Operationeel programma 'Brussels Hoofdstedelijk Gewest'

Programma in het kader van de doelstelling Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid, medegefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)

België

Extra tools

 

Op 27 november 2007 heeft de Europese Commissie een operationeel programma voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest goedgekeurd voor de periode 2007-2013. Het programma bestrijkt een deel van het gewest.

Dit operationele programma valt onder de doelstelling Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid en beschikt over een budget van in totaal 115 miljoen euro. De financiering door de Europese Unie uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) bedraagt ongeveer 58 miljoen euro, d.w.z. ongeveer 2,3% van de EU-bijdragen aan België in het kader van het cohesiebeleid 2007-2013.

De nationale bijdrage bedraagt 58 miljoen euro en kan gedeeltelijk bestaan uit communautaire leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) en andere crediteuren.

1. Onderwerp en doel van het programma

Het operationele programma 2007-2013 is met name bedoeld om:

  • een evenwichtige territoriale ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te bewerkstelligen;
  • de ongelijkheid op economisch, sociaal en milieugebied in een zone met een aantal achterstandswijken in het gewest te verminderen;
  • de economie en de werkgelegenheid in deze zone een nieuwe dynamiek te geven;
  • de zone en het leefklimaat voor bewoners, ondernemingen en verenigingen aantrekkelijker te maken.

2. Verwacht effect van de investeringen

Het programma wil tot 2015 ongeveer 4 300 directe arbeidsplaatsen creëren. Rekening houdend met indirecte en afgeleide effecten wordt de totale impact op ongeveer 10 700 arbeidsplaatsen geraamd.

3. Prioriteiten

Het programma stelt een ontwikkelingsstrategie voor die gebaseerd is op:

  • het beginsel van territoriale concentratie, waarvoor een zone voor prioritaire maatregelen wordt vastgesteld;
  • twee thematische prioriteiten, namelijk steun aan het territoriale concurrentievermogen en versterking van de territoriale cohesie;
  • transversale prioriteiten, waaronder duurzame ontwikkeling, innovatie, goed bestuur, partnerschap en gelijke kansen.

Deze ontwikkelingsstrategie vloeit voort uit de noodzaak om de gevolgen van de territoriale tweedeling binnen het Brusselse Gewest te temperen. In het Contract voor de economie en de tewerkstelling, de Brusselse bijdrage aan het Nationale strategische referentiekader van België en het Gewestelijk plan voor innovatie worden diagnose- en strategie-elementen aangedragen.

Op basis van de strategie van Lissabon stelt het programma evenwichtige maatregelen op de verschillende gebieden van duurzame stadsontwikkeling voor, waarbij de nadruk vooral op steun voor de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid wordt gelegd.

Het operationele programma is gericht op drie prioriteiten:

Prioriteit 1: Ondersteuning van het territoriale concurrentievermogen [ongeveer 62,5% van de totale investeringen]

De eerste prioriteit is de bevordering van de economische dynamiek en de werkgelegenheid in de zone voor prioritaire maatregelen. Het is zaak Brusselse achterstandswijken aantrekkelijker te maken en een omschakeling op het gebied van economische ontwikkeling en innovatie te bewerkstelligen. Belangrijk is dat deze wijken opnieuw een positieve dynamiek vinden in een concurrerende Europese context. Uit de analyse is gebleken dat er behoefte is aan twee categorieën maatregelen:

  • steun voor ontwikkeling en initiëren van economische activiteiten;
  • steun voor de totstandbrenging van een stedelijke ontwikkelingspool die gekoppeld is aan de plaatselijke economische sectoren.

Prioriteit 2: Versterking van de territoriale cohesie [ongeveer 33,5% van de totale investeringen]

Doel is de verschillen binnen het gewest te verkleinen en daarbij in de eerste plaats de zone en het leefklimaat voor bewoners, ondernemingen en verenigingen aantrekkelijker te maken.

Twee categorieën maatregelen staan centraal:

  • de zone aantrekkelijker maken en het imago ervan verbeteren (het EFRO moet de bestaande maatregelen voor stadsvernieuwing aanvullen door met name rekening te houden met de supralokale dimensie van de behoeften op het gebied van imago en aantrekkelijkheid);
  • de plaatselijke infrastructuur op het gebied van werkgelegenheid en opleidingen verbeteren (het EFRO moet het beleid van de regionale en communautaire instanties op het gebied van werkgelegenheid, kinderopvang en opleiding aanvullen).

Prioriteit 3: Technische bijstand [ongeveer 4% van de totale investeringen]

Deze prioriteit beoogt een efficiënte en doeltreffende uitvoering van alle aspecten van het operationele programma: beheer en coördinatie van het programma, financieel beheer, follow-up en evaluatie, controle, uitwisseling van gegevens, voorlichting en publiciteit. Voorts is het de bedoeling dat de initiatiefnemers van projecten vanaf de oproep tot het indienen van projecten en tijdens de gehele uitvoering van het programma goed begeleid worden.

Technische en financiële informatie

Operationeel programma 'Brussels Hoofdstedelijk Gewest'

Aard van het bijstandspakket

Operationeel programma

CCI

2007BE162PO001

Number of decision

C/2007/5900

Datum van definitieve goedkeuring

27/11/2007

Opsplitsing van financiën volgens prioriteitsas

Prioriteitsas EU-investering Nationale overheidsbijdrage Totale overheidsbijdrage
Het territoriale concurrentievermogen ondersteunen 35 937 698 35 937 698 71 875 396
De territoriale cohesie versterken 19 351 068 19 351 068 38 702 136
Technische bijstand 2 303 699 2 303 699 4 607 398
Totaal 57 592 465 57 592 465 115 184 930