BELANGRIJKE JURIDISCHE KENNISGEVING - Op de informatie op deze site is een verklaring van afwijzing van aansprakelijkheid en een verklaring inzake het auteursrecht van toepassing.
 
European Flag    Europa Graphic element De Europese Commissie Graphic element OnderzoekGraphic elementWhat is Europe doing?
Wat doet Europa?

Mens en machine

Terug Inhoudsopgave Verder
Terug Inhoudsopgave Verder

Benzinestations waar de klant zichzelf bedient. Grote warenhuizen waar de consument zelf zijn levensmiddelen afweegt en verpakt. Thuisbankieren per computer, zonder dat men nog naar zijn bank behoeft te gaan. Dat alles is al dagelijkse realiteit geworden.
En morgen? Zullen we te maken krijgen met scholen zonder leraren, kantoren zonder employés, fabrieken zonder arbeiders? En wat gaat er gebeuren als de technologiemachine dol begint te draaien en alle werkgelegenheid vernietigt waar zij wordt ingezet? Fictie of realiteit?
Sinds de wereld bestaat, of liever sinds de opkomst van de industriële maatschappij zijn er debatten en polemieken gevoerd over de technische vooruitgang en de werkgelegenheid.
Voor sommigen staat het vast dat de machine op den duur de mens zal vervangen en dat de werkloosheid met name daardoor veroorzaakt wordt. De geschiedenis heeft deze pessimisten ongelijk gegeven. De wetenschappelijke vooruitgang heeft immers sinds de industriële revolutie een opmerkelijke productiviteitsstijging veroorzaakt. De ondernemingen gingen beter concurreren, de groei is toegenomen en er is een heel scala aan nieuwe producten en diensten ontstaan, die in veel gevallen ook nog een stuk goedkoper werden. Al deze factoren vormden een geweldige stimulans voor de werkgelegenheid.
Maar het is ook een feit dat de technologie door de productiviteitsstijging en de arbeidsbesparing die daardoor wordt opgeleverd geleid heeft tot de verdwijning van bepaalde soorten werkgelegenheid of tot inkrimping van de werkgelegenheid in bepaalde sectoren. Om ervoor te zorgen dat de technologie volledig tot haar recht komt, moet de bovenstaande wisselwerking absoluut een positief saldo opleveren: dat is per slot van rekening waar het allemaal om draait!

De handicaps die moeten worden overwonnen

Laten we eens even stil staan bij Europa. De landen en regio´s met de meeste werkloosheid zijn ook de landen en regio´s waar men in technisch opzicht de minste vooruitgang heeft geboekt.
Het contrast wordt nog duidelijker wanneer men de Europese Unie vergelijkt met de Verenigde Staten en Japan, onze voornaamste concurrenten in de wereld. In die landen zijn de werkloosheidsproblemen niet zo groot. Maar er wordt veel meer geïnvesteerd in onderzoek en technologische ontwikkeling dan op ons eigen continent. Er schijnt wel degelijk een causaal verband tussen deze feiten te bestaan.
Naast deze relatief geringe investeringen komt dan nog de versnippering van de gedane inspanningen. Europa kent een verbrokkeling van de acties op onderzoekgebied en een te weinig gecoördineerd beleid.
De Europese Unie beschikt stellig over onderzoekers met grote kwaliteiten. Maar één van haar zwakke punten is dat de behaalde technologische successen moeizaam vertaald kunnen worden in industrieproducten en succes op commercieel gebied. In andere woorden: Europa heeft te weinig innovatiecapaciteit.

Belangrijke verschillen

  • De Europese Unie besteedt 2% van haar BNP aan onderzoek en ontwikkeling, terwijl dat in de VS en Japan bijna 3% bedraagt. In deze twee landen telt men acht onderzoekers op 1000 leden van de actieve bevolking, terwijl dat er in Europa slechts vijf zijn.

  • Wanneer men alle publieke en privé-uitgaven samentelt, wordt er in Europa per inwoner een bedrag van 302 euro in onderzoek en ontwikkeling geïnvesteerd; dit bedrag ligt op 493 euro in de VS en op 627 euro in Japan.

  • 38% van alle wetenschappelijke publicaties zijn van Europese oorsprong. Maar tegelijkertijd vinden we in de Unie slechts een achtste van alle octrooien in de wereld.

Onderzoekers zonder grenzen
De Europese Commissie heeft een programma voor de opleiding en mobiliteit van onderzoekers op poten gezet. Zo financiert de Commissie stages voor periodes van zes maanden tot drie jaar in andere Europese landen voor onderzoekers die jonger zijn dan 35 jaar. Van 1996 tot 1998 hebben 6.000 jonge onderzoekers van deze mogelijkheid gebruik gemaakt om zodoende meer kansen voor zichzelf te creëren. Deze buitenlandse werkervaring die door mensen van verschillende disciplines wordt opgedaan, leidt tot meer contacten tussen universiteiten en bedrijven en is een stimulans voor het ontstaan van netwerken voor transnationale samenwerking.

 
Terug Inhoudsopgave Verder
Terug Inhoudsopgave Verder
  Graphic element Zoekfunctie Top