BELANGRIJKE JURIDISCHE MEDEDELING - Voor de informatie op deze site gelden eenclausule van niet-aansprakelijkheiden een verklaring betreffende het auteursrecht
  Europese Commissie > Regionaal beleid


Newsroom Newsroom Commissioner Debate Issues Directorate General

Glossarium | Zoeken | Contact | Mailing lists
 
Panorama Inforegio

Het kwartaaltijdschrift van de betrokkenen bij regionale ontwikkeling

Inhoud
4 / 10


Ter verduidelijking De omschakelingsgebieden in de Europese Unie

Voor de periode 2000-2006 is het aantal prioritaire doelstellingen van de Structuurfondsen teruggebracht tot drie, om de steun de concentreren op gebieden die er het meest behoefte aan hebben. Eťn van deze doelstellingen, de tweede, betreft met name de zones die zich in een proces van sociaal-economische omschakeling bevinden. De 12 nationale kaarten met betrekking tot de zones die in aanmerking kunnen komen voor steun uit hoofde van Doelstelling 2 zijn goedgekeurd door de Europese Commissie.



Keuzecriteria

Aan de hand van welke criteria besluit de Commissie dat een bepaalde zone voor financiering uit hoofde van Doelstelling 2 in aanmerking komt? Dat is vrij eenvoudig.

Doelstelling 2 (periode 2000-2006) omvat de vroegere Doelstellingen 2 (omschakeling van industriegebieden met afnemende economische activiteit) en 5b (plattelandsontwikkeling), en gaat zelfs nog verder: ook stedelijke gebieden en van de visserij afhankelijke gebieden vallen onder deze doelstelling.

Aangezien men de steun wil concentreren op de gebieden die er het slechtst voor staan, is bepaald dat maximaal 18% van de Europese bevolking in aanmerking komt voor acties in het kader van Doelstelling 2. De Europese Commissie heeft, rekening houdend met dit maximum, voor de 12 betrokken landen bepaald welke bevolkingsaantallen potentieel in aanmerking komen.

De gebieden van de drie overige landen (Griekenland, Portugal en Ierland) vallen namelijk volledig onder Doelstelling 1 (voor de hele periode of tijdelijk).

Op basis van de vastgestelde maxima en de criteria waaraan de gebieden moeten voldoen stelt elke lidstaat zijn selectie voor. De Commissie analyseert deze voorstellen en stelt, in overleg met de lidstaat, de definitieve lijsten van de in aanmerking komende gebieden op.

Vanzelfsprekend wordt bij de verdeling van de steun rekening gehouden met de specifieke kenmerken van het grondgebied van de lidstaten. De financieringsmiddelen uit hoofde van Doelstelling 2 worden dan ook vooral toegekend aan de industriegebieden in BelgiŽ, Duitsland, Spanje, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. In Denemarken, Frankrijk en Oostenrijk gaat de steun hoofdzakelijk naar plattelandsgebieden en in Luxemburg, BelgiŽ en Nederland naar stedelijke gebieden.


Geleidelijke overgang

In de periode 1994-1999 is in bepaalde voor de Doelstellingen 2 en 5b in aanmerking komende gebieden aanzienlijke vooruitgang geboekt. Voor de periode 2000-2006 vallen die gebieden dan ook niet langer onder Doelstelling 2. De communautaire steunverlening wordt echter niet abrupt stopgezet. Deze gebieden kunnen rekenen op overgangssteun uit de Structuurfondsen. Tot in 2005 krijgen ze geleidelijk verlaagde steun uit het EFRO (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) en tot in 2006 uit het ESF (Europees Sociaal Fonds), het EOGFL (Europees OriŽntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw) en het FIOV (Financieringsinstrument voor de OriŽntatie van de Visserij) in het kader van de horizontale acties die door deze fondsen worden ondersteund.

Gedetailleerde kaarten van de in aanmerking komende gebieden zijn beschikbaar op de site Inforegio.


In aanmerking komende bevolking per land

Land
bevolkin
(x 1.000.000)
bevolkin
(in procenten van de totale bevolking van het land)
BelgiŽ
1,269
12
Denemarken
0,538
10
Duitsland
10,296
13
Spanje
8,809
22
Frankrijk
18,768
31
ItaliŽ
7,402
13
Luxemburg
0,118
28
Nederland
2,333
15
Oostenrijk
1,995
25
Finland
1,582
31
Zweden
1,223
14
Groot-BrittanniŽ
13,836
24
EUR-15
68,170
18

Ontwikkeling van de subsidiabiliteitscriteria voor Doelstelling 2

1994/1999
2000/2006

Doelstelling 2: omschakeling van industriegebieden met afnemende economische activiteit.

Onder deze Doelstelling vielen alleen gebieden die aan de volgende criteria voldeden:

  • werkloosheidscijfer boven het communautaire gemiddelde
  • aantal in de industrie werkende personen boven het gemiddelde in de Unie
  • dalende werkgelegenheid in de industrie



Doelstelling 5b: ontwikkeling van kwetsbare plattelandsgebieden

Subsidiabiliteitscriteria:

  • relatief laag ontwikkelingsniveau
  • aanzienlijk aantal werknemers in de landbouw
  • geringe bevolkingsdichtheid
  • tendens tot plattelandsvlucht.

Industriegebieden die voldoen aan dezelfde criteria als voor de vroegere Doelstelling 2.

Plattelandsgebieden die voldoen aan twee van de vier hieronder genoemde criteria:

  • bevolkingsdichtheid minder dan 100 inwoners/km2
  • hoog aantal werknemers in de landbouw
  • werkloosheidscijfer boven het gemiddelde
  • dalende bevolking

In bepaalde gevallen kunnen ook andere dan de hierboven vermelde gebieden in aanmerking komen voor steun uit hoofde van Doelstelling 2, bij voorbeeld plattelandsgebieden met een dalende of vergrijzende landbouwberoepsbevolking.

Stedelijke gebieden die voldoen aan ťťn van de volgende vijf criteria:

  • langdurige werkloosheid boven het gemiddelde van de Unie
  • hoog armoedeniveau
  • slechte situatie op milieugebied
  • hoog misdaadcijfer
  • laag onderwijsniveau.

Van de visserij afhankelijke gebieden waar een aanzienlijk aantal werknemers in de visserijsector werkzaam is en waar de herstructurering in deze sector tot een aanzienlijke daling van de werkgelegenheid zal leiden.


 

Last modified on