Geschiedenis van het beleid

Extra tools

  •  
  • Tekst kleiner  
  • Tekst groter  

1957 - 1987

1988 - 1992

  • 1988 - na de toetreding van Griekenland (1981), Spanje en Portugal (1986) worden de structuurfondsen ondergebracht bij het cohesiebeleid, dat is gebaseerd op de volgende beginselen:
    • nadruk op de armste, minst ontwikkelde gebieden
    • programmering over meerdere jaren
    • investeringen moeten deel uitmaken van een globale strategie
    • grotere rol voor plaatselijke en regionale partners
  • Budget: 64 miljard ECU

1994 - 1999

  • 1993 - het verdrag van Maastricht introduceert drie nieuwigheden:
  • 1993 - oprichting van het financieringsinstrument voor structurele aanpassingen in de visserij
  • 1994-99 - het bedrag voor de structuur- en cohesiefondsen wordt verdubbeld tot een derde van de totale EU-begroting.
  • 1995 - na de toetreding van Finland en Zweden wordt een speciale doelstelling gecreëerd voor dunbevolkte gebieden.
  • Budget: 168 miljard ECU

2000 - 2006

  • 2000 - de 'Lissabonstrategie' ziet het licht: meer nadruk op groei, banen en innovatie; in het verlengde hiervan komen er nieuwe prioriteiten voor het cohesiebeleid.
  • 2000-04 - het instrument voor voorbereiding op het EU-lidmaatschap biedt landen die op de wachtlijst staan voor toetreding tot de EU, financiële steun en know-how
  • 2004 - uitbreiding met tien nieuwe landen: de bevolking van de EU stijgt met 20%, het bbp slechts met 5%
  • budget: € 213 miljard euro voor de toenmalige vijftien, leden € 22 miljard voor de tien nieuwe leden (periode 2004-06)

2007 - 2013