FP7 – De prioriteiten
De prioriteiten in FP7 zijn vervat in verschillende specifieke programma's:
Samenwerkingsprogramma – De kern van FP7
De kern van FP7 en zijn veruit grootste component, het samenwerkingsprogramma,
moedigt samenwerkend onderzoek over heel Europa en andere partnerlanden aan,
volgens verschillende belangrijke thematische gebieden.
Deze thema’s zijn:
- gezondheid;
- voeding, landbouw en visserij-industrie en biotechnologie;
- informatie- en communicatietechnologieën;
- nanowetenschappen, nanotechnologieën, -materialen en nieuwe productie -
technologieën;
- energie;
- milieu (inclusief klimaatverandering);
- vervoer (inclusief
luchtvaart);
- sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen;
- ruimtevaart
- veiligheid
Dit programma bevat ook de nieuwe gezamenlijke technologie-initiatieven die gedreven
worden door de industrie, multigefinancierde acties op grote schaal, in bepaalde gevallen
ondersteund door een mix van publieke en private financiering. Andere hoogtepunten
van dit programma zijn de coördinatie van onderzoeksprogramma’s niet uitgaande van de
Gemeenschap, die er op gericht zijn Europese nationale en regionale onderzoeksprogramma’s
dichter bij elkaar te brengen (bijv. ERA-NET) en de risicodelende financieringsfaciliteit.
Speciale aandacht wordt ook geschonken aan multidisciplinair en themaoverschrijdend
onderzoek, inclusief het gezamenlijk indienen van voorstellen tussen thema’s.
Ideeënprogramma – en de Europese Onderzoeksraad (EOR)
Het ideeënprogramma wordt voor de eerste keer een EU-kaderonderzoeksprogramma
dat zuiver, diepteonderzoek op de grenzen van wetenschap en technologie financiert,
onafhankelijk van thematische prioriteiten. Naast het dichter samenbrengen van dergelijk
onderzoek naar de conceptuele bron, is het vlaggenschipprogramma FP7 een erkenning
van de waarde van basisonderzoek voor de economische en sociale welvaart van de
samenleving.
Het ideeënprogramma is op unieke wijze flexibel in zijn
benadering van het EU-onderzoek, omdat het voorgestelde
onderzoeksprojecten enkel beoordeelt op basis van hun
uitmuntendheid, zoals die beoordeeld wordt door peer review.
Het programma wordt geïmplementeerd door de nieuwe Europese
Onderzoeksraad (EOR) die bestaat uit een wetenschappelijke
raad (om wetenschappelijke strategie te plannen, het
werkprogramma op te zetten, kwaliteitscontrole uit te voeren
en informatieactiviteiten te verrichten) en een implementerend
agentschap (administratie, ondersteuning voor aanvragers, voorstel
geschiktheid, subsidiebeheer en praktische organisatie).
Onderzoek mag worden uitgevoerd op elk gebied van de
wetenschap of technologie, inclusief techniek, sociaal-economische
wetenschappen en de geesteswetenschappen. Speciale nadruk
wordt gelegd op de opkomende en snel groeiende gebieden aan de
grenzen van de kennis en op disciplinair onderzoek over gebieden
heen. Anders dan bij het samenwerkingsprogramma is er geen
verplichting ten aanzien van partnerschappen over de grens.
Voor meer informatie, zie erc.europa.eu
Het „mensen”-programma – Stimuleren van loopbanen
in Europees onderzoek
Het mensenprogramma biedt een belangrijke ondersteuning aan
onderzoeksmobiliteit en loopbaanontwikkeling, zowel voor onderzoekers
binnen de Europese Unie als daarbuiten. Het programma
wordt geïmplementeerd via een samenhangende set
van Marie Curie-acties, ontworpen om onderzoekers te helpen
hun vaardigheden en competenties gedurende hun volledige
loopbaan op te bouwen.
Het programma omvat activiteiten zoals opleiding voor beginnende
onderzoekers, ondersteuning voor levenslange opleiding en
ontwikkeling via transnationale Europese betrekkingen en andere
acties, en via partnerschappen tussen de industrie en de
academische wereld. Een internationale dimensie met partners
buiten de EU is de verdere ontwikkeling van de loopbanen
van EU-onderzoekers, door het creëren van internationale
inkomende en uitgaande betrekkingen om de samenwerking met
onderzoeksgroepen buiten Europa te bevorderen.
Capaciteitenprogramma – Bouwen aan een kenniseconomie
Het capaciteitenprogramma is ontworpen om de kenniscapaciteiten te helpen verstevigen
en optimaliseren die Europa nodig heeft indien het een kennisgedreven economie
wil worden. Door het verstevigen van het onderzoeksvermogen, de innovatiecapaciteit
en het Europees concurrentievermogen, stimuleert dit programma het volle
onderzoekspotentieel en de kennisbronnen van Europa.
Het programma omvat zes specifieke kennisgebieden, inclusief onderzoeksinfrastructuren,
onderzoek ten voordele van de KMO’s, kennisregio’s, onderzoekspotentieel, wetenschap
in de samenleving en internationale samenwerkingsactiviteiten.
Nucleair onderzoek
Dit specifieke programma bestaat uit twee delen – het eerste deel richt zich op kernfusie
en de internationale ITER-onderzoeksfaciliteit die in Europa zal gebouwd worden.
De doelstellingen zijn het ontwikkelen van een kennisbasis over kernfusie en het
realiseren van de experimentele ITER-fusiereactor. ITER is klaar om het grootste
onderzoeksproject op aarde te worden.
Het tweede deel van het programma omvat nucleaire veiligheid, afvalbeheer voor
kernsplitsingsfaciliteiten en bescherming tegen straling. De activiteiten van het
Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (GCO) op dit gebied omvatten het
ontwikkelen van een Europees standpunt ten aanzien van het beheer en de
verwijdering van radioactief afval op Europees niveau, het instandhouden van een veilige
exploitatie van nucleaire faciliteiten en het ondersteunen van verder onderzoek naar
kernenergie. Voor meer informatie over deze en andere activiteiten van het GCO,
zie www.jrc.ec.europa.eu
Voor meer informatie over de in deze brochure behandelde inhoud,
zie cordis.europa.eu/
Naar boven |