Kruimelpad

Een grotere rol voor Europa in de wereld
presentatie van de begroting 2014-2020 voor het externe beleid om verbintenissen EU na te komen en gedeelde waarden te bevorderen

Brussel, 7 december 2011 – Vandaag heeft de Europese Commissie begrotingsvoorstellen goedgekeurd voor haar externe instrumenten voor de periode 2014-2020. Hiermee kan de Unie haar taken op het wereldtoneel vervullen: bestrijding van armoede en bevordering van democratie, vrede, stabiliteit en welvaart. Met deze instrumenten wordt steun verleend aan ontwikkelingslanden, landen die onder het nabuurschapsbeleid vallen en landen die zich voorbereiden op toetreding tot de EU. De Commissie streeft ernaar de middelen in te zetten waar er het meeste behoefte aan is en waar zij het meeste effect zullen sorteren. Tegelijkertijd zorgt zij voor meer flexibiliteit om snel te kunnen reageren op onvoorziene gebeurtenissen. Met deze begroting kan de EU ook haar rol in de wereld verder versterken en haar belangen en waarden bevorderen.

De begrotingsvoorstellen ondersteunen de nieuwe aanpak van de Commissie (de "agenda voor verandering") waarbij de EU-steun wordt geconcentreerd op minder sectoren en vooral op democratie, mensenrechten, goed bestuur en het scheppen van inclusieve en duurzame groei.

In het kader van het nieuwe differentiatiebeginsel zal de EU een groter deel van de middelen toekennen aan de gebieden waar het potentiële effect het grootst is: de regio's en landen waar de nood het hoogst is, inclusief fragiele staten. Landen die zelf genoeg middelen kunnen genereren om hun eigen ontwikkeling te stimuleren, zullen voortaan geen bilaterale subsidies meer ontvangen, maar in plaats daarvan zullen zij kunnen profiteren van nieuwe vormen van partnerschap. Zij blijven financiering ontvangen via thematische en regionale programma's. Dit wordt aangevuld met verschillende innovatieve samenwerkingsvormen, zoals de combinatie van subsidies en leningen.

Een van de grootste vernieuwingen en een kerninstrument voor het buitenlandse beleid is het nieuwe partnerschapsinstrument, dat bedoeld is om de belangen van de EU te verdedigen en te bevorderen en belangrijke mondiale problemen aan te pakken. Hiermee kan de EU met geïndustrialiseerde landen, opkomende landen en landen waar de EU aanzienlijke belangen heeft, werken aan andere thema's dan ontwikkelingssamenwerking.

Achtergrond

Met de vandaag gepresenteerde wetgevingsvoorstellen wordt het door de Commissie op 29 juni 2011 voorgestelde meerjarig financieel kader ingevuld voor het externe beleid. Het pakket omvat alle externe steunmaatregelen uit hoofde van de EU-begroting en bestaat uit: Een gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad ("De rol van Europa in de wereld") en de wetgevingsvoorstellen voor negen geografische en thematische instrumenten, plus een gemeenschappelijke uitvoeringsverordening.

Voor de negen instrumenten samen is hiermee in de periode 2014-2020 in totaal 96 249 400 000 euro (lopende prijzen) gemoeid.

Instrument voor pretoetredingssteun (IPA): 14 110 000 000 euro
Europees nabuurschapsinstrument (ENI):18 182 000 000 euro
Instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI):23 295 000 000 euro
Partnerschapsinstrument (PI): 1 131 000 000 euro
Stabiliteitsinstrument (IfS):2 829 000 000 euro
Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR):1 578 000 000 euro
Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (INSC):631 000 000 euro
Instrument voor Groenland (GI):219 000 000 euro
Europees Ontwikkelingsfonds (EOF, buiten EU-begroting): 34 276 000 000 euro

Het pakket wordt nu voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad en zal naar verwachting in 2012 worden goedgekeurd.

Differentiatie

Voor het eerst wordt differentiatie toegepast op de landen die onder het DCI en het ENI vallen. Voor het DCI wordt voorgesteld om voor zeventien landen met een hoger middeninkomen (Argentinië, Brazilië, Chili, China, Colombia, Costa Rica, Ecuador, Kazachstan, Iran, Maleisië, de Malediven, Mexico, Panama, Peru, Thailand, Venezuela en Uruguay) en twee grote landen met een lager middeninkomen waarvan het bbp meer dan 1% van het mondiale bbp bedraagt (India en Indonesië), geleidelijk over te schakelen op nieuwe partnerschappen die niet zijn gebaseerd op bilaterale hulp. Opkomende economieën, zoals met name China, Brazilië en India, worden nu meer beschouwd als partners van de EU bij de aanpak van mondiale problemen.

Nabuurschapsinstrument en instrument voor pretoetredingssteun

In het kader van het nieuwe Europees nabuurschapsbeleid (ENB) zal het nieuwe Europees nabuurschapsinstrument (ENI) gestroomlijnde steun bieden aan dezelfde zestien landen1 als voordien met het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI). Overeenkomstig de beginselen van differentiatie en "meer voor meer" zal met het ENI steun worden verleend om de betrekkingen met de partnerlanden te versterken. Dit zal tastbare voordelen opleveren voor zowel de EU als haar partners, bijvoorbeeld op het gebied van democratie en mensenrechten, de rechtsstaat, goed bestuur, duurzame economische en sociale ontwikkeling en geleidelijke economische integratie in de interne markt.

De steun voor de uitbreidingslanden2 wordt voortgezet met een nieuw instrument voor pretoetredingssteun (IPA), dat voortbouwt op de positieve ervaringen met het bestaande instrument. Het IPA zal deze landen helpen om de grootschalige hervormingen door te voeren die nodig zijn voor hun toekomstige lidmaatschap. Hierbij ligt de nadruk op regionale samenwerking, uitvoering van EU-wetten en ‑normen, het vermogen om het interne beleid van de EU bij toetreding te kunnen uitvoeren en concrete sociaaleconomische voordelen voor de begunstigde landen. Er zal meer gebruik worden gemaakt van innovatieve financieringsregelingen in samenwerking met internationale financiële instellingen, waarbij de EU-middelen als hefboom fungeren voor investeringen in infrastructuur.

 

Laatste bijwerking: 17/02/2012 | Naar boven