'Materia Nova' ontwerpt de kunststoffen van de toekomst

Ook voor bedrijven uit de eigen regio ontwikkelt het onderzoekscentrum Materia Nova de kunststoffen van morgen. De nadruk ligt op polymeren en coatings.

Extra tools

 
Krachtige geavanceerde apparatuur. Krachtige geavanceerde apparatuur.

Context

Materia Nova, opgericht in 1995 door de Faculté Polytechnique de Mons (FPMs) en de Université de Mons-Hainaut, is een onderzoekscentrum met 50 hoogopgeleide onderzoekers en technici. Sinds 2001 staat het op eigen benen. De activiteiten richten zich voornamelijk op onderzoek naar polymeren(1) en naar oppervlakten en grensvlakken.

De afdeling "Polymeren" bestaat uit drie eenheden: Chemie van nieuwe materialen, Polymeer- en composietmaterialen en Fysische chemie van polymeren. Hier wordt met name gepoogd het gedrag van materialen in een computermodel na te bootsen om er de optische en elektronische eigenschappen van te kunnen doorgronden of voorspellen. Tevens wordt er onderzoek verricht naar biologisch afbreekbare melkzuurpolymeren op twee toepassingsgebieden: harde wegwerpverpakkingen en synthetische textielvezels.

De afdeling "Oppervlakten en grensvlakken" is verdeeld in vier eenheden: Anorganische en analytische chemie, Elektrochemie en oppervlaktebehandeling, Moleculair onderzoek en modellering, en Materiaalwetenschap. Zo geavanceerd als het onderzoek is, zo alledaags zijn de toepassingen ervan. Die lopen uiteen van verstuivers en verf tot smeerolie en beter reinigende zeep. Ook wordt er onderzoek gedaan naar nieuwe materialen die zijn opgebouwd uit flinterdunne velletjes voor allerhande toepassingen, zoals elektronica en "intelligente" deklaagjes (waarvan de eigenschappen meeveranderen met de externe omstandigheden), maar ook chemische barrières (minder milieubelastende anti-corrosielaagjes) en zonnecellen.

Buiten deze kernactiviteiten beschikt Materia Nova over een scala aan diensten voor het bedrijfsleven, zoals toegepast onderzoek, onderzoek en ontwikkeling voor industriële doeleinden, onderzoek naar nieuwe kunststoftoepassingen, marktonderzoek, toetsing en overdracht van procédés, en technisch advies. Ook legt Materia Nova zich toe op technologische en wetenschappelijke monitoring en worden de octrooien voortdurend op de voet gevolgd.

Voor het industriële onderzoek beschikt het centrum over krachtige geavanceerde apparatuur dat op permanente basis wordt verbeterd en zo nodig vervangen. Bovendien kan er worden geprofiteerd van het fundamentele onderzoek aan de Université de Mons-Hainaut en de FPMs.

Resultaten

Al van meet af aan staat Materia Nova in contact met tal van bedrijven, universiteiten en hogescholen. Zo heeft het in 2005 onderzoek gedaan of diensten verricht voor zo’n zestig verschillende klanten. Kabelfabrikant Nexans Benelux NV bijvoorbeeld heeft zijn vestiging in Dour kunnen behouden en zelfs kunnen uitbreiden dankzij de productie van nieuwe hoogspanningslijnen die zijn ontwikkeld in een gezamenlijk onderzoek met Materia Nova. Op termijn verwacht Nexans zelfs 50 nieuwe banen te kunnen scheppen. Onderzoekscentra van grote bedrijven als Glaverbel en Dow Corning hebben verklaard hun activiteiten naar de omgeving van Materia Nova te willen verplaatsen.

Het project voor flexibele beeldschermen op basis van polymeren, waarbij Materia Nova samenwerkte met het onderzoekscentrum van Philips (Nederland), de universiteit van Linköping (Zweden), de universiteit van Cambridge, het onderzoekscentrum van Covion en Cambridge Display Technology (Verenigd Koninkrijk), is in 2003 door de Europese Commissie bekroond met de Descartes-prijs voor internationaal onderzoek. Een ander onderzoek waar het centrum aan meewerkt is MABIOLAC (biologisch afbreekbare composietmaterialen op basis van melkzuur), een INTERREG-project dat naadloos aansluit bij het EU-beleid voor duurzame ontwikkeling en wordt gecoördineerd door Materia Nova in samenwerking met de Henegouwse onderneming GALACTIC NV (enige Belgische producent van melkzuur, een veelbelovende stof uit de voedingsmiddelenindustrie), de Ecole supérieure de Chimie uit Lille en de Ecole nationale supérieure des Arts et Industries textiles in Roubaix.

(1)Stoffen bestaande uit grote moleculen met herhaling van hetzelfde patroon van één of meerdere basiselementen ("monomeren"). De polymeren omvatten ook een aantal organische verbindingen uit levend materiaal, zoals eiwitten, cellulose of natuurhars, evenals tal van synthetische materialen als plastic, vezels en kleefstoffen. Glas, silicaat en grafiet kunnen in ruime zin ook tot de polymeren gerekend worden (bron: Biotel).

Ontwerpdatum

01/09/2006