Kruimelpad

Press releases and News :: De Europese Commissie analyseert de doelmatigheid van overheidsfinanciering in het Europees Visserijfonds

De Europese Commissie analyseert de doelmatigheid van overheidsfinanciering in het Europees Visserijfonds

(08/02/2013) Het 5e jaarverslag over de uitvoering van het Europees Visserijfonds (EVF) van de Europese Commissie omvat een analyse van de mate waarin de EVF-programma's hebben bijgedragen tot de oorspronkelijke doelstellingen zoals deze aan het begin van de programmeringsperiode 2007-2013 waren uiteengezet. De analyse gebruikt de resultaten van de eerste vier jaar om te bekijken in hoeverre de maatregelen van het EVF hebben bijgedragen aan het behalen van de doelstellingen van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB).

De bevindingen concentreren zich op enkele van de belangrijkste maatregelen onder de vier zwaartepunten van het EVF: aanpassing van de visserijvloot (zwaartepunt 1); aquacultuur, binnenvisserij, verwerking en afzet (zwaartepunt 2); maatregelen van algemeen belang (zwaartepunt 3); en duurzame ontwikkeling van visserijgebieden (zwaartepunt 4).

  • De aquacultuur en de verwerkende industrie nemen het leeuwendeel van de EVF-middelen voor zwaartepunt 2 voor hun rekening (respectievelijk zo'n € 300 miljoen). De analyse concludeert dat ondanks het feit dat de investeringen gericht zijn op het verbeteren van de productiecapaciteit, de totale productie in de belangrijkste productielanden niet noodzakelijk is toegenomen.  Wat de werkgelegenheid betreft, vertoont de verwerkende industrie, die werk geeft aan ruim 140 000 mensen, een groei van +3%, tegen een ietwat conservatievere groei in de aquacultuursector.
  • De subsidies voor de sloop van verouderde vissersboten maakten 56% van de EVF-betalingen onder zwaartepunt 1 uit. Volgens de laatst beschikbare informatie gaat het hier om 202 miljoen EUR. Het doel van de sloopregeling is om het aantal vissersvaartuigen terug te brengen en op die manier de vangstcapaciteit beter af te stemmen op de beschikbare visbestanden.  De beschikbare bewijzen tonen echter dat deze regeling eerder ten goede komt aan schepen die in economische moeilijkheden verkeren dan aan de schepen die de meeste impact op de visbestanden hebben. Dit blijkt ook wel uit het feit dat meer dan de helft van de vaartuigen die uit het EU-vlootregister werden genomen geen overheidsfinanciering ontvingen. 
  • De analyse keek ook naar de doelmatigheid van de verschillende methoden om de energie-efficiëntie van de visserijsector te verbeteren. Naast brandstofsubsidies steunen de EVF-projecten ook veranderingen in vistuig en ontwerpen voor schepen en uitrusting die het brandstofgebruik terugdringen. Dankzij de subsidies kunnen de vissers natuurlijk de hoge brandstofprijzen het hoofd bieden maar zelf hebben zij ook allerlei manieren bedacht om zuiniger met brandstof om te gaan, bijvoorbeeld door hun vaarsnelheid terug te brengen en hun bewegingen te rationaliseren. Het succes van dergelijke methoden is overduidelijk: de mariene brandstofprijzen stegen in 2010 met 37,5% ten opzichte van 2009, terwijl de energierekening van de Europese vissersvloot in dezelfde periode maar 11% steeg.
  • De eerste resultaten tonen dat de projecten voor een duurzame ontwikkeling van visserijgebieden (zwaartepunt 4) al hun vruchten beginnen af te werpen. In 2011 werden in de visserijgebieden 1 000 nieuwe projecten geselecteerd die de plaatselijke economie moesten diversifiëren en de visserijproducten een meerwaarde moesten verschaffen. In 2012 kon dit aantal nog verder worden opgevoerd dankzij de toename van het aantal plaatselijke actiegroepen voor de visserij (FLAG's) die lokale begunstigden helpen bij het ontwikkelen en uitvoeren van deze projecten.

Deze bevindingen onderbouwen veel van de voorstellen van de Commissie in haar wetgevingsvoorstel voor het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). In het licht van de economische crisis en de duurzaamheidsdoelstellingen van het GVB moet het EFMZV van het verleden leren en overheidssubsidies daarheen sluizen waar ze het meest van nut zijn en effect hebben.

Verdere informatie: