Geschiedenis

1957 - 1988        1989 - 1993        1994 - 1999        2000 - 2006        2007 - 2013

A more comprehensive publication, can be found in here and a power-point presentation is available here.

1957-1988: The origins of EU Cohesion and Regional Policy

“We believe there is still a great deal to do in the Community in the field of regional policy. The possibilities have perhaps not been properly realised or acted on. In particular, we need to give a fresh impetus to regional policy formulated at the same level of the Community and, I should point out, with regular cooperation by Member States’ governments, which is essential if it is to succeed.”

Jean Rey, President of the European Commission 1967-1970

Financial instruments and initiatives to address economics and social imbalances at Community level did exist since the beginning of European integration but only in 1986 legal foundations introduced by the Single European Act paved the way for an integrated cohesion policy. During the period 1957-1988, the European Social Fund (ESF, since 1958), the European Agricultural Guidance and Guarantee Fund (EAGGF, since 1962), and the European Regional Development Fund (ERDF, since 1975) co-financed projects which had been selected beforehand by Member States

As regards European Regional Policy, a first Communication was adopted by the European Commission in 1965, followed by the creation of the Directorate-General for Regional Policy in 1968. In 1972, the Heads of State and Government adopted conclusions in Paris which described Regional Policy as “an essential factor in strengthening the Community”. The “Thompson Report”, published by the European Commission in 1973, concluded that “although the objective of continuous expansion set in the Treaty has been achieved, its balanced and harmonious nature has not been achieved”.

The ERDF was set up in 1975 for a three-year period with a budget of €1,300 million with the objectives of correcting regional imbalances due to predominance of agriculture, industrial change and structural unemployment. In that period the ERDF could finance three actions, eligible for up to 50% of public expenditure, preferably to be carried out in national state aid areas:

  • investments in small enterprises creating at least 10 new jobs;
  • investments in infrastructure related to point 1, and
  • infrastructure investments in mountainous areas, which had to be eligible under the agriculture guidance fund, too.

Finally in 1986, the Single European Act laid the basis for a genuine cohesion policy designed to offset the burden of the single market for the less-favoured regions of the Community.

Listen to Giuseppe Caron, Vice-President of the Commission of the European Communities, about regional disparities (1962, in Italian)

 

 

 

Listen to George Thompson, Commissioner for Regional Policy, on why regional policy is necessary (1973, in English)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

The beginnings of the ERDF: building an aqueduct in Sicily (Italy) in the late 1970s
The beginnings of the ERDF: building an aqueduct in Sicily (Italy) in the late 1970s.

1957
In de preambule van het Verdrag van Rome wijzen de ondertekenaars op de noodzaak om „de eenheid hunner volkshuishoudingen te versterken en de harmonische ontwikkeling daarvan te bevorderen door het verschil in niveau tussen de onderscheidene gebieden en de achterstand van de minder begunstigde gebieden te verminderen”.
1958
Oprichting van het Europees Sociaal Fonds (ESF).
1962
Oprichting van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL).
1975
Oprichting van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) met het doel om een deel van de bijdragen van de lidstaten over de kansarme regio’s te verdelen.
1986
Met de Europese Akte wordt de basis gelegd van een echt cohesiebeleid dat voor de Zuid-Europese landen en andere minder begunstigde regio’s als tegenwicht voor de verplichtingen van de interne markt moet dienen.
1989-1993
De Europese Raad van Brussel (februari 1988) hervormt de werking van de solidariteitsfondsen, nu structuurfondsen genoemd, en besluit deze 68 miljard ecu (prijzen van 1997) toe te kennen.
1992
In het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat in 1993 in werking treedt, wordt de cohesie, samen met de Economische en Monetaire Unie en de interne markt, als een van de hoofddoelstellingen van de Unie bevestigd. Er wordt ook voorzien in de oprichting van een Cohesiefonds dat milieu- en vervoersprojecten in de minst welvarende lidstaten steunt.
1994-1999
De Europese Raad van Edinburgh (december 1992) besluit ongeveer 177 miljard ecu (prijzen van 1999), dit wil zeggen eenderde van de Gemeenschapsbegroting, aan het cohesiebeleid toe te kennen. De structuurfondsen worden aangevuld met een nieuw Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV).
2000-2006
Tijdens de Europese Raad van Berlijn (maart 1999) wordt besloten de Structuurfondsen opnieuw te hervormen en voor de volgende 7 jaar 213 miljard euro ervoor uit te trekken. Het programma Phare, dat sinds 1989 bestaat, wordt aangevuld met een structureel pretoetredingsinstrument (ISPA) en een speciaal toetredingsprogramma voor landbouw en plattelandsontwikkeling (SAPARD) ten behoeve van de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa.
2000-2001
De Europese Raad van Lissabon (maart 2000) neemt een strategie aan die zich concentreert op werkgelegenheid en die zich tot doel stelt ervoor te zorgen dat de Unie „in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld zal zijn”. De Raad van Göteborg (juni 2001) heeft deze strategie aangevuld door deze te koppelen aan duurzame ontwikkeling.
2002
De Europese Raad van Kopenhagen (december 2002) komt tot een overeenkomst over de voorwaarden voor de toetreding van tien nieuwe lidstaten tot de Unie.
2004
Op 1 mei 2004 worden Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië lid van de Europese Unie.
2005
De Europese Raad bereikt een compromis over de begroting voor 2007-2013. Voor het cohesiebeleid is 347 410 miljard beschikbaar (huidige prijzen).
2006
Op 17 mei ondertekenen de Raad, het Parlement en de Commissie het akkoord over de begroting voor 2007-2013. Op 1 augustus treden de verordeningen over de Structuurfondsen voor de periode 2007-2013 in werking.
2006
Op 6 oktober keurt de Raad de "Communautaire strategische richtsnoeren voor cohesie" goed, die de grondslag vormen voor het nieuwe beleid en waarmee de beginselen en prioriteiten voor de periode 2007-2013 zijn vastgelegd.