Navigation path

ESF in het nieuws

Voorstel voor ESF-verordening 2014-2020

06/10/2011

Commissie komt met voorstel regels voor de volgende ESF-periode van zeven jaar

Op 6 oktober 2011 diende de Commissie het voorstel in met de regels die zullen bepalen hoe het ESF in de periode 2014-2020 zal werken. Het voorstel is onderdeel van een overkoepelend wetgevingspakket voor het toekomstige cohesiebeleid van de Unie. Het biedt het ESF de mogelijkheden om concrete steun te blijven bieden aan mensen die hulp nodig hebben bij het vinden van werk of bij het doorgroeien in hun huidige baan. Jaarlijks nemen in heel Europa gemiddeld 10 miljoen mensen deel aan de ESF-acties.

Meer investeren in mensen

De Commissie onderkent het belang van menselijk kapitaal als een belangrijke drijvende kracht voor groei. In haar voorstel wordt een minimumaandeel van de fondsen voor cohesiebeleid toegewezen aan het ESF. Het gaat om een bedrag van minimaal € 84 miljard. Het ESF-aandeel is minstens 25 % voor minder ontwikkelde regio’s, 40 % voor overgangsregio’s en 52 % voor de meer ontwikkelde regio's.

Lidstaten moeten het ESF richten op een beperkt aantal doelstellingen en investeringsprioriteiten die in overstemming zijn met de strategie van Europa 2020, zodat ze meer effect hebben en een kritische massa bereiken.

Er wordt meer nadruk gelegd op het bestrijden van werkloosheid onder jongeren, het ondersteunen van actief ouder worden en het bieden van mogelijkheden aan de meest kansarme mensen en groepen, zoals de Roma. De Commissie stelt voor minimaal 20 % van het ESF toe te wijzen aan projecten voor sociale insluiting. Ter vergelijking: op dit moment is dat gemiddeld 13 %. Bovendien zal het ESF lidstaten helpen bij het moderniseren van hun arbeidsmarkt en sociaal beleid en zal het fonds meer steun bieden aan innovatieve acties en transnationale samenwerking.

De Commissie stelt voor grote vooruitgang te boeken op de weg naar vereenvoudiging van het beheer van het ESF, met name voor kleinere subsidies. Dit wordt gedaan door het stimuleren van meer eenvoudige manieren om kosten te vergoeden (‘vereenvoudigde kostenopties’). Voor kleine projecten worden die vereenvoudigde manieren zelfs verplicht gesteld.

Belangrijke vernieuwingen voor EU-fondsen voor cohesiebeleid

Alle EU-regio’s blijven steun ontvangen binnen drie bepaalde categorieën:

  • minder ontwikkelde regio’s waarvan het BBP per hoofd van de bevolking minder is dan 75 % van het gemiddelde in de Unie, blijven de hoogste prioriteit voor het beleid.
  • overgangsregio’s waarvan het BBP per hoofd van de bevolking tussen 75 % en 90 % ligt van het gemiddelde van de 27 EU-landen.
  • meer ontwikkelde regio’s, waarvan het BBP per hoofd van de bevolking boven 90 % van het gemiddelde ligt.

De tweede categorie, waaronder 51 regio’s en meer dan 72 miljoen mensen vallen, vergemakkelijkt de overgang van regio’s die de afgelopen jaren meer concurrentievermogen hebben gekregen, maar nog wel gerichte ondersteuning nodig hebben. Naar verwachting zullen vanaf 2014 twintig regio’s de huidige ‘convergentiedoelstelling’ verlaten (minder ontwikkelde regio’s) en dat weerspiegelt het succes van het cohesiebeleid.

Partnerschapscontracten, die de Commissie afsluit met de lidstaten, bepalen de nationale inzet die vereist is om de doelstellingen van Europa 2020 te halen. ESF-investeringen zullen volledig op één lijn worden gebracht met de doelstellingen en streefcijfers van Europa 2020 met betrekking tot werkgelegenheid, onderwijs en armoedebestrijding.

Het Gemeenschappelijk Strategisch Kader, waarin de topprioriteiten van de EU zijn opgenomen, is van toepassing op alle financieringen, met inbegrip van plattelandsontwikkeling en visserij. Lidstaten mogen EFRO, ESF en Cohesiefonds combineren in ‘multifondsprogramma’s’ om de coördinatie van de uitvoering te verbeteren [en geïntegreerde ontwikkeling te bereiken].

Er worden nieuwe voorwaarden ingevoerd om ervoor te zorgen dat EU-financiering doeltreffend bijdraagt tot het bereiken van de doelstellingen van Europa 2020. Sommige ‘ex ante’-voorwaarden moeten aanwezig zijn voordat de financiering wordt uitbetaald (bijvoorbeeld, het goed functioneren van het systeem van overheidsopdrachten).

Volgende stappen

Deze voorstellen worden nu door de Raad en het Europees Parlement bekeken met de bedoeling ze eind 2012 aan te nemen, zodat de nieuwe generatie programma’s in het kader van het cohesiebeleid in 2014 van start kan gaan.

Tegelijkertijd worden de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader voor de hele EU-begroting gevoerd.