Onderzoek en innovatie

Duurzame economische groei heeft steeds meer te maken met de mate waarin regionale economieën kunnen innoveren en zich aanpassen. Dit betekent dat er meer werk moet worden gemaakt van een omgeving die innovatie en onderzoek en ontwikkeling (O&O) aanmoedigt. De bevordering van innovatie is dan ook een centraal element van de nationale hervormingsprogramma's in het kader van de Lissabon-agenda en een hoofdprioriteit van de nieuwe cohesiebeleidsprogramma's voor 2007-2013.

Statistieken bevestigen grote verschillen op het gebied van innovatie en O&O tussen de EU-landen en regio's onderling. Ook blijft Europa achter bij haar belangrijkste concurrenten op wereldniveau. Europa moet inventiever zijn, sneller reageren op veranderende marktomstandigheden en consumentenvoorkeuren en een innovatievriendelijke samenleving en economie worden. Dit is echter alleen haalbaar via een strategische benadering met partnerschappen tussen bedrijfsleven, onderzoekers, onderwijs en overheid. De drijvende krachten voor onderzoek en innovatie worden het best op regionaal niveau gestuurd. Innovatieverschillen tussen de Europese regio's wegwerken is daarom een belangrijke taak van het cohesiebeleid. In dat verband wordt in vier dingen geïnvesteerd: O&O en innovatie, ondernemerschap, ICT-verbreiding en de ontwikkeling van menselijk kapitaal. Daarnaast bevordert het cohesiebeleid via het initiatief Regio's voor economische verandering de vorming van netwerken en leren uit de ervaringen van andere regio's om innovatiever te worden, ICT-verbindingen en menselijk kapitaal te verbeteren of hun industriële clusters tot innovatie aan te zetten.

Van 2007 tot 2013 zullen de instrumenten van het cohesiebeleid zo'n 86,4 miljard euro (bijna 25% van het totaal) besteden aan O&O en innovatie met inbegrip van innovatieve maatregelen en experimenten. Dit bedrag wordt als volgt verdeeld

  • 50,5 miljard euro gaat naar O&O en innovatie in de strikte betekenis, met inbegrip van 10,2 miljard voor OTO-infrastructuur en kenniscentra, 9 miljard voor investeringen in ondernemingen die rechtstreeks bij onderzoek betrokken zijn, 5,8 miljard voor OTO-activiteiten in onderzoekscentra, 5,7 miljard voor steun voor OTO in het bijzonder in het MKB, 5,6 miljard voor technologieoverdracht en de verbetering van de samenwerking van netwerken, 4,9 miljard voor de ontwikkeling van menselijk potentieel op het gebied van onderzoek en innovatie en 2,6 miljard voor steun aan het MKB voor de promotie van milieuvriendelijke producten en productieprocedés;
  • 8,3 miljard euro is bestemd voor ondernemerschap, waarvan 5,2 miljard voor geavanceerde ondersteunende diensten voor bedrijven en 3,2 miljard voor de stimulering van zelfstandige activiteiten en oprichting van bedrijven;
  • 13,2 miljard euro wordt besteed aan informatie- en communicatietechnologieën om de vraagzijde te promoten, met 5,2 miljard voor diensten en toepassingen voor burgers (e-gezondheidszorg, e-overheid, e-leren, e-inclusie, enz.) en 2,1 miljard voor diensten en toepassingen voor het MKB (e-handel, onderwijs en opleiding, netwerken, enz.);
  • 14,5 miljard euro is voorbehouden voor menselijk kapitaal. 9,7 miljard daarvan specifiek voor de ontwikkeling van systemen en bedrijfsstrategieën voor een leven lang leren, opleidingen en diensten voor werknemers om hun aanpassingsvermogen te vergroten en ondernemerschap en verandering te bevorderen. 2,8 miljard is bedoeld voor de ontwikkeling van speciale diensten voor arbeidsbemiddelings-, opleidings- en ondersteunende diensten in verband met herstructureringen en voor de ontwikkeling van systemen die toekomstige behoeften aan vaardigheden inschatten. Er is 1,9 miljard uitgetrokken voor de ontwikkeling en verspreiding van innovatieve en productievere werkorganisatiemethodes.

Deze investeringen betekenen meer dan een verdrievoudiging in absolute cijfers van de financiële middelen voor innovatie en O&O tegenover 2000-2006. Dit bedrag overtreft ruimschoots het budget van het zevende kaderprogramma voor onderzoek (50,5 miljard) en van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (3,6 miljard). De Commissie moedigt de EU-landen, de regio's, bedrijven, universiteiten en onderzoekscentra aan om optimaal gebruik te maken van synergieën van cohesiebeleidsinvesteringen met deze centraal beheerde EU-programma's, in het bijzonder door het verstrekken van advies over EU-financieringsmogelijkheden voor onderzoek en innovatie .

 

Links:

Laatste aanpassing: