>
 
Line
     
Laatste updates | Hoogtepunten | Documenten | Links | Contactgegevens bovenkant pagina