De
feiten
Aardbevingen
maken van alle de natuurrampen verreweg de meeste slachtoffers. Sinds
1976 zijn er 340.000 mensen bij omgekomen en gemiddeld zijn er sinds
het begin van de eeuw bij aardschokken zo'n 20.000 doden per jaar gevallen.
Een derde van alle mensen op aarde woont in een zone die als "risicogebied"
wordt beschouwd.
De afgelopen 15 jaar zijn er bij aardbevingen in de landen van de Europese
Unie bijna 5.000 dodelijke slachtoffers gevallen. In 1980 wordt Zuid-Italië
getroffen door een verschrikkelijke aardschok: er zijn 4.580 doden te
betreuren en 250.000 mensen raken dakloos. Verser in het geheugen liggen
de aardbevingen die in 1995 de Griekse regio Grevena en in 1997 Assisi
in Italië hebben getroffen en daar veel materiële schade en
menselijk leed hebben veroorzaakt.
Aardbevingen zijn een verschijnsel van alle tijden. Er zijn echter twee
redenen waarom de gevolgen nu ernstiger lijken te zijn. In de eerste
plaats is de bevolkingsdichtheid groter, ook in de gebieden waar de
risico's het grootst zijn. Daarnaast moet er rekening worden gehouden
met nieuwe industriële installaties die bij een ramp kwetsbaar
kunnen blijken te zijn, zoals gas- of olieleidingen, stuwdammen of bepaalde
chemische fabrieken.
Wat
er gedaan wordt
De
Europese Commissie heeft op dit gebied al heel wat activiteiten ontplooid.
Sinds 1987 heeft zij financiële steun gegeven aan zo'n vijftig
onderzoeksprojecten op het gebied van aardbevingen. Net als bij de andere
natuurrampen wordt prioriteit gegeven aan een multidisciplinaire aanpak:
alle knowhow en alle relevante wetenschappelijke disciplines worden
ingezet. Bij dit onderzoek kunnen er verschillende strategische doelstellingen
zijn. In sommige gevallen wordt er gewerkt aan een verfijning van de
methoden om aardbevingen te voorspellen en in deze sector is er nog
veel werk aan de winkel. Waar en wanneer dreigt een aardbeving toe te
slaan? Hoe lang kan hij duren? Hoe hevig zal hij zijn? In andere projecten
wordt gewerkt aan methoden voor steviger huizen en andere bouwwerken,
zodat deze beter bestand zijn tegen de schokgolven.
In 1996 heeft de Commissie de hoofdlijnen uitgezet voor een echt Europees
"strijdplan" dat moet zorgen voor een betere bescherming van
de burgers van de Unie tegen de risico's van aardschokken. Daarin wordt
er bij de lidstaten op aangedrongen hun informatie- en communicatiesystemen
te verbeteren, de internationale samenwerking (met name met Japan) uit
te breiden en systematischer gebruik te maken van Eurocodes, het voor
de bouw opgezette systeem met aardbevingsbestendige normen.
|

Leidingen die niet breken
VULPIP bestudeert de sterkte van ondergrondse gas- en waterleidingen
op basis van twee praktische experimenten in Griekenland en Frankrijk.
In dit project wordt bekeken wat de gevolgen zijn van de voortplanting
van seismische golven langs deze leidingen. Deze gevolgen kunnen
nog heel ver van het epicentrum van de aardbeving merkbaar zijn.
Daarnaast wordt onderzocht welke materialen en koppelingen moeten
worden gekozen om te voorkomen dat de pijpleidingen bij een ramp
breken. Een breuk in een leiding kan namelijk weer tot een ander
soort ramp leiden...

Bescherming van historische steden
Het TOSQA-project is gericht op de bescherming
van bepaalde historische stadscentra in "risicogebieden"
tegen de gevolgen van aardbevingen. Daarbij wordt uitgegaan van een
vergelijkend onderzoek in vier steden: Napels en Castiglione Causeria
(Italië), Rhodos (Griekenland) en Lissabon (Portugal). Op basis
van een experiment in Lissabon is bijvoorbeeld een nieuw systeem ontwikkeld
(op grotere schaal) voor de bescherming van de gevels van kwetsbare
gebouwen.
Een proeflocatie bij Thessaloniki
Op 30 kilometer van Thessaloniki (in het noorden van Griekenland)
is in een heel aardbevingsgevoelig gebied een wetenschappelijke proef
opgezet. Bij dit project, dat de naam EUROSEISTEST
heeft gekregen, worden over een lange periode de verschillende seismische
bewegingen geanalyseerd. Dit levert waardevolle informatie op over
de wisselwerking tussen het gedrag van de bodem en de verschillende
constructies. Daaruit zullen conclusies kunnen worden getrokken over
met name de effecten van seismische bewegingen op gebouwen, die zonder
meer ook van toepassing zijn op andere analoge stedelijke gebieden
in Europa.
|