ARBOR: Veiligstellen van het aanbod van bio-energie in Noordwest-Europa

Regio’s en gemeenten uit heel Noordwest-Europa proberen manieren te vinden om door het produceren van biomassa aan de voortdurend toenemende vraag naar onze energiehulpbronnen te voldoen. Daarvoor zijn echter betere coördinatie en commerciële kennis vereist. Middels het ARBOR-project wordt met partners in de Benelux, Duitsland, Ierland en het Verenigd Koninkrijk getracht een antwoord te vinden voor de meest dringende vraag- en aanbodkwesties ten aanzien van biologisch materiaal. Het uiteindelijke doel is om van de EU een mondiaal vooraanstaand centrum voor de productie van biomassa te maken.

Extra tools

 
Het ARBOR-project tracht door het produceren van biomassa aan de voortdurend toenemende vraag naar onze energiehulpbronnen te voldoen. Het ARBOR-project tracht door het produceren van biomassa aan de voortdurend toenemende vraag naar onze energiehulpbronnen te voldoen.

Europese transnationale samenwerking is van cruciaal belang omdat hierdoor Europese, nationale en lokale strategieën voor duurzame productie van biomassa in werking kunnen worden gezet. De innovatieve transnationale benadering van ARBOR biedt slimme oplossingen om de vraag- en aanbodkwesties van afzonderlijke landen beter aan te kunnen pakken. Op basis van innovatieve proefprojecten is informatie verzameld voor de tenuitvoerlegging van oplossingen voor de overgang naar bio-energie. Daarnaast heeft het project aanzienlijk bijgedragen aan het bereiken van de doelstellingen voor hernieuwbare energie die voor 2020 zijn bepaald in de nationale actieplannen voor hernieuwbare energie.

ARBOR brengt belangrijke belanghebbenden bijeen die bij de verschillende fasen van de toeleveringsketen van bio-energie betrokken zijn. Dat zijn onder meer wetenschappers die lesgeven in en onderzoek doen naar biomassa, lokale autoriteiten die actief proefexperimenten met biomassa uitvoeren en producenten die bijdragen aan het onderzoeken van nieuwe methoden en processen.

Transnationale proefprojecten

innen het consortium heeft men het belang gerealiseerd van transnationale samenwerking en heeft men een aantal proefprojecten uitgewerkt, die gericht zijn op het betrekken en gebruiken van biomaterialen in heel Noordwest-Europa.

Een van die projecten vindt plaats in Stoke-on-Trent in het Verenigd Koninkrijk, waar afvalhout wordt betrokken op basis van beheer van parken en groene regio's. Een ander project is terug te vinden in Saarland, Duitsland, en betreft de productie van biomassa uit organische afval en zuiveringsslib. Ondertussen onderzoekt een projectteam in de regio Kempen in België de productie van biomassa uit bodem die ongeschikt geacht wordt voor de landbouw of gedurende perioden die ongeschikt zijn voor de productie van eetbare gewassen.

ehalve proefprojecten worden er ook diverse omzettingstechnieken voor demonstratiedoeleinden gebruikt. Daarbij gaat het onder meer om een biomassavergasser die brandbare gassen uit hout kan opwekken. Deze demonstraties dienen om oplossingen te presenteren aan ondernemingen en gemeenten die op zoek zijn naar manieren om warmte en stroom uit afval te genereren. Bovendien is ARBOR er getuige van geweest hoe het Centre of Excellence for Biomass to Energy (CEBE) van de Universiteit van Staffordshire is uitgegroeid tot een transnationaal brandpunt waar belanghebbenden kunnen aankloppen als zij uit eerste hand willen ervaren hoe zij biomassasystemen kunnen beheren.

Het ARBOR-partnerschap wil zich graag manifesteren als het belangrijkste netwerk van biomassadeskundigen in geheel Noordwest-Europa. Het team hoopt dat het netwerk uiteindelijk in staat zal zijn potentiële investeerders uit de gehele regio te adviseren over hoe een toeleveringsketen voor biomassa kan worden opgezet. Ook blijft het team zoeken naar manieren om bronnen van biomassa te benutten, die voorheen om financiële, politieke of milieuredenen als ongeschikt werden aangemerkt.

Benadering op basis van de volledige levenscyclus

Anders dan bij eerdere biomassaprojecten die gericht waren op één aspect van biomassa, gaat ARBOR uit van een benadering van de volledige levenscyclus (van de wieg tot het graf) die alle aspecten van de toeleveringsketen omvat. Dit resulteert in een effectieve methodiek voor meer biomassagebruik in de hele regio, hetgeen essentieel is voor een gezonde bio-economie en groene groei.

Op de langere termijn heeft het consortium een actieplan bedacht om de resultaten van het project tot ver in de toekomst door te laten werken. Het Centre of Excellence van de Universiteit van Staffordshire zal een voorname rol spelen bij een succesvolle uitrol van dit plan.

Er zijn diverse koppelingen tussen ARBOR en overige Europese projecten gecreëerd en een aantal partners is er reeds toe overgegaan aanvragen voor financiële steun in te dienen teneinde verder te kunnen profiteren van de indrukwekkende resultaten van ARBOR.

„Het ARBOR-project is uniek in de zin dat het gericht is op de gehele toeleveringsketen voor biomassa – van de productie tot de energielevering. Het is ook bedoeld om de werkgelegenheid in de biomassa-industrie in geheel Europa te stimuleren en de regionale verschillen in productie te corrigeren.”

  • Dr. Sacha Oberweis, projectmanager ARBOR

Totale investering en EU-financiering

De totale investering voor het project „ARBOR” bedroeg € 7 361 958. Daarvan werd een bedrag van € 3 717 426 bijgedragen door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling uit hoofde van het operationeel programma „INTERREG IV-B Noordwest-Europa” voor de programmeringsperiode 2007-2013.

Ontwerpdatum

31/01/2014