Language selector

 
left
  Dierziekten - Inleidingslide
right
transtrans
 

De beginselen van de EU-strategie in verband met dierziekten en haar belangrijkste uitvoeringsinstrumenten kunnen als volgt worden samengevat:

  • bestrijdingsmaatregelen en tegen de belangrijkste besmettelijke dierziekten, vooral ziekten van lijst A van het OIE en , zoals mond- en klauwzeer (MKZ) en klassieke varkenspest (KVP), die moeten worden genomen zodra de aanwezigheid van een ziekte wordt vermoed.

    Als een ziekte is uitgebroken, worden de dieren in het besmette bedrijf afgemaakt en hun karkassen vernietigd om de besmettingsketen zo snel mogen te verbreken. Indien het nodig wordt geacht, kunnen dieren in verdachte (contact)bedrijven ook preventief worden afgemaakt. Noodvaccinatie kan worden toegepast als bijkomende maatregel om de ziekte uit te roeien. Een algemene preventieve vaccinatie tegen MKZ en KVP wordt niet uitgevoerd, daar dit de infectieuze agentia kan "verbergen" en de verspreiding van de ziekte kan bevorderen. Voor sommige ziekten echter, zoals bluetongue, die niet doeltreffend kunnen worden bestreden met andere middelen, wordt vaccinatie toegepast als belangrijkste ziektebestrijdingsinstrument;

  • uitroeiings- en controleprogramma's en : voor reeds in de Gemeenschap aanwezige ziekten, zoals rabiës, brucellose en tuberculose, waarvoor nationale programma's worden opgesteld in cofinanciering met de EU;

  • uitvoering van het concept " regionalisatieals een ziekte is uitgebroken, d.w.z. maatregelen ter bestrijding en uitroeiing van de ziekte toepassen in het besmette gebied zonder restricties op te leggen voor de rest van het land.

  • registratie van landbouwbedrijven, identificatie van dieren en instelling van een geïnformatiseerd systeem dat meer dan 2.500 kantoren van de centrale en lokale veterinaire autoriteiten in de gehele EU met elkaar verbindt ( ANIMO en ), zodat vooraf aangifte kan worden gedaan van het handelsverkeer in dieren en hun producten. Deze instrumenten zijn van essentieel belang voor de traceerbaarheid van deze goederen en voor de uitvoering van verdere gepaste controles;

  • transparantie betreffende de situatie van de diergezondheid in de lidstaten. Het uitbreken van de belangrijkste ziekten moeten worden gemeld aan de Commissie en de andere lidstaten via het geïnformatiseerd systeem voor de melding van dierziekten en , waarop thans ook veel andere Europese landen zijn aangesloten (Toetredende en kandidaat-lidstaten, IJsland, Noorwegen, Zwitserland, enz.).

  • noodplannen in elke lidstaat ter bestrijding van besmettelijke dierziekten, zodat de bevoegde autoriteiten de meest gepaste bestrijdingsmaatregelen kunnen treffen, rekening houdend met de lokale epidemiologische situatie;

  • een communautair referentielaboratorium en nationale referentielaboratoria en voor eenvormige onderzoekspraktijken en een deskundige ondersteuning van de Commissie en de lidstaten.

De tenuitvoerlegging van de in de wetgeving voorziene maatregelen behoort tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Zij worden evenwel financieel gesteund en door de EU voor de kosten van de toegepaste maatregelen, bijvoorbeeld de compensatie van landbouwers die ernstige economische verliezen lijden ten gevolge van dierziekten.

De Commissie moet erop toezien dat de EU-wetgeving juist wordt toegepast, dat verdere wetgevingsvoorstellen worden ingediend bij het wetgevend orgaan 1 en dat de gepaste uitvoeringsbepalingen worden goedgekeurd. Voordat ze worden goedgekeurd, worden deze bepalingen besproken met de deskundigen van de lidstaten in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid (afdeling Diergezondheid en dierenwelzijn) en , waar geregeld informatie wordt uitgewisseld over de diergezondheidssituatie.

In geval van nood kan de Commissie ook ad hoc bijkomende bestrijdingsmaatregelen nemen (vrijwaringsclausules), als deze noodzakelijk zijn voor de bescherming van de volks- en/of diergezondheid. Daarom speelt de Commissie een sleutelrol bij het aanpakken van de dringendste en belangrijkste problemen in verband met de diergezondheid.



----------------------------------------------------------------------------------------------------

1 De EU-wetgeving inzake diergezondheid wordt gewoonlijk goedgekeurd door de Raad (art. 37 van het Verdrag, raadplegingsprocedure). Als echter de voedselveiligheid of de menselijke gezondheid eveneens direct betrokken is, speelt ook het Europees Parlement een hoofdrol bij het goedkeuren van wetgevingsvoorstellen (art. 152 van het Verdrag, medebeslissingsprocedure).

 
lefttranspright

 

  Print  
Public HealthFood SafetyConsumer Affairs
   
   
requires javascript