Visserij

INSEPARABLE - Eat, Buy and Sell Sustainable FishINSEPARABLE - Eat, Buy and Sell Sustainable FishINSEPARABLE - Eat, Buy and Sell Sustainable FishINSEPARABLE - Eat, Buy and Sell Sustainable Fish

Zoeken
Links
Nieuws
The European Commission is looking for organisations to join the recently established structured dialogue group of experts on the European Structural and Investment Funds (ESIF). Among others areas, this is particularly relevant for the Common Fisheries Policy and the Integrated Maritime Policy, through the European Maritime and Fisheries Fund (EMFF).
New publication on-line.
Speech by Maria Damanaki, European Commissioner for Maritime Affairs and Fisheries at the “Re-energising the Oceans” conference, Brussels

Japanse oester

De Japanse oester werd in de jaren ’70 in Europa geïntroduceerd nadat de Portugese oester (Crassostrea angulata) door opeenvolgende ziekten was uitgestorven. Dankzij zijn snelle groei en zijn uitstekende vermogen om zich aan verschillende milieus aan te passen, wordt de Japanse oester momenteel overal ter wereld, en vooral in Europa, het meest gekweekt. De andere oestersoort die in Europa gekweekt wordt – de Europese platte oester (Ostrea edulis) heeft zijn productieniveau nog niet teruggevonden na de twee epidemieën die de soort in de jaren '20 en '80 van de vorige eeuw teisterden;

Japanse oester © ScandFish
Latijnse naamCrassostrea gigas
Productie (EU-27) – 142 000 t (2007), 4de mondiale producent.
Waarde (EU-27) –295 miljoen € (2007).
Belangrijkste producenten EU – Frankrijk (1ste Europese en 4de mondiale producent), Ierland, Spanje, Portugal.
Belangrijkste producenten wereld (buiten Europa) – China, Zuid-Korea, Japan.
Infoblad pdf - 922 KB [922 KB] български (bg) čeština (cs) dansk (da) Deutsch (de) eesti keel (et) ελληνικά (el) English (en) español (es) français (fr) Gaeilge (ga) italiano (it) latviešu valoda (lv) lietuvių kalba (lt) magyar (hu) Malti (mt) polski (pl) português (pt) română (ro) slovenčina (sk) slovenščina (sl) suomi (fi) svenska (sv)

Voortplanting

Een groot deel van de mondiale aanvoer komt van de vangst van oesterzaad (oesterlarven) in de natuur. Maar sommige oesterlarven komen ook uit broedbanken.

In dat geval wordt het paaivisbestand op zee bewaard. De hele winter lang worden met regelmatige tussenpozen groepen volwassen vissen gevangen en in een bassin geplaatst. Deze monsterneming is geheel willekeurig, want het geslacht van oesters is onmogelijk te bepalen (oesters worden gekenmerkt door successief hermafroditisme, wat betekent dat ze, al naargelang het jaar, mannetje of vrouwtje zijn). De geslachtscellen worden in het voorjaar verwijderd door een thermische schok of door inscheuring. De geslachtscellen van zes vrouwtjes of meer worden bevrucht met het sperma van evenveel mannetjes. Voor een succesvolle geboorte moet het water ongeveer 21°C en niet te zout zijn. Vervolgens worden ze in bassins met een gesloten circuit geplaatst en gevoed met kweekalgen. Tegenwoordig concentreren de meeste broedbanken zich op de productie van triploïden, d.w.z. oesters die tijdens de bevruchting steriel zijn gemaakt met een thermische schok, waardoor ze later niet gaan „melken”.

In dat geval wordt het paaivisbestand op zee bewaard. De hele winter lang worden met regelmatige tussenpozen groepen volwassen vissen gevangen en in een bassin geplaatst. Deze monsterneming is geheel willekeurig, want het geslacht van oesters is onmogelijk te bepalen (oesters worden gekenmerkt door successief hermafroditisme, wat betekent dat ze, al naargelang het jaar, mannetje of vrouwtje zijn). De geslachtscellen worden in het voorjaar verwijderd door een thermische schok of door inscheuring. De geslachtscellen van zes vrouwtjes of meer worden bevrucht met het sperma van evenveel mannetjes. Voor een succesvolle geboorte moet het water ongeveer 21°C en niet te zout zijn. Vervolgens worden ze in bassins met een gesloten circuit geplaatst en gevoed met kweekalgen. Tegenwoordig concentreren de meeste broedbanken zich op de productie van triploïden, d.w.z. oesters die tijdens de bevruchting steriel zijn gemaakt met een thermische schok, waardoor ze later niet gaan „melken”.

Vangst

In de zomer legt de oester een grote hoeveelheid larven. Deze larven laten zich op de stroming meedrijven op zoek naar een plaats om zich aan vast te hechten.

Om ze te vangen, gebruikt de oesterkweker zogeheten „collectoren” die hij op strategische plaatsen neerzet: plastic voorwerpen (buizen, kommen, plaatjes e.d.) of dakpannen, leisteenblokken, schelpen. Wanneer het oesterzaad zich heeft gevormd, wordt het „afgestoken”, d.w.z. losgehecht van zijn drager en ter beschikking gesteld van de teelt. In de broedbank wordt de larve, wanneer hij op het punt staat zich op een drager af te zetten, donkerder en dus beter zichtbaar door de kleppen van zijn schelp heen. Op dat moment wordt hij opgevist: een stevige, schone collector wordt in het bassin geplaatst om de oesters op te vangen.

Om ze te vangen, gebruikt de oesterkweker zogeheten „collectoren” die hij op strategische plaatsen neerzet: plastic voorwerpen (buizen, kommen, plaatjes e.d.) of dakpannen, leisteenblokken, schelpen. Wanneer het oesterzaad zich heeft gevormd, wordt het „afgestoken”, d.w.z. losgehecht van zijn drager en ter beschikking gesteld van de teelt. In de broedbank wordt de larve, wanneer hij op het punt staat zich op een drager af te zetten, donkerder en dus beter zichtbaar door de kleppen van zijn schelp heen. Op dat moment wordt hij opgevist: een stevige, schone collector wordt in het bassin geplaatst om de oesters op te vangen.

Kweek

Naargelang van de omgeving (omvang van het getij, diepte van het water e.d.) en de traditie heeft men de keuze uit vier grote kweekmethoden.

Kweek op verhogingen: de Japanse oesters worden in de zee geplaatst, in zakjes op tafels. Deze tafels worden op de grond gezet in het getijdengebied.

Bodemcultuur: de oesters worden rechtstreeks op de bodem van het getijdengebied gelegd.

Kweek in diep water of in bakken: de oesters worden gezaaid op oesterbanken, die zich tot op 10 m diepte kunnen bevinden.

Hangcultuur: de oesters worden aan touwen gekweekt, net als mosselen, waardoor ze ook op volle zee kunnen worden gekweekt. Aangezien zij voortdurend onder water staan, groeien ze sneller. Deze methode leent zich goed voor de teelt in wateren zonder getij of op volle zee.

Japanse oesters voeden zich langs natuurlijke weg met het plankton in het zeewater, dat zij voortdurend filteren. Daarom kunnen ze slechts worden gekweekt op plaatsen die aan een aantal criteria inzake stroming, diepte en beschikbaar plankton voldoen. Dit betekent dat meestal wordt gekozen voor de omgeving van getijdengebieden, lagunes of kustvijvers. Het aantal beschikbare vergunningen wordt wetenschappelijk bepaald naargelang van de beschikbare hoeveelheid plankton. De oesters bereiken hun commerciële gewicht na 18 tot 30 maanden. De vangstmethoden veranderen naargelang van de kweekwijze: op verhogingen gekweekte oesters worden verzameld door de zakken van de tafels te halen; in bodemcultuur gekweekte oesters worden bij laagtij met harken opgevist, of met karren indien de hoogte van het water dit toelaat; in diep water gekweekte oesters worden opgevist met korren die tot 500 kg tegelijk kunnen ophalen.

Japanse oesters voeden zich langs natuurlijke weg met het plankton in het zeewater, dat zij voortdurend filteren. Daarom kunnen ze slechts worden gekweekt op plaatsen die aan een aantal criteria inzake stroming, diepte en beschikbaar plankton voldoen. Dit betekent dat meestal wordt gekozen voor de omgeving van getijdengebieden, lagunes of kustvijvers. Het aantal beschikbare vergunningen wordt wetenschappelijk bepaald naargelang van de beschikbare hoeveelheid plankton. De oesters bereiken hun commerciële gewicht na 18 tot 30 maanden. De vangstmethoden veranderen naargelang van de kweekwijze: op verhogingen gekweekte oesters worden verzameld door de zakken van de tafels te halen; in bodemcultuur gekweekte oesters worden bij laagtij met harken opgevist, of met karren indien de hoogte van het water dit toelaat; in diep water gekweekte oesters worden opgevist met korren die tot 500 kg tegelijk kunnen ophalen.

Affinage

In sommige productiebassins kunnen de volwassen oesters worden geaffineerd om specifieke kwaliteiten aan hun vlees te verlenen.

Hiertoe worden de oesters in oesterputten gelegd: ondiepe kleibassins waarin het zeewater vrij spel heeft en waar hun vlees een karakteristieke groene kleur ontwikkelt dankzij de aanwezigheid van een specifieke algensoort, de blauwe navicula. Ook kunnen zij op affinagebanken worden geplaatst in het getijdengebied, waar zij een stevig, wit vlees ontwikkelen. Voor de oesters die in diep water zijn gekweekt, wordt een afwerkingstechniek gebruikt die „trompage” heet en die erin bestaat de oesters op plekken te leggen die regelmatig droog liggen, waardoor de oester zijn kleppen moet sluiten.

Consumptie

De meeste oesters worden geproduceerd en geconsumeerd in Frankrijk, een land met een heel specifiek consumptiepatroon (ze worden levend gegeten).

Het bijzondere aan de oesterconsumptie in Frankrijk is haar seizoensgebonden karakter: de helft van alle oesters wordt er gegeten tijdens de eindejaarsfeesten, tussen november en januari. Japanse oesters worden geclassificeerd in maten die van 0 tot 5 kunnen gaan. Hoe kleiner het cijfer, hoe groter de oester. „Fijne oesters” zijn middelmatig vlezig en „speciale oesters” zijn het vlezigst.

Het bijzondere aan de oesterconsumptie in Frankrijk is haar seizoensgebonden karakter: de helft van alle oesters wordt er gegeten tijdens de eindejaarsfeesten, tussen november en januari. Japanse oesters worden geclassificeerd in maten die van 0 tot 5 kunnen gaan. Hoe kleiner het cijfer, hoe groter de oester. „Fijne oesters” zijn middelmatig vlezig en „speciale oesters” zijn het vlezigst.