Ga na welke vereisten gelden
- Richtlijnen
- Ga na welke eisen er gelden
- Heeft u een aangemelde instantie nodig?
- Controleer de conformiteit
- Technische documentatie
- Breng de CE-markering aan
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontwikkeld dat ze, binnen hun betreffende werkingssfeer, alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Het is echter mogelijk dat meer dan een nieuweaanpakrichtlijn van toepassing is op hetzelfde product. Daarnaast kan ook andere wetgeving (bijvoorbeeld horizontale wetgeving inzake chemicaliën of milieu) van toepassing zijn.
Richtlijn 90/385/EEG inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen noemt algemene vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen. Dit zijn de zogeheten essentiële vereisten die vermeld staan in bijlage 1 bij de richtlijn over actieve implanteerbare medische hulpmiddelen. Aan de hand van een klinische evaluatie conform bijlage 7 bij Richtlijn 90/385/EEG moet worden aangetoond dat aan de essentiële vereisten is voldaan.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontwikkeld dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Zodoende kan een product onderworpen zijn aan meer dan een nieuweaanpakrichtlijn (en ook aan andere geharmoniseerde wetgeving).
De richtlijn betreffende toestellen op gasvormige brandstof vermeldt in detail de essentiële vereisten die betrekking hebben op het gebruik van gas als brandstof waaraan het product moet voldoen, vooraleer de fabrikant zijn CE-markering mag aanbrengen.
Richtlijn 2009/142/EG bestrijkt toestellen op gasvormige brandstof die gebruikt worden voor koken, verwarmen, warmwaterproductie, koeling, verlichting of wassen. De richtlijn bestrijkt verder ook toebehoren, gedefinieerd als beveiligings-, controle- en regelapparatuur en onderdelen die bestemd zijn om in een toestel te worden ingebouwd.
De basisvereisten voor het in de handel brengen van toestellen die onder de richtlijn betreffende toestellen op gasvormige brandstof vallen, zoals aangegeven in bijlage I van de richtlijn betreffende toestellen op gasvormige brandstof, vereisen dat de toestellen dusdanig ontworpen en gebouwd zijn dat de werking ervan veilig is en ze geen gevaar vormen. De toestellen moeten worden geleverd met technische instructies voor de installateur, instructies voor gebruik en onderhoud voor de gebruiker en voorzien zijn van de nodige waarschuwingen op het toestel die ook op verpakking moeten worden vermeld. De aanwijzingen en waarschuwingen moeten gesteld zijn in de officiële taal/talen van de lidstaat waar het product wordt verkocht.
De vereisten zijn ook van toepassing op toebehoren waarvoor het overeenkomstige risico geldt. Toebehoren dat bedoeld is voor gebruik in een toestel, moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat het in overeenstemming met het gebruiksdoel werkt indien het is aangebracht in overeenstemming met de aanwijzingen voor de installatie.
Overige details over de inhoud en de lay-out van de aanwijzingen, evenals de essentiële vereisten inzake ontwerp en constructie vindt u in bijlage I van de richtlijn.
Na het downloaden van Richtlijn 2009/142/EG neemt u de richtlijn zorgvuldig door om er zeker van te zijn dat uw product bij het in de handel brengen voldoet aan de essentiële vereisten van de richtlijn. Vergeet tevens niet om na te gaan of er nog andere richtlijnen van toepassing zijn op uw product.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontwikkeld dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 2000/9/EG definieert 'kabelbaaninstallaties voor personenvervoer' als 'installaties bestaande uit verschillende componenten, die ontworpen, gebouwd, geassembleerd en in bedrijf gesteld worden met het oog op het vervoer van personen'. Dit kunnen bijvoorbeeld kabelspoorwegen, gondelbanen en stoeltjesliften of skisleepliften zijn. Artikel 1, punt 6 vermeldt de installaties die niet onder de richtlijn vallen.
De essentiële veiligheidsvereisten staan vermeld in bijlage II van de richtlijn.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat zij alle vereisten bestrijken in hun toepassingsgebied voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
De richtlijn voor ecologisch ontwerp (2009/125/EG) is een kaderrichtlijn die de vereisten voor ecologisch ontwerp met betrekking tot milieuparameters vastlegt waaraan fabrikanten moeten voldoen, vooraleer hun producten mogen worden voorzien van de CE-markering.
Richtlijn 2009/125/EG bestrijkt producten die van invloed zijn op energieverbruik tijdens het gebruik, waaronder producten die energie gebruiken, opwekken, overdragen of meten, en andere energiegerelateerde producten, waaronder ramen, isolatiemateriaal of sommige waterverbruikende producten, die telkens aanzienlijke energiebesparingen kunnen opleveren tijdens het gebruik.
Doel van de richtlijn is het verminderen van het totale milieueffect van de producten, waaronder het verbruik van hulpbronnen en de uitstoot van verontreinigende stoffen, door zich te richten op de principes van duurzame ontwikkeling in de complete levenscyclus van een product.
De aanvullende doelstelling van de richtlijn bestaat erin zorg te dragen voor het vrije verkeer van de betreffende producten binnen de interne Europese markt. De richtlijn is niet van toepassing op transport voor personen of goederen.
De methodiek en de procedures voor het vaststellen van de vereisten voor ecologisch ontwerp staan vermeld in de richtlijn (d.w.z. bijlagen 1 en 2 voor productspecifieke ontwerp- en constructievereisten).
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 2004/108/EG inzake elektromagnetische compatibiliteit beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering kan aanbrengen.
Richtlijn 2004/108/EG is bedoeld als garantie dat apparatuur die elektromagnetische storing kan veroorzaken of hierdoor kan worden beïnvloed, kan worden gebruikt in de elektromagnetische omgeving waarvoor het ontworpen is zonder storingen bij andere apparatuur te veroorzaken of hierdoor te worden beïnvloed. De richtlijn uit 2004 is een update en vervanging van Richtlijn 89/336/EEG, die voorheen dit gebied regelde.
De essentiële vereisten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit voor apparatuur staan beschreven in bijlage I van de richtlijn.
De richtlijn betreffende elektromagnetische compatibiliteit bestrijkt apparaten die als afzonderlijke functionele eenheid aan eindgebruikers worden verkocht en die elektromagnetische storingen kunnen veroorzaken of waarvan de werking door dergelijke storingen kan worden beïnvloed. De richtlijn bestrijkt geen apparatuur die specifiek bedoeld is om te worden ingebouwd in een vaste installatie en anders niet in de handel verkrijgbaar is.
De richtlijn betreffende elektromagnetische compatibiliteit is niet van toepassing op radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur, zoals die wordt bestreken door Richtlijn 1999/5/EG. Luchtvaartproducten en radioapparatuur die gebruikt wordt door radioamateurs zijn tevens uitgesloten van de werkingssfeer van de richtlijn.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
De richtlijn 94/9/EG betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering kan aanbrengen.
Naast apparatuur en beveiligingssystemen is de richtlijn ook van toepassing op veiligheids-, controle- en regelvoorzieningen voor gebruik buiten plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, maar die nodig zijn voor het veilig functioneren van ATEX-apparatuur en beveiligingssystemen. De richtlijn is niet van toepassing op medische hulpmiddelen, transportmiddelen, zeeschepen of persoonlijke beschermingsmiddelen die bestreken worden door Richtlijn 89/686/EEG. De richtlijn is evenmin van toepassing op apparatuur en beveiligingssystemen waarbij het gevaar uitsluitend het resultaat is van de aanwezigheid van explosieve substanties of onstabiele chemische stoffen, of van accidentele gaslekken.
Voor verdere details over de producten die bestreken worden, raadpleegt u hoofdstuk I, artikel 1 van de richtlijn betreffende apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, 94/9/EG.
De essentiële gezondheids- en veiligheidsvereisten, zoals vastgelegd in bijlage II van de richtlijn, voorzien onder andere dat producten ontworpen moeten zijn met een geïntegreerde explosiebeveiliging. Ze mogen alleen worden vervaardigd na grondige analyse van mogelijke gebreken in de werking om gevaarlijke situaties zo veel mogelijk te vermijden. In dat opzicht moeten de producten worden vergezeld van aanwijzingen en moeten ze zichtbaar en onuitwisbaar worden voorzien van een lijst met ten minste de naam en het adres van de fabrikant, de serie- of typeaanduiding, het specifieke merkteken van explosiepreventie gevolgd door een symbool van de apparatengroep en de categorie en overige gegevens.
Bovendien moeten zo nodig de gegevens worden vermeld die onmisbaar zijn voor de gebruiksveiligheid.
Wat betreft de materiaalkeuze vereist de richtlijn een speciale keuze van risicoverlagende materialen, zoals aangegeven in bijlage II, 1.1. Bijlage II bestrijkt de verdere vereisten met betrekking tot ontwerp en constructie, mogelijke ontstekingsbronnen, gevaren die ontstaan door externe effecten, vereisten met betrekking tot veiligheidsgerelateerde apparaten en de integratie van veiligheidsvereisten met betrekking tot het systeem. Raadpleeg bijlage II zorgvuldig voor een compleet overzicht.
Raadpleeg verder Richtlijn 94/9/EG, om er zeker van te zijn dat uw product voldoet aan alle essentiële gezondheids- en veiligheidsvereisten.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 93/15/EEG inzake explosieven voor civiel gebruik beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering kan aanbrengen.
De richtlijn verwijst naar explosieven die gedefinieerd zijn als 'alle stoffen en voorwerpen die in de United Nations Recommendations on the transport of dangerous goods als dusdanig worden omschreven en aldaar zijn ingedeeld in klasse I'. De richtlijn is niet van toepassing op explosieven die bestemd zijn voor gebruik door de strijdkrachten of de politie, op pyrotechnische artikelen of op munitie, behalve wat betreft procedures voor hun veilige vervoer binnen de Unie.
De basisvereisten die vermeld staan in bijlage I van de richtlijn omvatten de minimale veiligheidsvereisten en -regels waaraan het productontwerp, de constructie en uiteindelijk het eindproduct moeten voldoen. De regels impliceren onder meer dat elk explosief zo moet kunnen worden verwijderd dat zijn effect op het milieu minimaal is. Voor verdere details raadpleegt u bijlage I en in het algemeen raadpleegt u Richtlijn 93/15/EEG zeer zorgvuldig om er zeker van te zijn dat uw product voldoet aan alle essentiële vereisten.
Ga na welke vereisten gelden
De 23 nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 92/42/EEG betreffende olie- of gasgestookte centraleverwarmingsketels beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering kan aanbrengen.
De basisvereisten die beschreven staan in artikel 5 van de richtlijn omvatten nuttige rendementsvereisten. Aan de hand daarvan moeten de verwarmingsketels voldoen aan bepaalde rendementsvereisten bij een nominaal vermogen en een gemiddelde temperatuur van het cv-water van 70 °C en bij een deellast van 30 % en een gemiddelde temperatuur van het cv-water dat afhankelijk van het type ketel varieert.
Raadpleeg Richtlijn 92/42/EEG zorgvuldig om er zeker van te zijn dat uw product voldoet aan alle essentiële vereisten.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze, binnen hun betreffende werkingssfeer, alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Het is echter mogelijk dat meer dan een nieuweaanpakrichtlijn van toepassing is op hetzelfde product. Daarnaast kan ook andere wetgeving (bijvoorbeeld horizontale wetgeving inzake chemicaliën of milieu) van toepassing zijn.
Richtlijn 98/79/EG inzake medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering kan aanbrengen. Deze vereisten, bekend als essentiële vereisten, staan vermeld in bijlage I van de richtlijn inzake medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek.
Voor een gedetailleerd overzicht raadpleegt u Richtlijn 98/79/EG.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
De Richtlijn 95/16/EG betreffende liften beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de installateur van de lift of de fabrikant van de veiligheidscomponenten voor liften de CE-markering mag aanbrengen.
De richtlijn bestrijkt vast opgestelde liften in gebouwen en bouwwerken. Zij is ook van toepassing op de in deze liften gebruikte veiligheidscomponenten die vermeld staan in bijlage IV.
Zij bestrijkt geen hijs- en heftoestellen waarvan de snelheid niet groter is dan 0,15 m/s; bouwliften; kabelbaaninstallaties, waaronder kabelspoorwegen; liften die speciaal ontworpen en gebouwd zijn voor militaire of politiedoeleinden; hefapparatuur van waaruit werk kan worden uitgevoerd; mijnliften; hijs- en heftoestellen voor het heffen van kunstenaars tijdens een optreden; hijs- en hefwerktuigen die in vervoermiddelen zijn ingebouwd, hijs- en hefwerktuigen die met een machine zijn verbonden en uitsluitend bestemd zijn om de toegang tot de werkplek, inclusief onderhouds- en inspectiepunten op de machine, mogelijk te maken, tandradbanen; roltrappen en rolpaden.
De liften waarop deze richtlijn van toepassing is moeten voldoen aan de in bijlage I opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidsvereisten.
Raadpleeg Richtlijn 95/16/EG zorgvuldig om er zeker van te zijn dat uw product voldoet aan alle essentiële vereisten.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 2006/95/EG inzake laagspanningsapparaten beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
Richtlijn 2006/95/EG is bedoeld om alle belemmeringen weg te nemen voor de verkoop van elektrische laagspanningsapparatuur binnen de EU, terwijl er tegelijkertijd voor wordt gezorgd dat ze de hoogste mate van veiligheid bieden.
'Laagspanningsapparaten' worden gedefinieerd als 'elektrisch materiaal bestemd voor een nominale wisselspanning tussen 50 V en 1000 V en een nominale gelijkspanning tussen 75 V en 1500 V. Bijlage II van de richtlijn bevat een lijst met materiaal dat uitgezonderd is, waaronder elektrische onderdelen van liften, elektriciteitsmeters, contactstoppen en contactdozen voor huishoudelijk gebruik.
Richtlijn 2006/95/EG geeft aan dat materiaal niet de veiligheid van mensen, dieren of eigendommen in gevaar mag brengen 'bij correcte installatie en degelijk onderhoud en bij gebruik in overeenstemming met de bestemming'. De belangrijkste veiligheidsdoelstellingen voor het materiaal dat onder de richtlijn valt, staan vermeld in bijlage I.
De richtlijn moet absoluut worden geraadpleegd om er zeker van te zijn dat het product overeenstemt met alle essentiële vereisten.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten volledig bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 2006/42/EG inzake machines beschrijft in detail de essentiële gezondheids- en veiligheidsvereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen
Richtlijn 2006/42/EG is van toepassing op de volgende producten: verwisselbare uitrustingsstukken; veiligheidscomponenten; hijs- en hefgereedschappen; kettingen, kabels en banden voor hefdoeleinden en verwijderbare mechanische overbrengingssystemen. De richtlijn omvat tevens vereisten voor niet-voltooide machines.
De eerste stap die een fabrikant moet nemen om te garanderen dat een machine overeenstemt met de richtlijn, is het uitvoeren van een beoordelingsprocedure inzake de essentiële vereisten. Daarbij hoort ook een controle welke Europese geharmoniseerde normen van toepassing zijn, om een vermoeden van overeenstemming te krijgen. Op de website Ondernemingen en Industrie van de Europese Commissie vindt u een lijst met geharmoniseerde normen voor machines.
Bijlage I van Richtlijn 2006/42/EG beschrijft in detail de essentiële gezondheids- en veiligheidsvereisten voor de producten die onder de richtlijn vallen.
In 2009 is een wijziging in de richtlijn goedgekeurd, waarbij nieuwe vereisten zijn geïntroduceerd inzake machines voor de toepassing van pesticiden, die dusdanig moeten worden ontworpen en gefabriceerd dat de onbedoelde verspreiding van pesticiden in het milieu tot het minimum wordt beperkt.
Deze wijziging wordt op 15 december 2011 van kracht.
Raadpleeg de richtlijn om er zeker van te zijn dat uw product voldoet aan alle essentiële vereisten. U kunt ook een uitgebreide gids met uitleg
downloaden voor de richtlijn die in juni 2010 is gepubliceerd.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie op zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 2004/22/EG inzake meetinstrumenten beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
De richtlijn bestrijkt de volgende meetapparaten en -systemen: watermeters, gasmeters en volumeherleidingsinstrumenten, wattuurmeters, warmteverbruikmeters, meetsystemen voor de continue en dynamische meting van hoeveelheden andere vloeistoffen dan water, automatische weeginstrumenten, taxameters, stoffelijke maten, dimensionale meetinstrumenten en uitlaatgasanalysatoren.
De algemene, geharmoniseerde juridische metrologische vereisten staan vermeld in bijlage I van de richtlijn, terwijl aanvullende vereisten voor elk type meetinstrument genoemd worden in de tien sectorspecifieke bijlagen (MI-001 tot MI-010).
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze, binnen hun betreffende werkingssfeer, alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Het is echter mogelijk dat meer dan een nieuweaanpakrichtlijn van toepassing is op hetzelfde product. Daarnaast kan ook andere wetgeving (bijvoorbeeld horizontale wetgeving inzake chemicaliën of milieu) van toepassing zijn.
Richtlijn 93/42/EEG inzake medische hulpmiddelen noemt algemene vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen. Dit zijn de zogenoemde essentiële vereisten, die vermeld staan in bijlage I bij de medische hulpmiddelen. Aan de hand van een klinische evaluatie conform bijlage X bij Richtlijn 93/42/EEG moet worden aangetoond dat aan de essentiële vereisten is voldaan.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 2000/14/EG inzake geluidsemissie in het milieu vermeldt de essentiële vereisten met betrekking tot het toegestane geluidsvermogensniveau van specifieke apparatuur waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
Richtlijn 2000/14/EG bestrijkt materiaal, zoals machines en apparatuur die gebruikt worden voor bouw, tuinieren en overige werkzaamheden. In artikel 12 wordt het materiaal vermeld dat onderworpen is aan geluidsgrenswaarden, artikel 13 vermeldt het materiaal dat onderworpen is aan lawaailabeling en bijlage I vermeldt alle materiaaltypes waarnaar de richtlijn verwijst. In dit opzicht is bepaald materiaal onderworpen aan geluidsgrenswaarden, terwijl bij ander materiaal alleen het geluidsvermogensniveau moet worden gemarkeerd. Het toegestane geluidsniveau voor het desbetreffende materiaal staat ook in detail vermeld in artikel 12.
De eerste stap die een fabrikant moet nemen om te garanderen dat het materiaal overeenstemt met de richtlijn, is het uitvoeren van een beoordelingsprocedure inzake de essentiële vereisten. De richtlijn schetst de verschillende beoordelingsprocedures voor dat doel: de beoordeling van de interne productiecontrole aan de hand van periodieke controleprocedures of de volledige kwaliteitsborgingprocedure. De procedures staan gedetailleerd beschreven in bijlagen V t/m VIII bij de richtlijn (zie artikel 14).
De richtlijn moet absoluut worden geraadpleegd om er zeker van te zijn dat het product overeenstemt met alle essentiële vereisten.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
De richtlijn definieert een niet-automatisch weeginstrument als 'een meetwerktuig voor het bepalen van de massa van een lichaam met gebruikmaking van de werking van de zwaartekracht op dat lichaam' en 'waarbij voor het wegen de tussenkomst van een operator noodzakelijk is'.
Wat betreft de CE-markering is de richtlijn van toepassing op werktuigen die bedoeld zijn voor het bepalen van de massa in de volgende situaties: handelstransacties; berekenen van rechten, heffingen, belastingen, premies, boetes of verschuldigde bedragen; in een juridische of bestuursrechtelijke context; in een medische context, voor het wegen van patiënten; in een farmaceutische context, voor het samenstellen van medicijnen op voorschrift; of voor het bepalen van een prijs op grond van de massa voor rechtstreekse verkoop aan het publiek.
Richtlijn 2009/23/EG inzake niet-automatische weegwerktuigen beschrijft in detail de essentiële vereisten (in de richtlijn 'fundamentele voorschriften') waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
De essentiële geharmoniseerde vereisten voor de niet-automatische weeginstrumenten bedoeld voor bovenstaande toepassingen, staan vermeld in bijlage I bij de richtlijn.
Ga na welke vereisten gelden
Er zijn 23 nieuweaanpakrichtlijnen voor het aanbrengen van de CE-markering op producten. Wanneer producten onderworpen zijn aan verschillende richtlijnen die alle voorzien in het aanbrengen van de CE-markering, geeft de markering aan dat ervan uit wordt gegaan dat de producten overeenstemmen met al deze richtlijnen die hun betreffende sectoren bestrijken.
Richtlijn 89/686/EEG inzake persoonlijke beschermingsmiddelen vermeldt de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
De richtlijn definieert persoonlijke beschermingsmiddelen als unieke producten, voor zover de gebruiker die ze koopt, bescherming koopt tegen gevaren die aanwezig kunnen zijn in huis, op het werk en tijdens vrije tijd. Met andere woorden: producten die de veiligheid en gezondheid van de gebruiker onder bepaalde omstandigheden waarborgen. De producten moeten voldoen aan de basisgezondheids- en veiligheidsvereisten die vermeld staan in bijlage II.
De richtlijn maakt een onderscheid tussen persoonlijke beschermingsmiddelen van 'eenvoudig ontwerp', 'complex ontwerp' en een derde categorie: beschermingsmiddelen die tot geen van beide behoren. Hoewel de richtlijn deze drie groepen niet expliciet definieert, is het gebruikelijk om respectievelijk de begrippen categorie I, III en II te gebruiken. Categorie I staat vermeld in artikel 8.3 en bestaat uit producten die ontworpen zijn om de gebruiker te beschermen tegen graduele of onaanvaardbare risico's. Hiertoe behoren onder andere zonnebrillen, tuinhandschoenen en vingerhoeden. Categorie III staat in artikel 8.4 vermeld en omvat bijvoorbeeld nooduitrustingen voor gebruik bij zeer hoge of zeer lage temperaturen, ademhalingsapparatuur en persoonlijke beschermingsmiddelen als bescherming tegen vallen van een hoogte. Persoonlijke beschermingsmiddelen van categorie II omvatten beschermingsmiddelen die niet in de bovenstaande twee artikelen zijn vastgelegd.
De richtlijn is niet van toepassing op persoonlijke beschermingsmiddelen die ontworpen zijn voor gebruik door strijdkrachten of politie, voor zelfverdediging of voor reddingsoperaties in vliegtuigen of op schepen. Hij is evenmin van toepassing op helmen en vizieren die bedoeld zijn voor gebruikers van motorvoertuigen op twee of drie wielen of persoonlijke beschermingsmiddelen voor eenvoudig privégebruik, zoals paraplu's of afwashandschoenen.
Dat betekent dat harmonisering beperkt is tot essentiële vereisten, terwijl technische specificaties om aan dergelijke vereisten te voldoen vermeld staan in vrijwillig geharmoniseerde Europese normen. De richtlijn inzake persoonlijke beschermingsmiddelen is een nieuweaanpakrichtlijn.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 97/23/EG inzake drukapparatuur beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
De richtlijn definieert drukapparatuur als drukvaten, installatieleidingen, veiligheidsappendages en onder druk staande appendages, en is van toepassing op het ontwerp, de productie, en de overeenstemmingsbeoordeling van drukapparatuur en samenstellingen met een maximaal toelaatbare druk PS van meer dan 0,5 bar.
De drukapparatuur die onder de richtlijn valt, is onderworpen aan de essentiële veiligheidsvereisten die vermeld staan in bijlage I van de richtlijn. De vereisten richten zich op het verlagen van gevaren, het treffen van passende beschermingsmaatregelen tegen gevaren waar dit onvermijdbaar is en het informeren over gevaren die niet kunnen worden geëlimineerd.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 2007/23/EG betreffende pyrotechnische artikelen beschrijft in detail de essentiële veiligheidsvereisten met betrekking tot de hoge beschermingsniveaus van de consument, de veiligheid van het publiek en de milieubescherming waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
Richtlijn 2007/23/EG bestrijkt materiaal zoals vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor het theater en pyrotechnische artikelen voor technische doeleinden, zoals gasontwikkelaars die in airbags of gordelspanners worden gebruikt.
De richtlijn sluit pyrotechnische artikelen uit die vallen binnen de werkingssfeer van richtlijn 96/98/EG inzake de uitrusting van zeeschepen, pyrotechnische artikelen bestemd voor gebruik in de lucht- en ruimtevaartindustrie en klappertjes die speciaal ontworpen zijn voor speelgoed (daarop is richtlijn 88/378/EEG van 3 mei 1988 van toepassing). Daarnaast zijn ook explosieven die vallen binnen de werkingssfeer van Richtlijn 93/15/EEG inzake explosieven voor civiel gebruik en munitie niet onderworpen aan de richtlijn inzake pyrotechnische artikelen.
Bijlage I van de richtlijn moet absoluut worden geraadpleegd om er zeker van te zijn dat het product overeenstemt met alle essentiële vereisten.
Ga na welke vereisten gelden
Richtlijn 1999/5/EG inzake radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
Radio en telecommunicatie omvat alle producten die gebruikmaken van het radiofrequentiespectrum (zoals mobiele telefoons, hek/garage-deuropeners of omroepzenders) evenals telecommunicatie-eindapparatuur zoals modems of telefoons.
De essentiële vereisten, zoals omschreven in artikel 3 van de Richtlijn 1999/5/EG betreffen het verzekeren van de gezondheid en veiligheid van gebruikers, evenals beschermingsvoorschriften inzake elektromagnetische compatibiliteit en een efficiënt gebruik van het spectrum, om schadelijke straling te vermijden. Andere essentiële vereisten, zoals de bescherming van persoonlijke privacy en gegevens en de toegang tot alarmdiensten en diensten voor gebruikers met een handicap kunnen eveneens van toepassing zijn wanneer bepaalde besluiten van de Commissie zijn aangenomen.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 94/25/EG inzake pleziervaartuigen beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
De richtlijn definieert 'pleziervaartuigen' als ieder voor sport- en vrijetijdsdoeleinden bedoeld vaartuig, ongeacht het type of de wijze van voortstuwing, met een romplengte van 2,5 tot 24 m, gemeten volgens de desbetreffende geharmoniseerde normen. Vaartuigen die gebruikt worden voor verhuur en voor pleziervaartcursussen vallen ook onder deze richtlijn wanneer ze voor recreatiedoeleinden op de markt worden gebracht. De richtlijn is ook van toepassing op waterscooters die gedefinieerd zijn als een vaartuig met een lengte van minder dan 4 meter met een motor met inwendige verbranding, primair aangedreven door een waterstraalpomp en ontworpen om door een of meer personen zittend, staand of knielend op en niet in de romp te worden bediend.
Tot de producten die uitgesloten zijn behoren wedstrijdboten, kano's en kajaks, gondels en waterfietsen, zeilplanken, motorzeilplanken en soortgelijke vaartuigen. Voor een volledige lijst raadpleegt u artikel 1, 3 van hoofdstuk I van de richtlijn.
Een volledige lijst met de essentiële vereisten inzake veiligheid, gezondheid, milieu- en consumentenbescherming voor pleziervaartuigen staat vermeld onder bijlage I van de richtlijn.
Ga na welke vereisten gelden
De richtlijnen die voor de CE-markering zijn opgesteld, zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 2009/48/EG over de veiligheid van speelgoed beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan u als fabrikant, importeur of distributeur moet voldoen om aan te tonen dat uw producten overeenstemmen met de EU-richtlijnen en om uiteindelijk de CE-markering aan te mogen brengen.
Richtlijn 2009/48/EG is van toepassing in alle EEA-landen vanaf 20 juli 2011. De enige uitzondering betreft de chemische bepalingen, waarvoor een nieuwe overgangsperiode van twee jaar geldt, tot 20 juli 2013.
De richtlijn uit 2009 vervangt de richtlijn die in 1988 (88/378/EEG) is aangenomen. Speelgoed dat voldoet aan de richtlijn uit 1988 kan tot 19 juli 2011 in de handel worden gebracht, of tot 19 juli 2013 in het geval van de regels die betrekking hebben op chemicaliën.
De nieuwe richtlijn definieert speelgoed als 'producten of materialen die, al dan niet uitsluitend, ontworpen of bestemd zijn om door kinderen jonger dan veertien jaar bij het spelen te worden gebruikt'.
De eerste stap die een fabrikant moet zetten, is controleren of zijn product binnen de werkingssfeer van de richtlijn valt. Vervolgens, om ervoor te zorgen dat een speelgoed in overeenstemming is met de richtlijn, moet de fabrikant controleren welke Europese geharmoniseerde normen van toepassing zijn. De website Ondernemingen en Industrie van de Commissie vermeldt de geharmoniseerde Europese normen voor speelgoed.
In bijlage I van de richtlijn staat een lijst met producttypes die uitgezonderd zijn van de richtlijn en niet als speelgoed worden beschouwd. In de lijst staan producten vermeld, zoals puzzels met meer dan 500 stukjes of fopspenen, die niet worden beschouwd als speelgoed, maar wel gemakkelijk als zodanig zouden kunnen worden beschouwd. De lijst is louter indicatief.
In bijlage II van de richtlijn staan de veiligheidsvereisten vermeld waaraan de producten moeten voldoen. In bijlage V wordt aangegeven dat, waar van toepassing, speelgoed van een waarschuwing moeten zijn voorzien waarop een minimumleeftijd vermeld staat voor gebruikers van speelgoed en/of de noodzaak ervoor te zorgen dat ze alleen worden gebruikt onder toezicht van volwassenen, waar van toepassing.
Raadpleeg de richtlijn voor de volledige catalogus met vereisten.
Ga na welke vereisten gelden
De nieuweaanpakrichtlijnen voor de CE-markering zijn door de Europese Unie zo ontworpen dat ze alle vereisten bestrijken voor producten van alle bovengenoemde sectoren.
Richtlijn 2009/105/EG inzake drukvaten van eenvoudige vorm beschrijft in detail de essentiële vereisten waaraan het product moet voldoen vooraleer de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen.
De richtlijn definieert een drukvat van eenvoudige vorm als 'een gelast drukvat met een inwendige overdruk van meer dan 0,5 bar dat ertoe is bestemd lucht dan wel stikstof te bevatten, en dat niet is bestemd om aan vlambelasting te worden onderworpen.' Echter, alleen die drukvaten waarvan het product van de maximale werkdruk (PSV) en het volume (V) groter is dan 50 bar moeten voorzien zijn van de CE-markering om op de Europese markt in de handel te kunnen worden gebracht. Deze drukvaten moeten overeenstemmen met de essentiële veiligheidsvereisten die aangegeven staan in bijlage I van de richtlijn.

