Toepassing van het EU-recht - European Commission

Navigation path

Additional tools

  • Print version
  • Decrease text
  • Increase text



De verdragen en de Europese instellingen

Het hoofddoel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de latere verdragen is de geleidelijke integratie van de EU-landen en de verwezenlijking van een gemeenschappelijke markt op basis van het vrije verkeer van goederen, personen, kapitaal en diensten en de geleidelijke harmonisatie van het economisch beleid.

De EU-landen hebben daartoe een deel van hun soevereiniteit afgestaan, zodat de Europese instellingen wetgeving kunnen maken (verordeningen, richtlijnen en beschikkingen) die voorrang heeft op hun nationaal recht.

Na de verdragen (primair recht) en de internationale overeenkomsten is dit afgeleid recht de belangrijkste bron van het EU-recht.

Tot het afgeleid recht behoren de bindende (verordeningen, richtlijnen en beschikkingen) en niet-bindende besluiten (resoluties en adviezen) uit het VWEU, maar ook een aantal andere zoals de interne reglementen van de instellingen en de actieprogramma's.