Toepassing van het EU-recht - European Commission

Navigation path

Additional tools

  • Print version
  • Decrease text
  • Increase text



Rechtspraak inzake schadevergoeding


Rechtspraak van het Hof van Justitie inzake schadevorderingen wegens schending van het EU-recht door de lidstaten

In zijn arrest van 19 november 1991 heeft het HvJEG in de zaak Francovich het beginsel neergelegd dat “de lidstaten verplicht zijn tot vergoeding van de schade die particulieren lijden als gevolg van schendingen van het Gemeenschapsrecht die hun kunnen worden toegerekend”.

In haar mededeling van 5 september 2007, getiteld "Een Europa van resultaten – Toepassing van het gemeenschapsrecht" (COM(2007) 502), in punt 1.3 ‘Opleiding Gemeenschapsrecht’, heeft de Commissie aangekondigd dat zij een toelichting zou publiceren bij de rechtspraak van het Hof inzake schadevorderingen wegens schending van het Gemeenschapsrecht door de lidstaten.

Doel van dit document pdf  is een overzicht te geven van wat het Hof ter zake voor recht heeft verklaard, waarbij allereerst toelichting wordt gegeven bij het arrest-Francovich, de voorwaarden voor aansprakelijkstelling van de lidstaten en de kwestie van het orgaan dat verantwoordelijk is voor de schending. Vervolgens wordt ingegaan op de vraag hoe de nationale rechterlijke instanties zijn omgegaan met de aansprakelijkstelling van de lidstaten, de beschikbare rechtsmiddelen en de door de benadeelde particulieren in acht te nemen termijnen, het overheidsorgaan dat de schadevergoeding moet betalen en de adequaatheid van de schadevergoeding.

In dit document moet "gemeenschapsrecht" sinds de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden gelezen als "EU-recht".