Navigation path

ESF in het nieuws

Hoe kan het partnerschapsbeginsel in de Europese fondsen worden versterkt?

27/04/2012

Handdruk
© Istockphoto | File #: 2968304 | 03-01-07 © Ashwin Kharidehal Abhirama

De Commissie heeft een overzicht gepresenteerd van een aantal beginselen die als leidraad moeten dienen voor EU-landen bij de organisatie van de deelname van relevante partners in de verschillende stadia van de uitvoering van de fondsen die onder het gemeenschappelijk strategisch kader vallen (de GSK-fondsen). Het overzicht plaveit de weg voor een Europese gedragscode voor partnerschappen (ECCP) waarin minimumeisen voor nationale overheden worden opgenomen om hoogwaardige betrokkenheid van partners te garanderen.

Waarom een ‘Europese gedragscode voor partnerschappen’?

Actie voor groei en banen vraagt om zowel ‘ownership’ op hoog politiek niveau, als mobilisatie van alle actoren in heel Europa. Partnerschap is daarom aangewezen als de sleutel om een bijdrage te leveren aan de Europa 2020-strategie.

Het partnerschapsbeginsel is reeds lange tijd één van de sleutelprincipes voor het beheer van de Europese fondsen. Partners – regionale en lokale overheden, economische en sociale partners en een groot aantal instanties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen – moeten actief en nauw betrokken worden bij de gehele programmacyclus: voorbereiding, uitvoering, toezicht en evaluatie.

Partnerschap kan vele voordelen en een toegevoegde waarde met zich meebrengen, variërend van versterkte betrokkenheid en bredere deskundigheid tot meer transparantie en een efficiënter beleidsvormingsproces. De ervaring laat echter zien dat er wat de toepassing van het partnerschapsbeginsel betreft in de hele EU grote verschillen te zien zijn, afhankelijk van nationale institutionele structuren en politieke culturen. De doeltreffendheid van het partnerschapsbeginsel hangt ook af van het technisch vermogen van de partners om substantieel aan het proces bij te dragen, waarmee het vraagstuk capaciteitsopbouw aan de orde komt.

Het document is bedoeld om het debat over de toekomstige inhoud van de Europese Gedragscode op gang te brengen. De Commissie ontvangt graag reacties en voorstellen van zowel organisaties als particulieren. U kunt uw inbreng sturen naar: empl-eccp@ec.europa.eu.

Uit welke elementen bestaat het voorgestelde kader?

In het document wordt gekeken naar de mogelijke reeks partners die moet worden geselecteerd. EU-landen moeten, in de nationale context, kijken wat de relevante stakeholders in de GSK-fondsen zijn, welke prikkels een partnerschap stimuleren en welke wettelijke en administratieve hindernissen een partnerschap in de weg zouden staan en naar mogelijke manieren zoeken om deze hindernissen uit de weg te ruimen.

De Commissie doet ook suggesties over hoe partners bij de verschillende stadia van het fondsbeheer betrokken kunnen worden, van hun deelname in toezichtcomités tot hun betrokkenheid bij de keuze van de daadwerkelijke projecten en de evaluatie van programma’s. Er wordt een groot aantal voorbeelden van goede praktijken gegeven om te illustreren dat er ook vandaag de dag al in verschillende Europese landen succesvolle partnerschappen zijn opgericht.

Tot slot wordt er ook aandacht besteed aan hoe nationale overheden waar nodig kunnen bijdragen aan de capaciteitsopbouw van hun partners, met name kleinere organisaties, en hoe een blijvende uitwisseling van ervaring en goede praktijken op dit gebied kan worden verzekerd.

Wat zijn de daarbij horende regels die voor de periode 2014-2020 zijn voorgesteld?

In oktober 2011 heeft de Commissie de regels voorgesteld die zullen bepalen hoe de fondsen van het gemeenschappelijk kader, waaronder het ESF, in de periode 2014-2020 zullen werken.

Artikel 5 van de ontwerpverordening houdende gemeenschappelijke bepalingen

(1) Een lidstaat brengt voor het partnerschapscontract en voor elk programma een partnerschap tot stand met de volgende partners:
(a) de bevoegde regionale, plaatselijke, stedelijke en andere overheden;
(b) de economische en sociale partners; en
(c) instanties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen, waaronder milieupartners, niet-gouvernementele organisaties en instanties die tot taak hebben gelijkheid en non-discriminatie te bevorderen.
(2) De lidstaten betrekken de partners volgens de aanpak van meerlagig bestuur bij de voorbereiding van de partnerschapscontracten en voortgangsverslagen, alsook bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van programma’s en het toezicht op die programma’s. De partners nemen deel aan de toezichtcomités voor programma’s.
(3) De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 142 gedelegeerde handelingen vast te stellen om een Europese gedragscode goed te keuren waarin doelstellingen en criteria zijn opgenomen om de uitvoering van partnerschappen te ondersteunen en de uitwisseling van informatie, ervaringen, resultaten en goede praktijken tussen de lidstaten te bevorderen.
(4) Ten minste een keer per jaar raadpleegt de Commissie voor elk GSK-fonds de organisaties die de partners op het niveau van de Unie vertegenwoordigen over de uitvoering van de steun uit de GSK-fondsen1.

1 De raadpleging zal tijdens de programmeringsperiode van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) minimaal twee keer worden gehouden, overeenkomstig artikel 90 van de op het EFMZV toegespitste verordening.

Daarnaast bevat de verordening bepalingen die direct naar partnerschap verwijzen of met dit principe in verband worden gebracht, zoals die inzake toezicht, rapportage en evaluatie.