10 vragen over het cohesiebeleid – Europees regionaal beleid

Extra tools

  •  
  • Tekst kleiner  
  • Tekst groter  

Het „cohesiebeleid” is het beleid dat honderdduizenden projecten verspreid over heel Europa financieel ondersteunt via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Cohesiefonds. (Het Cohesiefonds is van toepassing op EU-lidstaten met een bbp dat lager is dan 90 % van het gemiddelde van de EU-27 – Kroatië niet meegerekend.)

Economische en sociale cohesie, zoals gedefinieerd in de Europese Akte van 1986, heeft tot doel „de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's [...] te verkleinen”. In het meest recente verdrag van de EU, het Verdrag van Lissabon, wordt nog een ander aspect aan cohesie toegevoegd en wordt gesproken van „economische, sociale en territoriale samenhang”. 

Dit houdt in dat het cohesiebeleid ook dient ter bevordering van een evenwichtigere, duurzamere „territoriale ontwikkeling” – een ruimer concept dan regionaal beleid, dat specifiek aan het EFRO gekoppeld is en waarbij met name op regionaal niveau wordt gehandeld.

Voor de begrotingsperiode 2014-2020 zijn de coördinatie en de samenhang tussen het cohesiebeleid en de overige EU-beleidsmaatregelen die bijdragen aan regionale ontwikkeling (beleidsmaatregelen m.b.t. plattelandsontwikkeling en visserij en maritieme zaken) aangescherpt op grond van de gemeenschappelijke bepalingen die zijn vastgelegd voor het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). De vijf fondsen zijn gezamenlijk bekend als de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen).

De landen van de Unie hebben hun grondgebied administratief op totaal verschillende manieren ingedeeld. Om het beheer van programma's en statistische vergelijkingen te vergemakkelijken zijn op Europees niveau regio's afgebakend met behulp van de NUTS (nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek en). Momenteel is de EU verdeeld in 274 regio's van NUTS-niveau 2 (van 800 000 tot 3 miljoen inwoners).

In het kader van grensoverschrijdende samenwerking wordt ook soms over "euregio's" gesproken. Die zijn er in Europa na de tweede wereldoorlog op initiatief van lokale politieke actoren gekomen om de gemeenschappelijke belangen aan beide kanten van de grenzen te behartigen.
Het zijn verenigingen zonder specifiek juridisch statuut. Zij staan los van de Europese Unie maar worden vaak bij Europese territoriale samenwerkingsprojecten betrokken. De Associatie van Europese grensregio' s en vertegenwoordigt de euregio's.

De verordeningen waarin de bedragen worden bepaald die beschikbaar zijn voor het cohesiebeleid voor 2014-2020, gingen op 21 december 2013 van kracht, als onderdeel van de „financiële vooruitzichten” m.b.t. de zevenjarige Europese begroting. Voor maatregelen in het kader van het cohesiebeleid in de 28 EU-lidstaten voor de periode 2014-2020 is een bedrag van 351,8 miljard EUR apart gezet. Dit komt neer op ongeveer één derde van de EU-begroting. De nationale regeringen hebben in de Raad van de EU onderhandeld over de verdeling van de fondsen. Hoewel alle regio's nog altijd op het cohesiebeleid kunnen rekenen, wordt prioriteit gegeven aan landen en regio's met ontwikkelingsachterstand. Meer dan de helft van de begroting – 182,2 miljard EUR – is voorbehouden voor minder ontwikkelde regio's. Dit zijn regio's met een bbp van minder dan 75 % van het gemiddelde van de EU-27. Een bedrag van 35 miljard is toegewezen aan overgangsregio's – regio's met een bbp dat tussen 75 % en 90 % van het EU-gemiddelde ligt – en een bedrag van 54 miljard is toegewezen aan meer ontwikkelde regio's met een bbp van meer dan 90 % van het EU-gemiddelde.

De lidstaten kunnen de fondsen vervolgens gebruiken om programma's te financieren, zoals thematische programma's die het hele land betreffen (bijvoorbeeld met betrekking tot het milieu of het vervoer) of regionale programma's die fondsen kanaliseren naar een specifiek deel van het land.

Kijk hier of uw regio onder het beleid 2014-2020 valt

U kunt een financiering van de ESI-fondsen ontvangen ongeacht de regio waarin u woont. De Europese Commissie bemoeit zich niet met de selectie van de projecten op het terrein, behalve wat een beperkt aantal grootschalige projecten betreft. Door een gedecentraliseerd beheerssysteem worden nationale of regionale instanties ("beheersinstanties") belast met het beheer van de in totaal 455 programma's die het cohesiebeleid 2007-2013 uitvoeren.

Zij bepalen de selectiecriteria, stellen selectiecomités samen en kiezen de projecten die Europese steun zullen krijgen na een voor iedereen open oproep tot het indienen van voorstellen.
Raadpleeg de lijst van de beheersinstanties en de programma's in uw regio en en in uw land. Bekijk ook de andere soorten financiering door de Gemeenschap die voorhanden zijn.

Hoewel veel Europese burgers steun uit de fondsen kunnen krijgen, zijn zij zich daar vaak niet van bewust. Begunstigden van het cohesiebeleid kunnen ondernemingen (met name het midden- en kleinbedrijf), openbare instellingen, verenigingen of particulieren zijn die een voorstel indienen dat aan de door de beheersinstantie bepaalde selectiecriteria beantwoordt. Ook buitenlandse ondernemingen met een vestiging in Europa kunnen steun krijgen uit de structuurfondsen.

In het kader van de programmering 2007-2013 moet ieder land de lijst met alle begunstigden van de structuurfondsen en publiceren.

In de voorschriften is vastgesteld welke uitgaven in aanmerking komen. Voor de programmeringsperiode 2014-2020 zijn in de verordening betreffende gemeenschappelijke bepalingen 11 thematische doelstellingen vastgelegd die steun kunnen ontvangen uit de fondsen van het cohesiebeleid. Een aanzienlijk deel van de uitgaven dient gericht te zijn op deze prioriteiten, die thema's omvatten zoals onderzoek en innovatie, steun voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), milieu, vervoer, werkgelegenheid, opleiding en openbaar bestuur. De nationale en regionale autoriteiten verduidelijken in hun operationele programma's hoe zij de beschikbare financiering tussen de belangrijkste thema's zullen verdelen. De nationale strategieën zijn vastgelegd in zogenaamde partnerschapsovereenkomsten.

Lees meer over de activiteitsdomeinen van het EU-cohesiebeleid

Aan de hand van de 11 thematische doelstellingen draagt het cohesiebeleid bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, de groeistrategie van de EU ter bevordering van een slimme, duurzame en inclusieve groei. De fondsen in het kader van het cohesiebeleid blijven het voornaamste investeringsmiddel voor maatregelen ter ondersteuning van werkgelegenheid, innovatie, onderwijs, inclusie en de overgang naar een koolstofarme economie.

Zowel het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) als het Europees Sociaal Fonds (ESF) ondersteunen een aantal van de topprioriteiten binnen de thematische doelstellingen. Daarbij geldt dat een bepaald deel van de financiering aan deze prioriteiten moet worden besteed. Minder ontwikkelde regio's dienen ten minste 50 % van de EFRO-financiering en 60 % van de ESF-bedragen te reserveren voor deze doelstellingen; voor overgangsregio's zijn deze cijfers respectievelijk 60 % en 70 % en voor ontwikkelde regio's in beide gevallen 80 %.

Voor een maximaal effect van de beschikbare financiering werd de resultaatgerichtheid voor de programmeringsperiode 2014-2020 aangescherpt. Ook moet er eerst aan bepaalde voorwaarden worden voldaan, voordat de fondsen kunnen worden uitgegeven. Deze zogezegde ex-antevoorwaarden zorgen ervoor dat de uitgaven van het cohesiebeleid aan de juiste vereisten voldoen, zodat ze ook werkelijk een impact op de regio hebben.

  1. Het Interreg-initiatief maakt nu deel uit van de Europese territoriale samenwerking.
  2. De doelstellingen van URBAN (stedelijke ontwikkeling) en EQUAL (werkgelegenheid) vallen nu onder het algemene cohesiebeleid.
  3. Leader+ en het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) zijn vervangen door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), terwijl het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) en het Europees Visserijfonds (EVF) nu gezamenlijk het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) vormen.
  4. Vanaf de programmeringsperiode 2007-2013 heeft het Instrument voor pretoetredingssteun (IPA) de plaats ingenomen van de diverse regelingen met betrekking tot Turkije en de Balkan, zoals PHARE, ISPA, Sapard, CARDS en het financiële instrument voor Turkije. De takken van regionale ontwikkeling en grensoverschrijdende samenwerking van het IPA blijven fungeren als voorlopers van het cohesiebeleid voor landen die mogelijk in de toekomst tot de EU toetreden.
  5. JASPERS, JEREMIE, JESSICA en JASMINE: deze vier speciale steuninstrumenten kwamen tot stand in de programmeringsperiode 2007-2013 in samenwerking met de Europese Investeringsbank, deels als financieringsinstrumenten en deels om technische ondersteuning te bieden. Gelet op de huidige economische situatie en de toenemende schaarsheid van publieke middelen wordt verwacht dat financieringsinstrumenten in de programmeringsperiode 2014-2020 een nog belangrijkere rol binnen het cohesiebeleid zullen spelen. 

Nationale en regionale overheden moeten aan bepaalde basisvereisten voldoen voordat er financiële steun uit de ESI-fondsen aan een project kan worden toegewezen. Voor ieder regionaal of nationaal programma moeten drie instanties worden bepaald:

  1. De beheersinstantie ziet toe op de naleving van de voorwaarden voor toekenning van de subsidies en voert regelmatig controles uit om de stand van zaken en de juistheid van de geplande uitgaven te controleren.
  2. De certificeringsinstantie stuurt de Commissie regelmatig uitgavenstaten en betalingsaanvragen door. Zij gaat ook na of de verzoeken om terugbetaling kloppen en of zij afkomstig zijn van een betrouwbaar boekhoudsysteem dat aan de geldende nationale en Europese normen beantwoordt.
  3. De auditinstantie verricht audits van de systemen en test de projecten. Zij meldt lacunes en onregelmatigheden in de uitgaven aan de beheersinstantie en de certificeringsinstantie.

De auditdiensten van de Europese Commissie hebben een toezichthoudende functie en kunnen op ieder moment audits uitvoeren. Als aanzienlijke tekortkomingen worden vastgesteld, stellen de Commissie en de EU-landen actieplannen op om daar iets tegen te doen. Als het betrokken EU-land niet snel corrigerende maatregelen neemt, kan de Commissie de betalingen onderbreken of staken. De Commissie houdt ook rekening met de audits van de Europese Rekenkamer en de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Het cohesiebeleid heeft een impact door de enorme investeringen die het in bepaalde landen vertegenwoordigt (tot 4% van hun BBP). De EU-landen hebben in het begin bij de programmering streefcijfers vastgelegd, met name in hun nationale strategische referentiekader.

De impact van de programma's wordt door de EU-landen en de Europese Commissie gemeten aan de hand van evaluaties. Om de drie jaar publiceert de Commissie het "cohesieverslag" dat de ontwikkeling van de regio's en de impact van het beleid beschrijft. Zij publiceert daarnaast jaarlijks een "voortgangsverslag over de economische en sociale samenhang".

Impact en resultaten – groei en werkgelegenheid in de EU in 2007-2012

  • Verhoging van het bbp per hoofd van de bevolking in de minst ontwikkelde regio's van de EU – het bbp per hoofd van de bevolking in de zogenaamde convergentieregio's is tussen 2007 en 2010 gestegen van 60,5 % tot 62,7 % van het gemiddelde van de EU-27.
  • Naar schatting heeft het cohesiebeleid tussen 2007 en 2012 voor nog eens 600 000 jobs gezorgd, waarvan ten minste één derde bij kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's).
  • Tussen 2007 en 2012 zijn 25 000 km aan wegen en 1 800 km aan spoorwegen aangelegd of gemoderniseerd met als doel een efficiënt trans-Europees transportnetwerk (TEN-T) op te zetten.
  • 200 000 kmo's hebben rechtstreekse financiële steun ontvangen en het cohesiebeleid heeft 77 800 startende ondernemingen gesteund om hun bedrijf op de rails te krijgen.
  • In de periode 2007-2012 werden meer dan 60 000 onderzoeksprojecten ondersteund.
  • Een bijkomende 1,9 miljoen mensen hebben toegang tot breedband gekregen.

Het meten van de impact en de resultaten van het cohesiebeleid is van essentieel belang voor het toekomstige succes van het beleid. Hierdoor kunnen we de Europese burgers laten zien wat de effecten van het beleid zijn. Ook stelt het ons in de gelegenheid te leren van goede praktijken en om projecten en programma's voortdurend te verbeteren.

Als u nog meer vragen hebt, kunt u altijd contact opnemen met het directoraat-generaal Regionaal Beleid.