Toegankelijkheidstools
Tools
Taalkeuzemenu
Er liggen nieuwe voorstellen op tafel voor een betere regionale steunverlening waarbij het accent op groei en werkgelegenheid ligt.
De economische ontwikkeling, productiviteit en kansen op de arbeidsmarkt in de EU verschillen van regio tot regio.
Ongeveer een derde van de EU-begroting wordt besteed aan het verminderen van deze verschillen: de minst ontwikkelde gebieden kunnen daardoor beter profiteren van de EU-markt.
De steun gaat naar programma's die bijvoorbeeld vaardigheden van lokale arbeidskrachten, ondernemerschap, infrastructuur en milieubescherming verbeteren. Miljoenen Europeanen hebben al geprofiteerd van deze gerichte regionale steun.
Van 2014 tot 2020 trekt de EU voor dergelijke programma's € 376 miljard euro ![]()
![]()
uit. De Commissie wil deze subsidieronde beter afstemmen op de langetermijndoelstellingen van Europa 2020, de groei- en werkgelegenheidsstrategie van de EU.
Daarom wordt de financiering
toegespitst op een geringer aantal prioriteiten.
Elk land sluit een partnerschapscontract met de Europese Commissie, waarin de investeringsprioriteiten en doelstellingen worden afgesproken.
Voordat de steun wordt verleend, worden ook voorwaarden vastgelegd. Een beter toezicht moet ervoor zorgen dat de programma's aan de afgesproken doelstellingen beantwoorden.
Er kan extra geld worden gegeven voor programma's die de meeste groei en banen hebben opgeleverd.
Er komen gemeenschappelijke regels voor de verschillende fondsen voor sociale ontwikkeling, plattelandsontwikkeling, kustgebieden, samenwerking tussen grensregio's, visserij en minder ontwikkelde landen. Het is mogelijk dat een programma steun uit verschillende fondsen tegelijk krijgt.
Subsidie aanvragen wordt ook eenvoudiger om de administratieve rompslomp, vooral voor kleine bedrijven, te beperken en de kosten voor alle betrokkenen zo laag mogelijk te houden.
Hoewel alle EU-landen in aanmerking voor steun komen, ligt het accent toch op landen met een bruto binnenlands product dat minder is dan 75% van het EU-gemiddelde.
Volgende stappen
De voorstellen gaan in 2014 in, als de ministers van de EU-landen (in de Raad van de EU) en het Europees Parlement ze tenminste in 2012 goedkeuren.
Van 10 tot 13 oktober bespreken regionale vertegenwoordigers de plannen tijdens de jaarlijkse Open dagen 2011
in Brussel.