Language selector

 
left
  slide
right
transtrans
 

es da de en fr it nl pt fi sv

Voedselveiligheid

BSE

Brussel, 15 november 2000

De belangrijkste EU-wetgeving betreffende BSE

De volgende lijst bevat een overzicht van de voornaamste wetgeving van de Europese Unie (EU) betreffende boviene spongiforme encefalopathie (BSE) en de belangrijkste aspecten van de beschikkingen. Een volledig chronologisch overzicht van alle BSE-wetgeving is te vinden op het Internet: http://ec.europa.eu/food/fs/bse/index_en.html

Beschikking 89/469 28 juli 1989 (levende runderen uit het Verenigd Koninkrijk)

Het Verenigd Koninkrijk mag geen levende runderen die vóór 18 juni 1988 geboren zijn of geboren zijn uit een moeder bij wie BSE vermoed wordt of officieel vastgesteld is naar de overige lidstaten zenden.

Beschikking 90/134 6 maart 1990 (melding van BSE)

Alle gevallen van boviene spongiforme encefalopathie dienen te worden gemeld.

Beschikking 90/200 9 april 1990 (producten VK)

Het Verenigd Koninkrijk wordt een verbod opgelegd om van zijn grondgebied naar andere lidstaten te verzenden: de hersenen, het ruggenmerg, de zwezerik, de tonsillen, de milt en de ingewanden van runderen die op het tijdstip van slachting meer dan zes maanden oud waren.

Beschikking 94/381 27 juni 1994 (voederverbod)

De lidstaten dienen het gebruik van van weefsel van zoogdieren afkomstig eiwit voor de voedering van herkauwers te verbieden.

Beschikking 94/382 27 juni 1994 (verwerking van afvallen van herkauwers)

Goedkeuring van alternatieve warmtebehandelingssystemen voor de verwerking van dierlijke afvallen van herkauwers met het oog op de inactivering van de agentia van spongiforme encefalopathie.

Beschikking 96/239 27 maart 1996 (embargo op uitvoer uit het Verenigd Koninkrijk)

Het Verenigd Koninkrijk zorgt ervoor dat er vanaf zijn grondgebied geen uitvoer naar de andere lidstaten en derde landen plaatsvindt van runderen en producten van runderen.

Beschikking 96/449 18 juli 1996 (verwerking van afvallen van zoogdieren)

Voorwaarden voor de verwerking van dierlijke afvallen van zoogdieren met het oog op de inactivering van de agentia van spongiforme encefalopathie: 133° - 3 bar - 20 minuten; thans vervangen door 1999/534 (opname van verwerkingvoorwaarden voor talg).

Beschikking 98/256 16 maart 1998 (gedeeltelijke opheffing embargo uitvoer uit VK - ECHS)

Eerste wijziging van het embargo uitvoer uit VK: versterking van controles en eerste stappen in de richting van opheffing van het verbod krachtens de ECHS-regeling (Export Certified Herds Scheme = Regeling betreffende voor uitvoer erkende beslagen) voor Noord-Ierland

Beschikking 98/272 23 april 1998 (epizoötiebewaking van TSE)

Geeft algemene voorschriften voor de epizoötiebewaking van alle overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE). Gewijzigd bij 2000/374: invoering van snelle diagnosetests (zie hierna).

Beschikking 98/653 18 nov. 1998 (embargo op uitvoer uit Portugal)

Verbod op de verzending van runderen en producten van runderen uit Portugal.

Beschikking 98/692 25 nov. 1998 (gedeeltelijke opheffing van embargo op uitvoer uit VK - DBES)

Tweede wijziging van het voor het VK geldende embargo: goedkeuring van de grondslagen van de tweede stap tot opheffing van het verbod krachtens de DBES-regeling (Date-Based Export Scheme = aan een datum gerelateerde uitvoerregeling); geldt voor het gehele VK.

Beschikking 99/514 23 juni 1999 (datum waarop mag worden begonnen met de verzending, in het kader van de DBES-regeling, van rundvlees en producten van rundvlees)

Vaststelling van de datum waarop met de verzending van rundvlees en rundvleesproducten uit het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig de DBES-regeling (Date-Based Export Scheme= aan een datum gerelateerde uitvoerregeling) mag worden begonnen: 1 augustus 1999

Beschikking 2000/374 5 juni 2000 (versterking van bewaking door snelle diagnosetests)

Versterking van de epizoötiebewaking van BSE in runderen door de invoering van een bewakingsprogramma met ingang van 1 januari 2001 door middel van snelle post-mortem tests. De lidstaten zullen jaarlijkse bewakingsprogramma's uitvoeren ten aanzien van een specifieke doelpopulatie, waarbij speciale aandacht dient te worden besteed aan dieren die op het bedrijf sterven, zieke dieren die naar de noodslachting gaan en dieren die gedragsstoornissen en neurologische symptomen vertonen.

Beschikking 2000/418 29 juni 2000 (SRM = gespecificeerd risico-materiaal)

De lidstaten dienen met ingang van 1 oktober de dierlijke weefsels waaraan het grootste BSE-risico is verbonden (voornamelijk: de schedel, de tonsillen, het ruggenmerg en de kronkeldarm) uit de voeder- en voedselketen te verwijderen. Voor ingevoerd vlees uit derde landen gelden met ingang van 1 oktober vergelijkbare voorschriften, tenzij uit wetenschappelijke evaluaties blijkt dat dergelijke maatregelen niet noodzakelijk zijn.

Voorstel 19 oktober 2000 (gestorven dieren)

In de ontwerp-verordening wordt voorgesteld het gebruik van gestorven dieren en afgekeurd dierlijk materiaal in voedermiddelen te verbieden. Het enige dierlijke materiaal dat voor de productie van voedermiddelen mag worden gebruikt is materiaal dat afkomstig is van dieren die door de veterinaire inspectie geschikt zijn verklaard voor menselijke consumptie. (In dit stadium nog een voorstel; door de Commissie op 19 oktober aanvaard)

Top

BSE
VOEDSELVEILIGHEID | VOLKSGEZONDHEID | CONSUMENTENZAKEN | DIRECTORAAT-GENERAAL GEZONDHEIDS-EN CONSUMENTENBESCHERMING

 
lefttranspright

 

  Print  
Public HealthFood SafetyConsumer Affairs