Besluitvorming

  1. De begroting van de Structuurfondsen en de regels voor het gebruik daarvan worden vastgesteld door de Raad en het Europees Parlement op basis van een voorstel van de Commissie.
  2. De Commissie stelt in nauwe samenwerking met de lidstaten "communautaire strategische richtsnoeren voor het cohesiebeleid" op. Die zorgen ervoor dat de lidstaten hun programma afstemmen op de prioriteiten van de Unie, namelijk het stimuleren van innovatie en ondernemingszin, het bevorderen van de kenniseconomie en het scheppen van meer en betere werkgelegenheid.
  3. Vervolgens stellen de lidstaten in voortdurend overleg met de Commissie een "nationaal strategisch referentiekader" op dat aan die richtsnoeren beantwoordt. Volgens de verordening hebben zij na de goedkeuring van de richtsnoeren vijf maanden de tijd om dat referentiekader aan de Commissie voor te leggen. Daarin geven zij een beschrijving van de strategie en een lijst van "operationele programma's" die moeten worden uitgevoerd. Na ontvangst van het referentiekader kan de Commissie gedurende drie maanden opmerkingen maken of aanvullende inlichtingen vragen.
  4. Vervolgens moet de Commissie het referentiekader, evenals de afzonderlijke operationele programma's, Tgedeeltelijk goedkeuren. In die operationele programma's staan de prioriteiten van de lidstaten (en/of regio's) en de middelen waarmee ze het programma willen uitvoeren. Er is één absolute eis: voor de landen en regio's die onder de convergentiedoelstelling vallen, moet 60% van de uitgaven worden besteed aan de prioriteiten van de groei- en werkgelegenheidsstrategie van de Unie (de Lissabonstrategie). Dit percentage bedraagt 75% voor de landen en regio's die onder de doelstelling "concurrentievermogen en werkgelegenheid" vallen. Voor de periode 2007-2013 zal de Commissie ongeveer 450 operationele programma's goedkeuren. De programmering en het beheer van de operationele programma's is een taak van de sociaaleconomische partners en de organisaties uit het maatschappelijk middenveld.
  5. Nadat de Commissie een besluit heeft genomen over de operationele programma's is het aan de lidstaten en regio's om de programma's uit te voeren, d.w.z. een selectie te maken uit de duizenden projectvoorstellendie ieder jaar worden ingediend, en deze te controleren en evalueren. Al dit werk wordt gedaan door de zogenaamde "beheersautoriteiten" van ieder land en/of iedere regio.
  6. De Commissie gaat betalingsverplichtingen aan om de lidstaten in staat te stellen de projecten op te starten.
  7. De Commissie betaalt de door de lidstaat gecertificeerde uitgaven
  8. De Commissie neemt deel aan de follow-up van ieder programma samen met de lidstaten.
  9. Gedurende de hele programmeringperiode 2007-2013 brengen de Commissie en de lidstaten strategische verslagen en uit.

Meer informatie is te vinden in de nieuwe verordeningen over de Structuurfondsen.