Hoger onderwijs

Overzicht

Met Erasmus+ kunt u enige tijd gaan lesgeven aan een instelling voor hoger onderwijs in het buitenland.

Werkt u in het hoger onderwijs, dan kunt u in een Erasmus+-programmaland of -partnerland gaan lesgeven.

Die mogelijkheid is er ook als u bij een ander soort organisatie in een programmaland werkt.

We bedoelen daarmee bijvoorbeeld een bedrijf, overheidsinstantie, sociale partner, onderzoeksinstelling of ngo.

Duur

De duur van het verblijf bij mobiliteit tussen twee programmalanden bedraagt minimaal twee dagen en maximaal twee maanden (reistijd niet inbegrepen).

De duur van het verblijf bij mobiliteit tussen een programmaland en een partnerland bedraagt minimaal vijf dagen en maximaal twee maanden (reistijd niet inbegrepen).

Tijdens uw verblijf in het buitenland moet u minstens 8 uur per week (of bij een korter verblijf in totaal 8 uur) echt lesgeven.

Voorwaarden

Werkt u in het hoger onderwijs, dan moet uw instelling, in het geval van programmalanden, het Erasmus-handvest voor het hoger onderwijs hebben aanvaard, of, in het geval van partnerlanden, een interinstitutionele overeenkomst met de gastinstelling hebben getekend.

Instellingen voor hoger onderwijs in een programmaland hebben eveneens de mogelijkheid om medewerkers van bedrijven of andere organisaties in programmalanden uit te nodigen om te komen lesgeven.

Vóór het begin van uw verblijf moet u met uw instelling voor hoger onderwijs een mobiliteitsovereenkomst sluiten. Daarin staan wat uw leerdoelen, rechten en plichten zijn en welke erkenning u voor uw verblijf krijgt.

Financiële steun

Van de EU krijgt u een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten die afhankelijk is van:

  1. het gastland
  2. bij een mobiliteit tussen programmalanden, de mate van belangstelling uit uw land voor een gastdocentschap in het buitenland
  3. de afstand tussen uw land en het gastland
  4. bij mobiliteit tussen programmalanden, de beschikbaarheid van financiële steun in uw eigen land of regio

Als u als medewerker van een instelling voor hoger onderwijs als gastdocent naar een ander programmaland gaat, moet de uitzendende instelling alle betalingen verrichten. Komt u uit het bedrijfsleven of werkt u voor een organisatie, dan is het de uitnodigende instelling voor hoger onderwijs die alle betalingen moet verrichten. Is het ene land een programmaland en het andere een partnerland, dan beslissen de uitzendende organisatie en de gastinstelling in overleg wie de betalingen verricht.

De beursbedragen voor gastdocentschappen waarbij een programmaland en een partnerland zijn betrokken, staan in de programmagids van Erasmus+. Als beide landen programmalanden zijn, informeer dan bij uw nationaal agentschap en uw uitzendende instelling voor hoger onderwijs hoe hoog de beurs is.

Hoe aanvragen?

Uw vraagt de beurs aan via uw instelling voor hoger onderwijs. Instellingen voor hoger onderwijs kiezen uit hun personeel wie er voor een gastdocentschap naar het buitenland mag of nodigen medewerkers van buitenlandse bedrijven of organisaties uit.

De selectie moet eerlijk en transparant verlopen en goed worden gedocumenteerd.

Lees verder

Informeer bij het bureau buitenland van uw instelling om te zien of u voor een gastdocentschap in aanmerking komt.

Ook in de programmagids kunt u meer informatie vinden.

De nationale agentschappen in de programmalanden en de eventuele nationale bureaus in de partnerlanden kunnen informatie geven of helpen met uw aanvraag.

Video: >Erasmus+: Gaining new insights met Marjo Palovaara, hoofd van de afdeling Verpleegkunde van de JAMK-universiteit in Finland over de mogelijkheden van een Erasmus+-gastdocentschap voor academisch personeel.