IMPORTANT LEGAL NOTICE : The information on this site is subject to a legal notice (http://europa.eu/geninfo/legal_notices_en.htm).
Zaai- en pootgoed - Groenten
This page has moved ! If you are not redirected please click here

Volgens Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad hangt de productie van gezonde, kwalitatief hoogwaardige groenten grotendeels van het bij de groenteteelt gebruikte zaad af; in de richtlijn wordt een regeling voor de verbetering van de kwaliteit van groenteproducten in de EU vastgelegd. Bepaald wordt dat groentezaad van geregistreerde rassen slechts in de handel mag worden gebracht, indien het officieel onderzocht en erkend (of in sommige gevallen als zaad van een niet officieel erkende categorie gecontroleerd) is. Om voor erkenning in aanmerking te komen moet het zaad aan de strenge eisen van de richtlijn voldoen. Behalve de eisen inzake de kwaliteit van het zaad, bevat de richtlijn ook bepalingen om de identiteit te garanderen door middel van regels betreffende verpakking, bemonstering, sluiting en aanduiding. Sommige lidstaten hoeven de richtlijn op bepaalde groentesoorten niet toe te passen. Reeds sinds 1970 is er communautaire wetgeving op dit gebied van kracht (voorheen Richtlijn 70/458/EEG van de Raad, geconsolideerd bij Richtlijn 2002/55/EG van de Raad betreffende het in de handel brengen van groentezaad). Daar plantgoed van groenten - net als groentezaden - voor het vermeerderen van groenten kan worden gebruikt, is in het kader van Richtlijn 2008/72/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, een regeling ingesteld om geharmoniseerde voorwaarden op communautair niveau in te voeren zodat de kopers in de gehele EU gegarandeerd teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen ontvangen die gezond en van goede kwaliteit zijn. Volgens de richtlijn kan dergelijk materiaal alleen in de handel worden gebracht indien het aan de voorwaarden van de technische schema's voldoet. Deze betreffen kwaliteit en zuiverheid van het gewas, de raskenmerken, het toegepaste vermeerderingsprocédé en - ter garantie van die identiteit - bepalingen inzake etikettering, sluiting, verpakking en documenten. Het is in de eerste plaats de taak van de leveranciers om ervoor te zorgen dat hun producten aan de voorschriften van deze richtlijn voldoen en teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen mogen alleen door leveranciers in de handel worden gebracht die door de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat erkend zijn.

Teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, kunnen slechts in de EU verhandeld worden, indien de groentesoorten in de Gemeenschappelijke rassenlijst zijn opgenomen. Deze wordt aan de hand van de nationale lijsten van de lidstaten opgesteld, die overeenkomstig uniforme regels worden samengesteld, zodat de rassen slechts worden toegelaten indien zij onderscheidbaar, bestendig en voldoende homogeen zijn.

Zowel Richtlijn 2002/55/EG van de Raad betreffende het in de handel brengen van groentezaad als Richtlijn 2008/72/EEG betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen, met uitzondering van zaad, staat toe dat in landen buiten de EU geproduceerd teeltmateriaal en plantgoed van groentegewassen in de EU in de handel gebracht worden, op voorwaarde dat voor deze producten dezelfde garanties worden gegeven als voor het teeltmateriaal en het plantgoed van groentegewassen die in de EU worden geproduceerd en die aan de in de beide richtlijnen vastgestelde normen voldoen.

De Commissie wordt zo nodig bij de vaststelling van met Richtlijn 2008/72/EEG en 2002/55/EEG van de Raad verband houdende maatregelen door de lidstaten bijgestaan via het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw.

Wetgeving