Wat verandert er?

Sinds 1 september 2009 moeten lampen voor huishoudelijk gebruik die voor de EU-markt worden geproduceerd, voldoen aan minimale energierendementseisen. Traditionele gloeilampen en halogeenlampen die niet aan deze eisen voldoen, worden eerst geleidelijk en tegen eind 2012 volledig van de EU-markt gehaald.

 

Meer energierendement

Sinds september 2009 moeten niet-heldere (matte) lampen het EU-energielabel A hebben. Alleen spaarlampen en LED-lampen kunnen zo'n hoog rendement halen. Alle niet-heldere typen die minder efficiënt zijn, zullen verdwijnen.

Tegelijkertijd worden inefficiënte heldere (transparante) lampen ook geleidelijk van de markt gehaald. Sinds september 2009 moeten heldere gloeilampen van 100 W of meer namelijk energielabel C hebben, wat betekent dat zij geleidelijk zullen verdwijnen. Deze grens wordt tot en met 2012 geleidelijk verder verlaagd (tot 75 W in 2010, 60 W in 2011, 40 W en lager in 2012).

Tijdschema voor het van de markt halen van inefficiënte lampen

 

Kaarsvormige spaarlamp

Betere alternatieven

Ook nadat bepaalde typen inefficiënte lampen van de markt zijn verdwenen, kunnen de consumenten in Europa nog steeds kiezen uit een breed assortiment lampen. Volgens de wetgeving moeten deze alternatieve lampen goede prestaties leveren. Ze zouden even geschikt moeten zijn als gloeilampen, of zelfs breder inzetbaar, omdat ze desgewenst ook koel licht kunnen produceren. Lees meer over de beschikbare alternatieven.

 

De kleurtemperatuur (warmte van de lichtkleur) wordt aangegeven op de verpakking van een lamp

Betere productinformatie

De wetgeving vereist dat specifieke productinformatie op de verpakking wordt vermeld, zodat consumenten de juiste keuze kunnen maken. Producenten worden verplicht om te vermelden wat de levensduur van de lamp in uren is, het aantal keren dat de lamp aan- en uitgeschakeld kan worden, de kleurtemperatuur, de opwarmtijd en of de lamp wel of niet kan worden gedimd.

Kijk in de gedetailleerde gids voor het kiezen van een lamp op basis van deze parameters.

Meer energiebesparing en minder kosten

De grafiek laat de energiebesparing voor de verschillende typen lampen zien. Kolom 1 staat voor conventionele gloeilampen, kolom 2 en 3 voor verbeterde gloeilampen (met geïntegreerde halogeencapsules) met energielabels C en B, kolom 4 voor spaarlampen en kolom 5 voor LED-lampen.

Vergelijking van het energiebesparend potentieel van verschillende lamptechnologieën

Met deze energiezuinige alternatieven kan de totale elektriciteitsrekening van een gemiddeld huishouden tot wel 15% lager uitvallen. Dit staat gelijk aan een nettobesparing tussen de 25 en 50 euro per jaar, afhankelijk van de grootte van het huishouden en van het aantal en soort gebruikte lampen.

Door de nieuwe energierendementseisen voor lampen wordt er tegen 2020 elk jaar meer dan 40 miljard kilowattuur bespaard - het equivalent van het elektriciteitsverbruik van 11 miljoen Europese huishoudens voor dezelfde periode. Nog belangrijker is dat het leidt tot een jaarlijkse vermindering van CO2-uitstoot tot 15 miljoen ton.