Inspiring non-EU countries

Extra tools

 

Nieuws

    Ronald Hall, extern topdeskundige en voormalig raadsadviseur van DG REGIO, geeft zijn persoonlijke visie op het IUC-programma (International Urban Cooperation) van de EU.

    Meer dan de helft van de wereldbevolking woont tegenwoordig in een stad. Stedelijke centra zijn de bron van groei en ontwikkeling. Als zodanig werken zij als een magneet op plattelandsbewoners die op zoek zijn naar een kans om meer te gaan verdienen en naar toegang tot hoogwaardige diensten als onderwijs en gezondheidszorg, en die hun kinderen van een betere toekomst willen verzekeren.

    Deze verschuiving van activiteiten met een lagere productiviteit in de landelijke gebieden, voornamelijk de traditionele landbouw, naar activiteiten met meer toegevoegde waarde in de industrie en veel dienstensectoren in stedelijke gebieden, speelt een hoofdrol bij de groei van economieën. Dit is het pad dat alle meest ontwikkelde landen in het verleden hebben gevolgd en het is als zodanig ook het model dat wereldwijd door opkomende landen wordt gekozen.

    De groei van de industriële naties in de twintigste eeuw werd gekarakteriseerd door een model van verstedelijking waarbij intensief gebruik werd gemaakt van hulpbronnen. Dat verstedelijkingsmodel heeft veel profijt opgeleverd, maar er hangt wel een prijskaartje aan. Het heeft geleid tot uitputting van natuurlijke hulpbronnen, en daarbij van de natuur zelf, en tot verontreinigde lucht, rivieren en oceanen, waardoor nu de kwaliteit van leven in de metropolen in de ontwikkelde wereld wordt bedreigd.

    Voor de zich ontwikkelende en opkomende landen, waar verstedelijking en economische groei hand in hand gaan, is het belangrijk dat de lessen die uit de ervaringen in de industriële wereld kunnen worden getrokken, ten volle worden begrepen. Zo kunnen goede praktijken die in de laatste decennia door nationale en stedelijke autoriteiten zijn ontwikkeld, worden meegenomen in stadsontwikkeling in opkomende landen, en kan daarbij rekening worden gehouden met de fouten die in het verleden zijn gemaakt.

    Streven naar een win-winsituatie

    Door een dergelijke samenwerking ontstaan win-winsituaties. Na een eeuw of meer van verstedelijking kunnen industriële naties natuurlijk veel laten zien, maar het is net zo goed waar dat de opkomende economieën, misschien minder gehinderd door tradities, veel innovatieve oplossingen met de industriële economieën kunnen delen. Tenslotte zijn een aantal van ‘s werelds grootste stedelijke centra in de opkomende economieën van landen als China en India en in Zuid-Amerika te vinden.

    Maar wat de doorslag geeft bij de behoefte aan samenwerking en kennisdeling is het gezamenlijke belang dat landen en continenten bij het behoud van de planeet zelf hebben. Er is een dringende behoefte om samen een verstedelijkingsmodel te ontwikkelen dat duurzaam is, waarmee natuur en natuurlijke hulpbronnen behouden blijven, en dat zorgt voor een vermindering van de emissies die de oorzaak zijn van de vervuiling van onze steden, de schade aan de gezondheid van onze kinderen en de opwarming van de aarde. Daarom staat duurzame verstedelijking centraal in de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, die op hun beurt onder andere hebben geleid tot de Nieuwe stedelijke agenda (New Urban Agenda – NUA) waar 170 landen zich in 2016 in Quito, Ecuador, achter schaarden.

    Het Directoraat-generaal Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling van de Europese Commissie heeft 14 formele dialogen voor regionaal beleid en stadsontwikkeling opgestart. Deze dialogen vinden plaats met de zes “strategische partners” van de EU (China, Rusland, Brazilië, Mexico, Japan en India), met de oostelijke partnerlanden (Oekraïne, Moldavië en Georgië), met Latijns-Amerikaanse landen (Argentinië, Chili, Peru en Colombia) en met het Centraal-Amerikaans Integratiesysteem (Central American Integration System – SICA). Zelfs zonder zulke overeenkomsten is samenwerking met andere strategische partners ontwikkeld, zoals Canada en Zuid-Afrika, evenals regionale verbanden zoals de Caricom (Caribische Gemeenschap), de Asean (Azië), de SACU (Zuidelijk Afrika) en de UEMOA (West-Afrika).

    De EU beschouwt duurzame verstedelijking als een zeer belangrijke uitdaging. Toen de commissaris voor regionaal beleid, Corina Creţu, de EU in Quito in 2016 vertegenwoordigde, deed zij de belofte dat de EU kennis en middelen zal inzetten om de NUA te bevorderen. Dit omvat zowel een interne dimensie binnen de EU, namelijk de Urban Agenda voor de EU die de EU heeft ontwikkeld als richtsnoer voor de programma's voor stedelijke ontwikkeling in de 28 lidstaten, als een externe dimensie, zoals hieronder aangegeven, die vorm krijgt via de diplomatieke betrekkingen van de EU met derde landen.

    Een belangrijke factor voor duurzame stedelijke ontwikkeling

    Het belangrijkste vehikel om de externe dimensie op dit moment verder te ontwikkelen is het IUC-programma (International Urban Cooperation) voor de periode 2017-2019. Een essentieel onderdeel daarvan biedt stedelijke autoriteiten uit EU- en derde landen ondersteuning bij de samenwerking op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling. Het IUC-programma is gebaseerd op een vijfjarige periode met proefprojecten, met name in het kader van het Wereldstedenproject van de EU en het Urbelac-project.   

    In het kader van het Wereldstedenproject (2015-2018) hebben EU-steden op basis van tweezijdige overeenkomsten samengewerkt met stedelijke tegenhangers uit Canada, China, India, Japan, Zuid-Korea, Indonesië, Vietnam, Australië en Zuid-Afrika. De aan elkaar gekoppelde steden hebben ervaring uitgewisseld over onderwerpen als de ontwikkeling van de slimme stad, energie-efficiëntie, afvalbeheer, duurzame mobiliteit enz. In het kader van het Urbelac-project (2011-2019), dat nu aan zijn vierde editie begint, hebben de Europese Commissie en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank ondersteuning gegeven aan een aantal hiervoor geselecteerde steden in de EU en in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (LAC). Er is een EU-LAC-netwerk tot stand gebracht om de uitwisseling van ervaring te bevorderen, ijkpunten te gebruiken en actieplannen op te stellen. Zowel het Wereldsteden- als het Urbelac-project zijn het tastbare resultaat van de steun van het Europees Parlement voor internationale diplomatie op stadsniveau.

    In het kader van het IUC-programma worden stedelijke platformen voor samenwerking met China, India, Japan, Latijns-Amerika en Noord-Amerika tot stand gebracht. Dit programma is een signaal dat het EU-beleid om internationale samenwerking tussen steden te bevorderen volwassen wordt. In het kader van de tweezijdige stedelijke IUC-samenwerking hebben zo’n zeventig deelnemende steden aan beide kanten nieuwe tweezijdige samenwerkingsovereenkomsten voor duurzame stedelijke ontwikkeling afgesloten. Dit betekent dat er lokale actieplannen voor geïntegreerde stedelijke ontwikkeling worden opgesteld. In principe krijgt samenwerking binnen de sectoren van de Urban Agenda van de EU en de NUA in deze plannen prioriteit.

    Op basis van de ervaring die in het Wereldstedenproject is opgedaan, kiezen de steden voor een benadering waarbij alle belanghebbenden zijn betrokken, en dus de kennis en ervaring worden ingezet van de openbare autoriteiten, van het bedrijfsleven, van onderzoekers en van het maatschappelijk middenveld. Het op stedelijk netwerken gerichte Urbact-programma van de EU zelf wordt gebruikt als een belangrijke bron van kennis en ervaring voor de ondersteuning van de lokale planning van activiteiten.

    De tweezijdige stedelijke samenwerking in het kader van het IUC-programma heeft geleid tot de ontwikkeling van gezamenlijke proefprojecten. Om de toekomst van deze projecten op lange termijn te verzekeren, hebben openbare autoriteiten, onderzoeksinstellingen en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven aan beide zijden memorandums van overeenstemming getekend.

    Goed voorbeeld doet goed volgen

    Zo werd in het kader van het IUC-programma de stad Parma (Italië) gekoppeld aan Fredericton (Canada). De afdeling Erfgoed en Stadsplanning, Groei en Maatschappelijke Dienstverlening van de Canadese stad werkt samen met het bureau Gelijke Kansen en het bureau Europese Projecten van Parma. Aan beide zijden wil men de lokale democratie versterken. Daartoe wordt geprobeerd te achterhalen waardoor de politieke deelname van gemarginaliseerde groepen wordt belemmerd en wat daarvan de wezenlijke oorzaak is, en met welke maatregelen en mechanismen deze belemmeringen en oorzaken kunnen worden weggenomen en een inclusievere stedelijke omgeving tot stand kan worden gebracht.

    De Italiaanse stad Bologna werkt op tal van onderwerpen samen met Austin (Verenigde Staten). Die samenwerking varieert van de ontwikkeling van een gezonder lokaal systeem voor voedsel en verbetering van de hulpbronnenefficiëntie tot versterking van de middelen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. De inrichting van het bestuur van de stad staat hoog op de agenda. Zo heeft Austin de conclusie getrokken dat het bureau Duurzaamheid en het bureau Economische Ontwikkeling nauwer moeten gaan samenwerken.

    Rotterdam werkt samen met Surat (India). De steden richten zich op de aanpak van onderwerpen die verband houden met watermanagement, zoals het veiligstellen van de kwaliteit van het drinkwater, het verminderen van watervervuiling door industrieel afvalwater, bescherming tegen overstromingen en doeltreffende verwerking van rioolwater. Surat heeft in Rotterdam een kundige partner gevonden met een schat aan ervaring op het gebied van watermanagement. Omgekeerd heeft Rotterdam in Surat een stad gevonden waar deze zaken zich op veel grotere schaal afspelen. Dat heeft er al toe geleid dat deze Nederlandse stad nu anders aankijkt tegen de uitdagingen waar men voor staat.

    MEER INFO

Meer nieuws

International Affairs

In the international relations arena, the Directorate General for Regional and Urban Policy acts in support of, and in cooperation with the External Relations family of Directorates General (European External action Service EEAS and DEVCO) and with DG TRADE. There is a growing interest in different parts of world in the process of European integration, not just from an institutional point of view but also in terms of the policies that promote European cohesiveness. First and foremost among the latter is European regional policy which seeks to ensure that the benefits of the single market in Europe based on the free movement of goods and services, labour and capital, are as widely spread as possible.

Principal among the features of EU regional policy that are of interest to third countries such as China, Russia and Brazil, as well as to international organisations such as MERCOSUR and ASEAN, are the financial dimension and the geographical targeting of resources between Member States and regions; the geographical and strategic objectives; and the different dimensions of the implementation system. So far as countries in the European Neighbourhood are concerned the EU wishes to promote key concepts of EU regional policy such as open markets, respect for the environment, participative democracy and partnership in the conception and implementation of development policy.

This interest comes at a time when the policy has undergone substantial changes. In effect, EU regional policy today is a means of delivering the Union's policy priorities across its territory. It does so by co-financing integrated, national or regional investment programmes, where the Union's contribution to the programmes is greatest in the least prosperous areas.

Today therefore, EU regional policy is an integral part of economic policy, but with the unique feature that it is delivered with the consent and involvement of the grassroots through a multi-level governance system where each level - European, national, regional and local - has a role to play. The involvement of the grassroots, for example, in devising regional and local strategies and selecting projects creates a sense of ownership of European policy and in that way contributes to territorial integration. It is these features that have inspired interest in large countries with major territorial imbalances that are seeking to combine the pursuit of a more even pattern of growth with governance systems that contribute to transparent public policies and that help to further integration through decentralisation.

As well as projecting notions of inter-regional solidarity and good governance, cooperation in the field of regional policy also provides the opportunity to project other values such as respect for the free market through competition, state aid and public procurement rules, for environmental rules and policies and for equal opportunities and minority rights. These create the framework conditions under which EU financial support is granted and provide positive incentives to achieving high standards in public policy.

Regional Policy Dialogues

The Commission, DG REGIO, has concluded formal agreements on regional policy cooperation with China PDF EN zh, Russia PDF EN EN, Brazil PDF EN EN, and Ukraine PDF EN Ukrainian, Georgia PDF EN, Moldova PDF EN, Chile PDF EN es, Peru PDF EN es, Argentina PDF en es, Japan PDF EN, Mexico PDF EN es, Sistema de Integracion de Centro-America (SICA) PDF EN es, Colombia PDF EN es. These countries are confronted with wide regional disparities as well as major challenges in terms of coordinating the different levels of government, and ensuring that decentralization can be achieved without compromising efficiency.

Brochure : European Regional Policy, an inspiration for Countries outside the EU?

November 2009 - PDF en es fr hy ka mo pt Russian Ukrainian Chinese

Posters: PDF en