Kruimelpad

Officiële EU-talen

De Europese Unie telt 23 officiële talen en werktalen. Dat zijn het Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Iers, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds.

De eerste Europese taalwetgeving dateert al van 1958. Toen werden de talen van de toenmalige lidstaten – Duits, Frans, Italiaans en Nederlands – de eerste officiële en werktalen. Sindsdien nam bij elke uitbreiding het aantal talen toe. Toch zijn er minder officiële talen dan lidstaten, omdat sommige talen in meer dan één land worden gesproken. Zo zijn in België de officiële talen Nederlands, Frans en Duits, terwijl de meerderheid van de bevolking op Cyprus Grieks spreekt, wat daar dan ook een officiële taal is.

Het statuut van "officiële taal en werktaal" houdt vooral het volgende in:

  • EU-instellingen nemen documenten in deze talen in ontvangst en antwoorden ook in deze talen. 
  • Alle EU-wetgeving en het Publicatieblad van de EU worden in alle officiële talen en werktalen van de EU gepubliceerd. 

Wegens gebrek aan tijd en middelen worden werkdocumenten meestal niet in alle talen vertaald. De Europese Commissie gebruikt het Duits, Engels en Frans als werktalen en het Europees Parlement zorgt voor vertalingen als de parlementsleden die nodig hebben.

Meer:

  • Officiële talen en andere feiten over de Europese landen