|
De Verordening (EG) Nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken beoogt een verbetering, vereenvoudiging en bespoediging van de samenwerking tussen rechterlijke instanties voor de bewijsverkrijging en bewijsvoering.
De verordening is van toepassing tussen alle lidstaten van de Europese Unie, met uitzondering van Denemarken. Tussen Denemarken en de overige lidstaten geldt voor burgerlijke zaken en handelszaken het Verdrag van 1970 over de bewijsopname in het buitenland.
De verordening voorziet in twee systemen voor de verkrijging van bewijs tussen lidstaten: directe verzending van verzoeken tussen gerechten en rechtstreekse bewijsverkrijging door het verzoekende gerecht.
Het verzoekende gerecht is het gerecht voor welke de procedures zijn ingesteld. Het aangezochte gerecht is het gerecht van een andere lidstaat voor de bewijsverkrijging en bewijsvoering. Het centraal orgaan is verantwoordelijk voor de informatievoorziening en voor het zoeken naar oplossingen voor elke moeilijkheid die zich zou kunnen voordoen bij het verzoek.
De verordening kent tien types formulieren.
De ATLAS stelt u informatie ter beschikking betreffende de toepassing van de verordening, en biedt u een gebruiksvriendelijk gereedschap voor de invulling van de formulieren.
Deze formulieren zijn ook beschikbaar op de Europese portal e-Justice. Opgelet: de inhoud van ATLAS wordt in 2012 geleidelijk overgebracht naar de Europese portal e-Justice.
|