ANSWER – A North Sea Way to Energy-Efficient Regions

Met het Kyotoprotocol verbindt de EU zich ertoe de uitstoot van broeikasgassen tegen 2012 te verminderen met 8 % in vergelijking met het niveau in 1990. Maar het Groenboek „Op weg naar een Europese strategie voor een continue energievoorziening” benadrukt het stijgende energieverbruik en de toenemende afhankelijkheid van externe bronnen.

Extra tools

 

Met dit soort projecten kan de EU een slimme, duurzame en inclusieve economie worden tegen 2020, zoals bepaald in de Europa 2020-strategie. De EU staat voor een aantal grote uitdagingen, waaronder de vergrijzing van de bevolking, een onvoldoende opgeleide beroepsbevolking, de behoefte aan meer innovatie, het vinden van een balans tussen economische groei en de aantasting van het milieu en het voorzien van veilige, schone energie. Europese projecten in het kader van het regionaal beleid spelen een actieve rol bij het aangaan van deze en vele andere uitdagingen. Er worden immers projecten georganiseerd die tot doel hebben banen te scheppen, het onderwijsniveau te verhogen, hernieuwbare energiebronnen aan te boren, de productiviteit op te voeren en alle burgers meer kansen te geven. De projecten en de regio’s spelen hierin een sleutelrol, aangezien ze tastbare resultaten opleveren die bijdragen tot het behalen van de kerndoelstellingen van de strategie.

Het hoofddoel van het ANSWER (A North Sea Way to Energy-Efficient Regions)-project is het energieverbruik terug te dringen door ondernemingen en gemeenten te helpen bij het zoeken naar energie-efficiënte oplossingen en door gemeenten te helpen duurzamer te worden zodat ze kunnen dienen als basis voor een succesvolle economie.

De partners in het ANSWER-project geloven dat de mensen bewust maken van de problematiek en bedrijven en gemeenten aanzetten om weinig energie te gebruiken duurzame oplossingen zijn. Ze kwamen op het idee dat de mensen binnen deze gemeenten moeten en kunnen investeren in hun toekomst. Transnationale samenwerking zal een belangrijke rol spelen, waardoor ideeën, ervaringen en vakkennis gedeeld kunnen worden wanneer onderzocht wordt hoe obstakels overwonnen kunnen worden.

Goede voorbeelden en innovatie

Het project toont en evalueert goede voorbeelden en innovatieve maatregelen om modellen, programma’s en technieken te ontwikkelen die dan toegepast kunnen worden op andere regio’s in de Noordzee. Die worden geëvalueerd door een partnerschap van Noordzeeregio’s die zullen optreden als een kenniscentrum, waarbij het dan de bedoeling is om de uitstoot van CO2 in de regio te reduceren. Dit kan door de energie-efficiëntie in verschillende sectoren van de gemeente te verbeteren.

Er worden ook manieren bedacht om energie-efficiënte verbruikspatronen te promoten en om energie efficiënter te benutten. Dit gebeurt door samen te werken met de gemeenten en bedrijven en ervoor te zorgen dat ze zich inzetten om hun energie-efficiëntie te verhogen. Daartoe wil het project hen ook de nodige middelen verschaffen. De bedoeling is om hen te helpen de lokale, nationale en internationale doelstellingen te behalen, wat dan weer resulteert in een blijvende daling van de CO2-uitstoot en het energieverbruik.

Tijdens het project zal er ook gewerkt worden aan een programma dat fungeert als een soort barometer om het klimaat mee te observeren. Het zal gebruikt worden om in realtime de energie- en klimaatprestaties te observeren en te visualiseren van alle deelnemende gemeenten en mkb’s/kmo’s.

Werkprogramma’s

Het project is onderverdeeld in twee werkprogramma’s. Een ervan richt zich op het werken met scholen en gemeenten en omvatte de ontwikkeling van bovengenoemde barometer om de CO2-voetafdruk te meten en opleidingsmodules voor leerkrachten om les te geven over onderwerpen met betrekking tot energie.

Het andere werkprogramma richt zich op bedrijven. Daar is voor het project een inventaris opgesteld waarin de verschillende soorten vrijwillige initiatieven opgenomen zijn die er al in de regio’s waren en energie-efficiëntie als thema hebben. Die inventaris werd verspreid onder lokale, nationale en Europese politici om het belang te onderstrepen van vrijwillige initiatieven. Er werden ook lokale informatieve evenementen georganiseerd en programma’s geëvalueerd die de CO2-voetafdruk meten en beschikbaar zijn in alle partnerregio’s. Er zijn ook pilootcasestudy’s uitgevoerd over de samenwerking tussen bedrijven in industriegebieden en er worden ervaringen uitgewisseld op lokaal niveau en tussen de partners.


Ontwerpdatum

26/08/2011