|
Chemische stoffen
spelen een belangrijke rol bij de productie en
distributie van levensmiddelen. Als additieven
verlengen zij bijvoorbeeld de houdbaarheid van
de levensmiddelen, en als kleur- en
smaakstoffen maken zij levensmiddelen
aantrekkelijker. Andere chemicaliën zijn
farmacologisch actief en worden daarom gebruikt
om ziekten te bestrijden bij landbouwhuisdieren
en landbouwgewassen.
Om levensmiddelen
hygiënisch en aantrekkelijk te houden, worden
ze bewaard in verpakkingen die gemaakt zijn van
chemische stoffen, zoals plastic. Deze
duidelijke voordelen van het gebruik van
chemicaliën bij de productie en distributie van
levensmiddelen moeten echter worden afgewogen
tegen de mogelijke risico's voor de gezondheid
van de consument ten gevolge van bijwerkingen
en residu's van deze chemicaliën.
Bovendien zijn een
aantal chemicaliën in het milieu aanwezig als
verontreinigende stoffen. Deze stoffen zitten
ongewild in de grondstoffen die worden gebruikt
voor de productie en distributie van
levensmiddelen en kunnen vaak niet worden
vermeden. De communautaire
levensmiddelenwetgeving streeft ernaar het
juiste evenwicht te bereiken tussen de risico's
en baten van stoffen die ongewild worden
gebruikt, en de verontreinigende stoffen te
verminderen in overeenstemming met het hoge
niveau van consumentenbescherming dat wordt
vereist door artikel 152 van het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap.
Om dit hoge niveau
van gezondheidsbescherming voor de consument te
verwezenlijken, is de communautaire wetgeving
onderbouwd door een risicoanalyseprocedure die
is gebaseerd op deugdelijk wetenschappelijk
advies en rekening houdt met andere factoren,
zoals de uitvoerbaarheid van controles. Voor de
chemische stoffen in levensmiddelen is de
wetgeving onderverdeeld in de volgende
gebieden:
- De wetgeving inzake
voedseladditieven is gebaseerd op het
principe dat alleen expliciet toegelaten
additieven mogen worden gebruikt - vaak in
beperkte hoeveelheden - in specifieke
levensmiddelen. Voordat ze worden toegelaten
door de Commissie, worden de
voedseladditieven beoordeeld op hun
veiligheid.
- De bestaande
wetgeving inzake smaakstoffen legt limieten
vast voor de aanwezigheid van ongewenste
verbindingen, terwijl voor de chemisch
gedefinieerde smaakstoffen een uitgebreid
veiligheidsbeoordelingsprogramma in
uitvoering is. Alleen stoffen waarvoor het
resultaat van de beoordeling gunstig is,
zullen mogen worden gebruikt in
levensmiddelen. Hiervoor zal in de toekomst
een positieve lijst worden opgesteld.
- De wetgeving inzake
verontreinigende stoffen is gebaseerd op
wetenschappelijk advies en op het principe
dat de verontreinigingsniveaus zo laag als
redelijkerwijze mogelijk is, moeten worden
gehouden door goede werkpraktijken te volgen.
Er zijn maximumniveaus vastgesteld voor
bepaalde verontreinigende stoffen (b.v.
mycotoxines, dioxines, zware metalen,
nitraten, chloorpropanolen), met het oog op
de bescherming van de volksgezondheid.
- De wetgeving inzake
residu's van diergeneesmiddelen die gebruikt
worden bij voedselproducerende dieren en
residu's van gewasbeschermingsmiddelen
(pesticiden) bepaalt dat een
wetenschappelijke beoordeling moet worden
uitgevoerd voordat de betreffende producten
worden toegelaten. Indien nodig worden
maximale residulimieten (MRL's) vastgesteld
en in sommige gevallen wordt het gebruik van
bepaalde stoffen verboden.
- De wetgeving inzake
materialen die in contact komen met
levensmiddelen schrijft voor dat deze
materialen hun bestanddelen niet op de
levensmiddelen mogen overdragen in
hoeveelheden die de menselijke gezondheid in
gevaar kunnen brengen of die de
samenstelling, smaak of structuur van de
levensmiddelen kunnen veranderen.
|