Kruimelpad

Extra tools

  • Printbare versie
  • Tekst kleiner
  • Tekst groter

Volg ons

Facebook

De flora en fauna beschermen

Bijna de helft van alle wilde zoogdieren in Europa, waaronder de Iberische lynx, wordt door de activiteit van de mens met uitsterven bedreigd.

De diversiteit aan planten, dieren en habitats in Europa is verbazingwekkend groot. Bijna nergens ander op aarde komen in zo'n klein gebied zo veel contrasterende habitats, natuurgebieden en cultuurlandschappen voor.
We moeten ervoor zorgen dat deze wilde dieren en planten overleven. Insecten zorgen voor de bestuiving van onze gewassen, een activiteit die een waarde 22 miljard euro per jaar vertegenwoordigt.

Maar de activiteit van de mens trekt een zware wissel op ons milieu en bedreigt sommige soorten met uitsterven. De belangrijkste risicofactoren zijn het verdwijnen van natuurlijke habitats, overexploitatie, uitheemse soorten, klimaatverandering en vervuiling.

Hierdoor wordt momenteel bijna de helft van alle Europese zoogdieren en één derde van de reptiel-, vis- en vogelsoorten met uitsterven bedreigd. Dat komt vooral doordat hun habitats slinken als gevolg van de oprukkende verstedelijking en doordat we meer land gebruiken voor infrastructuur zoals wegen.

De helft van de Europese draslanden is opgedroogd en bijna driekwart van de duinen in Frankrijk, Italië en Spanje is verdwenen.
De meest waardevolle habitats voor in het wild levende dieren soorten worden beschermd, maar toch verkeren de meeste ervan in zo'n slechte staat dat ze moeten worden hersteld.
Een aantal wilde soorten wordt bedreigd door overexploitatie. Dat geldt vooral voor bepaalde vissoorten, die door overbevissing dreigen uit te sterven.

Invasieve uitheemse soorten zijn planten, dieren, schimmels en micro-organismen die zich vestigen buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied. Zebramosselen tasten bijvoorbeeld de waterkwaliteit in meren aan en verstoren de waterhuishouding. Niet alle nieuwkomers zijn schadelijk, maar sommige verspreiden zich zo snel dat inheemse soorten in het gedrang komen. Ook het economisch effect hiervan is groot: het kost ons elk jaar 12,5 miljard euro en het probleem wordt steeds groter.

De klimaatverandering zal grote gevolgen hebben in Europa. Sommige soorten zullen erin slagen zich aan te passen, maar andere zullen moeite hebben om te overleven. Als de temperatuur tussen 1,5 en 2,5 °C stijgt, zou wel eens 30% van alle planten- en diersoorten kunnen uitsterven.

De waterkwaliteit is dankzij de Europese regels in de afgelopen 20 jaar geleidelijk vooruitgegaan. De behandeling van rioolwater en industrieel afval is enorm verbeterd. Maar we vervuilen het grondwater nog steeds met meststoffen. Het resultaat is eutrofiëring: een overdaad aan stikstofhoudende stoffen in onze rivieren, meren en deltagebieden, die tot algenbloei leidt.