Operationeel programma voor Wallonië (behalve Henegouwen)

Programma uit hoofde van de doelstelling 'Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid' en medegefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)

België

Extra tools

  •  
  • Tekst kleiner  
  • Tekst groter  

Op 21 december 2007 heeft de Europese Commissie een operationeel programma voor het Waalse Gewest goedgekeurd voor de periode 2007-2013. Het programma bestrijkt vier van de vijf Waalse provincies: Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant (blauw op de kaart).

Dit operationele programma valt onder de doelstelling Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid en beschikt over een budget van in totaal ongeveer 720 miljoen euro. De steun van de Europese Unie uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) bedraagt ongeveer 282 miljoen euro, d.w.z. ongeveer 12,5% van de EU-bijdragen aan België in het kader van het cohesiebeleid 2007-2013.

De nationale bijdrage bedraagt 437 miljoen euro en kan gedeeltelijk bestaan uit communautaire leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) en andere crediteuren.

1. Onderwerp en doel van het programma

De strategie van het operationeel programma 2007-2013 legt bij alle maatregelen – zowel op het niveau van de beheersinstanties als van de ondernemingen – de nadruk op selectiviteit, duurzaamheid, transversaliteit, interactiviteit en netwerkvorming.

Doel van de maatregelen is de ontwikkelingsstrategie toe te spitsen op het herstel van het stedelijke concurrentievermogen in de steden en de verbetering van het regionale concurrentievermogen op het platteland.

De nadruk zal worden gelegd op meer wisselwerking tussen de projecten, waarbij erop wordt toegezien dat zij daadwerkelijk gericht zijn op een collectieve benadering van een geïntegreerde territoriale ontwikkeling. Op basis van de gedetailleerde beschrijving van de strategische hoofdlijnen wordt het aandeel van de communautaire fondsen voor de prioriteiten van de strategie van Lissabon op meer dan 60% geraamd.

2. Verwacht effect van de investeringen

Het programma wil tot 2015 ongeveer 4 300 directe arbeidsplaatsen creëren. Rekening houdend met indirecte en afgeleide effecten wordt de totale impact op ongeveer 10 700 arbeidsplaatsen geraamd.

3. Prioriteiten

Het operationele programma is gericht op vier prioriteiten:

Prioriteit 1: Creëren van ondernemingen en banen [ongeveer 31% van de totale investeringen]

Het Maas-Vesderbekken heeft moeite om de neergang van de zware industrie door nieuwe activiteiten te compenseren. Het is daarom van essentieel belang nieuwe activiteiten te ontwikkelen in sectoren die groei en werkgelegenheid genereren zonder de bestaande structuren in het gedrang te brengen. Daarbij komt een cruciale rol toe aan sectoren waar de competenties van jonge en dynamische krachten optimaal kunnen worden benut. Prioriteit wordt verleend aan projecten van ondernemingen die een reële meerwaarde bieden en nieuwe banen scheppen.

Het platteland wordt gekenmerkt door een verbrokkeling van de productieve structuren en door ontoereikende industriële structuren. Doel is de economische structuur te versterken door grote ondernemingen aan te trekken en bestaande ondernemingen uit te breiden, vooral in wisselwerking met de activiteiten en markten in de stedelijke gebieden. Om deze doelstellingen te verwezenlijken is er behoefte aan originele en innovatieve diensten voor financiële bijstand aan ondernemingen en steun aan het ondernemerschap.

Prioriteit 2: Ontwikkeling van menselijk kapitaal, kennis, knowhow en onderzoek [ongeveer 25% van de totale investeringen]

Gestreefd wordt naar de ontwikkeling en benutting van het potentieel op het gebied van onderzoek en technologische innovatie, naar niet-technologische innovatie en naar de ontwikkeling van een performante opleidingsinfrastructuur. Het accent ligt hierbij op:

• rechtstreekse steun aan onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten (O&O) van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's);

• versterking van officieel erkende onderzoekscentra en de dienstverlening aan ondernemingen in het gebied;

• ontwikkeling van een performante infrastructuur om kennis over nieuwe technologieën onder de beroepsbevolking en jongeren te verspreiden.

Prioriteit 3: Een evenwichtige en duurzame territoriale ontwikkeling [ongeveer 43% van de totale investeringen]

Doel is de Luikse agglomeratie nieuw leven in te blazen door de ontwikkeling van een concurrerende infrastructuur, stadsvernieuwing en de sanering van industrieel en stedelijk braakland. Deze maatregelen zijn van cruciaal belang om de agglomeratie en haar internationale uitstraling een nieuwe dynamiek te geven. Tegelijkertijd zullen ook op het platteland maatregelen worden genomen.

Ook is het de bedoeling steun te verlenen aan geïntegreerde projecten die gericht zijn op stadsvernieuwing en benutting van het cultureel en toeristisch erfgoed. Drie categorieën maatregelen genieten prioriteit:

  • sanering en hergebruik van industrieel en stedelijk braakland;
  • ontwikkeling van een concurrerende infrastructuur;
  • steun aan geïntegreerde beleidsmaatregelen om de stad een nieuwe dynamiek te verlenen en het gebied aantrekkelijker te maken.

Bij de ontwikkeling van deze projecten moet steeds rekening worden gehouden met de ruimtelijke ordening, de stadsvernieuwing, de kwaliteit en de bescherming van het milieu, de benutting van hernieuwbare energiebronnen en een efficiënt energiegebruik.

Prioriteit 4: Technische bijstand [ongeveer 1% van de totale investeringen]

In het kader van deze prioriteit zal steun kunnen worden verleend aan een doeltreffend beheers-, follow-up- en controlesysteem, aan de evaluatie van het programma en de projecten en aan informatie en publiciteit over het programma.

Technische en financiële informatie

Operationeel programma voor Wallonië (behalve Henegouwen)

Aard van het bijstandspakket

Operationeel programma

CCI

2007BE162PO003

Number of decision

C/2007/6880

Datum van definitieve goedkeuring

21/12/2007

Opsplitsing van financiën volgens prioriteitsas

Prioriteitsas EU-investering Nationale overheidsbijdrage Totale overheidsbijdrage
De kenniseconomie dynamisch maken met het oog op een concurrerende regio 83 452 106 139 266 335 222 718 441
Innovatie als centraal onderdeel van de economische en sociale veranderingen binnen ondernemingen 71 129 646 106 694 468 177 824 114
Een milieuvriendelijke regionale economie 124 927 701 187 391 553 312 319 254
Technische bijstand 3 005 478 4 508 217 7 513 695
Totaal 282 514 931 437 860 573 720 375 504