IMPORTANT LEGAL NOTICE
 

 Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten ascii version

Belgium (nl)

 
DP Managing organisation : vzw Welzijnsconsortium Zuid-West-Vlaanderen
Other national partners : Lokale Werkwinkel Beernem-Oostkamp-Zedelgem
Lokale Werkwinkel Brugge
Pedagogisch Instituut J.L Vivès vzw
vzw BIK
vzw BOM - Buurtopbouw Menen
vzw Hefboom
EQUAL theme :Entrepreneurship - Social economy 
Type of DP :Sectoral - Services 
DP Legal status :Association without legal form 
DP identification :BEnl-01/EQ/2.D/005 
Application phase :Approved for action 2 
Selection date :14-05-2002 
Last update :26-01-2004 
Monitoring:  

Rationale

Text available in

-Malgré la conjoncture positive et la grande diversité dans les offres de formation, il réside un groupe relativement important de sans emplois. -Ce groupe de personnes à risque sont des gens moins qualifiés (surtout des femmes), des personnes d'origine étrangère, les plus agés et les personnes dépendants d'une allocation de minimex. -Cepedant des enquêtes démontrent que ces gens manifestent la volonté d'êtres actif dans le marché du travail, à condition que leur travail soit motivant et qu'il puisse être combiné avec les besoins de leur ménage. -Beaucoup de quartiers ont des besoins tant collectifs qu'individuels. -Les autorités publiques locaux ont reçu la mission politique de développer des services de proximité dans le marché de travail local. A titre d'expériment, plusieurs petits services de proximité sont déjà actifs (Kuurne, Menen, Kortrijk, Harelbeke). La force de ces projets se situe dans la stimulation d'une cohésion sociale en essayant de répondre à la fois aux besoins de certains quartiers défavorisés et aux nécessités et capacités d'un groupe d'employés très vulnérables. C'est grâce au caractère participatif du projet que ces gens peuvent prendre part à la société. Le tendon d'Achille de ces projets se situe cependant dans l'aspet economique et dans le management de leur déroulement. La gestion de pareils projets demande des spécialistes et le support d'une organisation de grande taille où un personnel qualifié peut travailler de façon souple, sans se heurter à une structure bureaucratique. Il est clair que chaque commune flamande ne saura pas installer pareil service spécialisé, ce qui rendra une coöperation entre divers partenaires sociaux et économiques nécessaire. Il sera important de garantir un contexte de travail souple et autonome à ce partenariat.

dot Top


Objective

Text available in

L'objectif du projet 'Régie des services de proximité' ce traduit dans la mise en place d'une cellule de support pour les instances qui désirent créer un service de proximité au niveau local. Cette cellule fonctionnera de façon autonome au niveau régional. La force particulière de ce projet innovatif se trouve dans l'ambition d'intégrer à la fois l'aspet de management que les composants sociaux dans un modèle efficace, en réunissant des partenaires qui sont actifs dans differents disciplines. Les services de proximités qui devont être créés auront les critères qualitatifs suivants ; 1. développer des emplois qui tiennent compte des besoins et des possibilités des sans-emplois 2. développer des services qualitatifs pour des personnes, des familles et la société 3. le renforcement de la cohésion sociale dans les quartiers defavorisés La Régie des services de proximité veut réaliser les subjectifs suivants : 1. Assistance au management et aux animateurs des services de proximité a. Détection des besoins, enquêter les opportunités économiques b. Réalisation d'un plan d'entreprise (structure, investissements, financement, promotion....) c. Gestion du Ressources Humains : description des compétences requises pour les employés, développement des plans individuels de formation et de qualification d. Support à la comptabilité e. Intégration de l'aspect participatif dans l'entreprise 2. Mise en place d'un fonds de solidarité et d'un fonds de travail a. Le fonds de solidarité a comme objectif de créer un fonds de reserve auquel les services de proximité des quartiers dont la population est insolvable peuvent faire appel, grâce à la contribution des services de proximité travaillant dans un environnement plus prospéritif (entreprise, clients des familles modales...) b. Le fonds de travail collectera des subsides locales qui permettront d'atroyer des contrats de travail pour les service de proximité 3. Concertation structuré avec les secteurs officiels dont l'activité est liée au fonctionnement des service de proximité

dot Top


Innovation


Nature of the experimental activities to be implemented Rating
Guidance, counselling ****
Training **
Employment creation and support ****
Training of teachers, trainers and staff **
Improvement of employment services, Recruitment structures ****
Conception for training programs, certification **
Work organisation, improvement of access to work places ****
Awareness raising, information, publicity ***
Studies and analysis of discrimination features *

Type of innovation Rating
Process-oriented ****
Goal-oriented ***

dot Top


Budget Action 2

500 000 – 1 000 000 €

dot Top


Beneficiaries


Assistance to persons 
Unemployed  100.0%  0.0% 
Employed  0.0%  0.0% 
Others (without status, social beneficiaries...)  0.0%  0.0% 
  100.0% 
 
Migrants, ethnic minorities, …  0.0%  0.0% 
Asylum seekers  0.0%  0.0% 
Population not migrant and not asylum seeker  100.0%  0.0% 
  100.0%
 
Physical Impairment  0.0%  0.0% 
Mental Impairment  0.0%  0.0% 
Mental Illness  0.0%  0.0% 
Population not suffering from a disability  100.0%  0.0% 
  100.0% 
 
Substance abusers 0.0%  0.0% 
Homeless  0.0%  0.0% 
(Ex-)prisoners  0.0%  0.0% 
Other discriminated (religion, sexual orientation)  0.0%  0.0% 
Without such specific discriminations  100.0%  0.0% 
  100.0% 
 
< 25 year  100.0%  0.0% 
25 - 50 year  0.0%  0.0% 
> 50 year  0.0%  0.0% 
   100.0% 

Assistance to structures and systems and accompanying measures Rating
Asylum *
Gender discrimination *
Support to entrepreneurship ***
Discrimination and inequality in employment ***
Disabilities *
Low qualification ****
Racial discrimination *
Unemployment ****

dot Top


Empowerment

 

 With beneficiaries

Participation
Promoting individual empowerment
Participation in the project design
Participation in running and evaluating activities
Changing attitudes and behavior of key actors

 

 Between national partners

N.C.

dot Top


Transnationality

 

 Linguistic skills

  • Nederlands
  • English
  • français
  • Deutsch

 Percentage of the budget for transnational activities

  • 7.6%

 Transnational Co-operation Partnerships

Transnational Co-operation Agreement DPs involved
355 Take Care AT 3-18/118
FI 30
NL 2001/EQD/0004

dot Top


Background

 

 Involvment in previous EU programmes

  • Nobody involved in A&E

dot Top


National Partners


Partner To be contacted for
vzw Welzijnsconsortium Zuid-West-Vlaanderen Co-ordination of experimental activities
Design of the project
DP managing organisation
Evaluation
Monitoring, data collection
Transnational partnership
Lokale Werkwinkel Beernem-Oostkamp-Zedelgem
Lokale Werkwinkel Brugge
Pedagogisch Instituut J.L Vivès vzw
vzw BIK
vzw BOM - Buurtopbouw Menen
vzw Hefboom

dot Top


Agreement Summary

Text available in

Artikel 1. Context Het project ‘Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten’ uitgevoerd in het kader van het communautair initiatief EQUAL van het Europees Sociaal Fonds (hierna ESF) en gesitueerd binnen zwaartepunt 2: ‘ondernemerschap’, maatregel D: ‘versterken van de sociale economie en in het bijzonder van de maatschappelijke dienstverlening waarbij de nadruk moet liggen op de verbetering van de kwaliteit van de arbeidsplaatsen' van desbetreffend programma wil een antwoord vormen op de werkloosheidsproblematiek van de doelgroep ‘laaggeschoolden’ (hiermee wordt bedoeld de personen met hoogstens diploma ‘lager secundair onderwijs’) door kwaliteitsvolle tewerkstellingsplaatsen te creëren in de sector van de buurt-en nabijheidsdiensten. Bij de analyse van de problematiek wordt enerzijds vertrokken uit een aantal vaststellingen op de arbeidsmarkt, meerbepaald bij de doelgroep laaggeschoolden. Zowel objectieve cijfers als kwalitatief onderzoeksmateriaal tonen hier een aantal frappante feiten aan. Anderzijds is er het gegeven dat momenteel nog heel wat oningevulde jobs bestaan die -mits een specifieke aanpak en de nodige randvoorwaarden- perfect door de doelgroep laaggeschoolde werkzoekenden kunnen worden ingevuld. In wat volgt wordt de problematiek van naderbij omschreven en geanalyseerd. 1. laaggeschooldheid als voornaamste risicofactor voor werkloosheid Uit officiële cijfers van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (cijfergegevens december 2001) blijkt dat de voornaamste risicofactor voor werkloosheid nog steeds 'laaggeschooldheid' is. Ook in de regio's Kortrijk en Brugge (waarop het Equal-project betrekking heeft) is dit de realiteit. Zo zien we dat in het arrondissement Kortrijk 50% van de niet-werkende werkzoekenden laaggeschoold zijn: 27,1% heeft enkel een diploma lager onderwijs, 23% bezit een diploma van lager secundair onderwijs. In totaal gaat dit over 3.517 personen. In het arrondissement Brugge bedragen deze percentages respectievelijk 22,9% en 23,7%. In totaal gaat het over 3.511 laaggeschoolde werkloze personen. Daarenboven blijkt dat ongeveer 5 op 10 van de laaggeschoolden niet-werkende werkzoekenden reeds langer dan 1 jaar werkloos is. Tenslotte valt het op dat het voornamelijk laaggeschoolde vrouwen zijn die een groot werkloosheidsrisico lopen. Kwalitatief onderzoek in o.m. Menen en Kuurne waarbij de doelgroep laaggeschoolde werkzoekenden rechtstreeks werd aangesproken, wijst o.a. uit dat deze mensen niet willen blijven hangen in hun werkloosheidssituatie, maar integendeel actief willen zijn op de arbeidsmarkt. Voorwaarde is echter dat het werk door hen als zinvol wordt ervaren en dat zij worden gerespecteerd, zich betrokken voelen en kunnen groeien in hun taken. Velen vinden ook geen gepaste job op de arbeidsmarkt omdat zij deze niet kunnen combineren met taken in het gezin of teveel problemen hebben op persoonlijk vlak. Tenslotte brengt een job uitoefenen vaak ook een inkomensverlies met zich mee, waardoor werkloos blijven louter vanuit financieel oogpunt vaak interessanter is. Vanuit deze bevindingen kunnen we stellen dat er nood is aan nieuwe strategieën om de doelgroep laaggeschoolde werkzoekenden terug aan het werk te helpen. 2. nieuwe werkgelegenheidskansen binnen de buurt-en nabijheidsdiensten Er bestaat momenteel een grote vraag naar diensten die momenteel niet worden ingevuld. Voorbeelden hiervan zijn thuishulp bij bejaarden, kinderopvang bij gezinnen waarbij moeders uit huis werken, activiteiten in de buurt om het samenleven aangenamer te maken… Deze vraag heeft te maken met de gewijzigde demografische ontwikkelingen (vergrijzing), het toenemend aantal tweeverdieners waardoor er minder tijd blijft voor huishoudelijke hulp, zorg voor de kinderen... Maar de vraag komt evenzeer voort uit samenlevingsproblemen in bepaalde buurten en wijken die gekenmerkt worden door maatschappelijke achterstelling. De lokale dienstenwerkgelegenheid die momenteel in het kader van de Lokale Werkwinkels in elke gemeente zal worden uitgebouwd, krijgt als opdracht om nieuwe jobs in de dienstensector te creëren. Er wordt hierbij verwezen naar de tewerkstellingskansen die deze diensten o.m. voor laaggeschoolden met zich mee kunnen brengen. De dienstenwerkgelegenheid kan op diverse manieren worden ingevuld. Enerzijds is er de klassieke diensteneconomie, zoals we die bvb. kennen bij de Plaatselijke Werkgelegenheids Agentschappen (PWA's). Anderzijds is er het concept van de 'buurt-en nabijheidsdiensten' dat op een aantal punten fundamenteel afwijkt van het klassieke concept van diensteneconomie. Hun sterkte bestaat erin dat zij een koppeling maken tussen enerzijds de creatie van nieuwe jobs op maat, met specifieke aandacht voor risicogroepen op de arbeidsmarkt en anderzijds werken aan wijkontwikkeling en samenlevingsopbouw in de achtergestelde buurten waar de diensten gevestigd zijn. Samengevat omvatten volgende vier doelstellingen de eigenheid en meerwaarde van buurt-en nabijheidsdiensten: [cf. tweede aanvraagrapportering, projectbeschrijving ] In het verleden werden reeds hier en daar in Vlaanderen op experimentele wijze ‘buurt-en nabijheidsdiensten’ opgericht. Zij bevestigen de grote sociale meerwaarde die verscholen ligt in het concept, maar wijzen op een aantal structurele knelpunten waar momenteel nog geen oplossing voor gevonden is. Samengevat kunnen de knelpunten als volgt worden omschreven: [cf. tweede aanvraagrapportering, projectbeschrijving] Om de buurt-en nabijheidsdiensten op een professionele wijze te kunnen managen en laaggescholden tot evenwaardige medespelers in de organisatie en de uitoefening van de diensten te integreren, is er nood aan experimenteerruimte en onderzoek door specialisten ter zake. Immers, buurt-en nabijheidsdiensten introduceren een nieuw concept dat gegroeid is uit reële noden in de praktijk, maar dat tevens een professionele reflectie nodig heeft opdat het concept zich op een duurzame wijze in de praktijk zou kunnen verderzetten. Dit project wordt uitgevoerd op het Vlaamse niveau door het geheel van partners, zoals hierboven omschreven, genaamd "coördinator" enerzijds en "partners" anderzijds van het Vlaams ontwikkelingspartnerschap opgericht om de doelstellingen en prioriteiten in het kader van het project 'Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten' tot een goed einde te brengen. De doelstellingen en prioriteiten van dit project zijn: De hoofddoelstelling van het project 'Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten' is te komen tot een professionalisering van buurt-en nabijheidsdiensten die beantwoorden aan vier inhoudelijke criteria, nl. (1) participatie van de verschillende stakeholders, (2) kwaliteitsvolle jobs en vorming op maat, (3) toegankelijkheid en (4) kwaliteit en duurzaamheid. Hiertoe wordt vanuit de gesignaliseerde knelpunten professionele ondersteuning geboden aan een aantal opstartende (Lokale Werkwinkel Brugge, Lokale Werkwinkel Beernem-Oostkamp-Zedelgem) en een aantal reeds operationele (vzw BIK, vzw BOM) buurt-en nabijheidsdiensten uit de regio’s Kortrijk en Brugge. De testcases worden nauwgezet afgebakend vanuit het oogpunt van de te onderzoeken deelproblematiek waarmee de diensten te kampen hebben. Vanuit de bevindingen in de praktijk worden rond elk van de vijf gestelde knelpunten overdraagbare modellen en duurzame technieken ontwikkeld (nieuwe werkmethodes, modelontwikkeling, meetinstrumenten…) opdat het concept zich verder in Vlaanderen (en eventueel daarbuiten) zou kunnen ontwikkelen en tot uitvoering worden gebracht. Per knelpunt worden volgende prioriteiten afgebakend: · participatief ondernemen met werknemers en buurt: Ontwikkelen van een participatief managementmodel waarbij werknemers, klanten, vrijwilligers en buurtbewoners worden betrokken bij de productontwikkeling. Dit model dient erg praktijkgericht te zijn en overdraagbaar naar potentiële initiatiefnemers binnen de buurt-en nabijheidsdiensten (lokale overheden, social-profitorganisaties). · Kwaliteitsbanen op maat: -Ontwikkelen van aangepaste kwalificatietrajecten binnen het concept van 'vorming op maat' zodat laaggeschoolden op basis van individuele vormingsbehoeften en aanwezige capaciteiten zich op diverse vlakken kunnen bijscholen. Hierbij dient ook voldoende aandacht te gaan naar de persoonlijke begeleiding van werknemers op de werkvloer. -Strategieën ontwerpen voor de creatie van een 'arbeidsfonds' dat flexibele contracten in functie van de werknemer mogelijk maakt. · Financiering van de diensten: -Bijdragen tot de creatie van een 'solidariteitsfonds' voor buurt-en nabijheidsdiensten waardoor waardevolle diensten niet langer afhankelijk zijn van tijdelijke en gebrekkige subsidiestromen. -Ontwikkelen van een beheersmodel om de financiële stromen op een transparante en duurzame wijze te kunnen beheren · Bekendheid, toegankelijkheid van de diensten: Ontwikkelen van een marketingconcept dat specifiek is aangepast aan de eigenheid van het concept ‘buurt-en nabijheidsdiensten’ via een vertaling van de klassieke marketingmix uit de reguliere economie (prijs, product, promotie, plaats) · Kwaliteit, duurzaamheid -Ontwikkelen van duidelijke kwaliteitscriteria voor buurt-en nabijheidsdiensten, aangepast aan het soort dienstverlening (vb. kinderwerking, thuishulp...) -Ontwikkelen van een duidelijk meet-en opvolgingsinstrument Artikel 2. Voorwerp In deze overeenkomst definiëren de coördinator en de overige partners de interne functioneringsmechanismen binnen het ontwikkelingspartnerschap. Hoofddoel hierbij is de uitvoering van het project ‘Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten’ zoals beschreven in artikel 1 van deze overeenkomst. Deel II van het aanvraagformulier van het communautair initiatief EQUAL maakt integraal deel uit van huidige overeenkomst. Artikel 3. Duur De overeenkomst wordt afgesloten voor een bepaalde duur die begint op 15 mei 2002 en eindigt op 15 mei 2004. Artikel 4. Verbintenissen tussen de contracterende partijen en Aansprakelijkheden In het kader van het project ‘Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten’ handelen de contracterende partijen als volgt: - Zij aanvaarden bij deze overeenkomst dat vzw Welzijnsconsortium Zuid-West-Vlaanderen handelt als coördinator om hen te vertegenwoordigen bij de betrokken overheden, om als gesprekspartner op te treden en om de gelden van het ESF te beheren overeenkomstig de wijze hierna beschreven. Zij geven de coördinator hiertoe uitdrukkelijk mandaat. - De partners van het ontwikkelingspartnerschap verbinden er zich toe om aan de coördinator alle financiële, administratieve en boekhoudkundige gegevens betreffende de acties, zoals bepaald in artikel 5, mede te delen. Met het oog op de verschillende tussentijdse rapporteringen en de eindrapportering zal deze mededeling als volgt gebeuren: Per kwartaal worden alle financiële, administratieve en boekhoudkundige gegevens betreffende de acties schriftelijk overgemaakt aan de coördinator. Dit gebeurt op een gestandaardiseerde wijze, door de coördinator in samenspraak met de uitvoerende partners vastgelegd. - Zij verbinden er zich toe om op eenvoudig verzoek van de coördinator en de beheersautoriteit elk bewijsstuk van reële en effectieve gedane kosten, evenals elk document noodzakelijk voor opvolging en evaluatie van de acties, zoals omschreven in artikel 5, mede te delen. - De partners van het ontwikkelingspartnerschap zijn volledig verantwoordelijk voor de correctheid van alle door hen geleverde informatie. - In deze hoedanigheid is de coördinator begunstigde van de financiële bijdrage van het ESF, is hij verantwoordelijk voor het administratieve en financiële beheer van de kredieten en doet de opvolging van de uitvoering door de partners van de taken, die hen overeenkomstig artikel 5 werden toegewezen. - De andere hierboven aangehaalde contracterende partijen handelen als partners van de ontwikkelingspartnerschap. In deze hoedanigheid is een partner van het ontwikkelingspartnerschap de uiteindelijke begunstigde van de financiële bijdragen van ESF. - Alle contracterende partijen verbinden er zich toe een aparte boekhouding te voeren. - Alle contracterende partijen worden beschouwd als mede-uitvoerders. D.w.z. dat ze allen één of meerdere taken beschreven in het hierna aangehaalde werkplan uitvoeren. In die hoedanigheid zijn ze allen mede – ondertekenaars van de “toezichtsbepalingen en verbintenissen”, die met de beheersautoriteit wordt gesloten en ze verbinden er zich toe om alle maatregelen te nemen om de acties waarvoor zij verantwoordelijk zijn, zoals hierna nader omschreven, tot een goed einde te brengen. Artikel 5. Toegewezen opdracht(en) aan de verschillende partners De coördinator, uitvoerder van volgende acties: -Administratieve en financiële coördinatie van het Vlaamse en het transnationale partnerschap -Inhoudelijke coördinatie van de verschillende fases en activiteiten Partner 1, uitvoerder van volgende acties zoals uitgewerkt in het werkplan, dat als bijlage 1 van deze overeenkomst gaat en bijhorende financiële tabel opgenomen in bijlage 2. Partner 2, uitvoerder van volgende acties zoals uitgewerkt in het werkplan, dat als bijlage 1 van deze overeenkomst gaat en bijhorende financiële tabel opgenomen in bijlage 2: Partner 3, uitvoerder van volgende acties zoals uitgewerkt in het werkplan, dat als bijlage 1 van deze overeenkomst gaat en bijhorende financiële tabel opgenomen in bijlage 2. Partner 4, uitvoerder van volgende acties zoals uitgewerkt in het werkplan, dat als bijlage 1 van deze overeenkomst gaat en bijhorende financiële tabel opgenomen in bijlage 2. Partner 5, uitvoerder van volgende acties zoals uitgewerkt in het werkplan, dat als bijlage 1 van deze overeenkomst gaat en bijhorende financiële tabel opgenomen in bijlage 2. Partner 6, uitvoerder van volgende acties zoals uitgewerkt in het werkplan, dat als bijlage 1 van deze overeenkomst gaat en bijhorende financiële tabel opgenomen in bijlage 2. Artikel 6. Financiële bepalingen Inzake de financiële bepalingen zijn de financiële criteria en regels van EQUAL 2000-2006, zoals opgenomen bij in het programmacomplement bij het CIP, goedgekeurd bij beschikking 2000 BE 05 0 PC 002 van 30 maart 2001 integraal van toepassing op het project ‘Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten’ en zodoende bindend voor alle contracterende partijen. De coördinator aangesteld in het kader van de uitvoering van het project ‘Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten’ als mandataris voor het beheer van de totaliteit van de kredieten, verbindt zich ertoe de ESF-steun volgens de modaliteiten omschreven in deze partnerschapsovereenkomst over te maken aan de overige partners. De coördinator verbindt er zich toe om de ontvangen ESF-steun binnen een termijn van veertien werkdagen na ontvangst van de betalingsautoriteit aan de overige partners van het partnerschap over te maken. Overigens kunnen de partners van het ontwikkelingspartnerschap onder geen enkel beding aanspraak maken op een financiële storting voordat de coördinator de storting van de betalingsautoriteit ontvangen heeft. Niettemin wordt de definitieve toekenning van de ESF-steun berekend in functie van de totale reëel gemaakte kosten waarbij enkel de effectief gerealiseerde acties, omschreven in artikel 5 van deze partnerschapsovereenkomst, in aanmerking worden genomen, rekening houdend met de verbintenissen aangegaan in artikel 4. Artikel 7. Controle en opvolging Alle contracterende partijen verbinden er zich toe om: - Zowel tijdens als na de afloop van het project de nodige maatregelen te treffen om controle en toezicht op de uitvoering van het project mogelijk te maken. - Alle nodige stukken (boekhoudkundige en andere) in verband met het project op eenvoudig verzoek over te maken aan de coördinator in het geval van een controle door de bevoegde ambtenaren van de instanties op Vlaams en Europees niveau. -Met het oog op een doorlopend beoordelingsproces volgens onderstaande modaliteiten monitoring en evaluatie van het project door te voeren: 1. Inhoudelijke evaluatie en monitoring: · De inhoudelijke evaluatie gebeurt niet door een externe evaluator, maar vindt plaats binnen de eigen structuur van het project, m.n. binnen de stuurgroep waarin elke partner van het project op evenredige wijze is vertegenwoordigd. De stuurgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partners (per partner één lid), de coördinator fungeert als voorzitter. De stuurgroep komt maandelijks samen (uitgezonderd de maanden juli en augustus). · In de voorbereidingsfase wordt door de stuurgroep een actieplan voor fase 2 (actie-onderzoek) van het project opgemaakt. Het actieplan dat in de voorbereidingsfase werd opgesteld dient als toetsingskader om de algemene voortgang van het project te meten en beoordelen. · Om het werkplan tot uitvoering te brengen worden uit de stuurgroep 5 inhoudelijke verantwoordelijken aangeduid (5 actiepunten, per actiepunt 1 verantwoordelijke). Deze personen fungeren als ‘trekker’ rond een bepaald deelaspect van het project en zijn verantwoordelijk voor de permanente monitoring en evaluatie van dit betreffende aspect. De coördinator kan tevens fungeren als verantwoordelijke. Indien niet zo, dan neemt hij minstens deel aan de bijeenkomsten van de werkgroepen en/of staat in permanente communicatie met de verantwoordelijken van de betreffende deelaspecten. De werkzaamheden en de voortgang van de verschillende actiepunten worden systematisch gerapporteerd en geagendeerd op de stuurgroep. · Door de stuurgroep wordt een eigen registratiesysteem om het aantal mandagen en werkuren van zowel de deelnemers als de uitvoerders van het onderzoek te registreren. · De verplichte halfjaarlijkse opvolgingsrapporten en het eindrapport worden voorbereid door de coördinator en ter goedkeuring voorgelegd aan de stuurgroep. De indiening bij de beheersautoriteit gebeurt uiterlijk 2 maanden na de betrokken periode. Het eindrapport omvat een uitgebreid inhoudelijk en evaluatief deel. 2. Financiële controle en evaluatie. · De financiële rapportering wordt voorbereid door de coördinator en de boekhouder die door één van de partners van het project (vzw Vivès) wordt vrijgesteld gedurende de periode van het project. · Per kwartaal wordt verslag overgemaakt aan de stuurgroep over de financiële stand van zaken van het project. · Halfjaarlijks wordt een financieel saldorapport opgemaakt voor de beheersautoriteit van Equal. Deze saldirapporten worden telkens formeel goedgekeurd door de leden van de stuurgroep. · Een externe boekhouder controleert jaarlijks de algemene financiële situatie van het Equal- project en maakt hiervan een beknopt verslag op. Artikel 8. Organisatie van het Ontwikkelingspartnerschap Om het beheer van het partnerschap en de realisatie van het project ‘Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten’ tot een goed einde te brengen, hebben de partners van het ontwikkelingspartnerschap structuren ontworpen zoals opgenomen in deel II van het aanvraagformulier EQUAL (organogram Vlaams ontwikkelingspartnerschap: zie bijlage). Artikel 9. Communicatie en publiciteit Alle contracterende partijen verbinden er zich toe om alle betrokkenen bij het project op de hoogte te brengen van het feit dat dit project steun ontvangt van het Europees Sociaal Fonds door middel van: · het gebruik maken van het officiële logo van ESF/EQUAL en bijhorende officiële teksten, slogans… Deze informatie zal in het kader van alle communicatie, verspreiding en transfer verschaft worden en dit zowel intern binnen het partnerschap als extern. Concreet gaat dit over: vermelding op briefpapier, verslagen, website, eindproducten in de vorm van rapport, handleiding… · Deze vermelding gebeurt zowel in het kader van het Vlaamse ontwikkelingspartnerschap, als in het kader van het transnationale luik. Artikel 10. Disseminatie en mainstreaming van innoverende praktijken Alle contracterende partijen verbinden zich ertoe om deel te nemen aan de activiteiten georganiseerd binnen het kader van actie 3, zoals omschreven in het CIP van EQUAL. Zij verbinden zich ertoe speciale aandacht te besteden aan gendermainstreaming op volgende manier: 1. Mainstreaming naar andere doelgroepen toe: De jobs die door de buurt-en nabijheidsdiensten worden gecreëerd, houden taken in die -mits voldoende vorming en begeleiding- door risicogroepen op de arbeidsmarkt kunnen worden ingevuld. Laaggeschoolden vormen hierbij in de huidige arbeidsmarktcontext de meest kwetsbare groep. Zeker laaggeschoolde vrouwen ervaren heel vaak uitsluitingsmechanismen op de reguliere arbeidsmarkt omdat deze te weinig rekening houdt met hun individuele situatie (vb. alleenstaande moeders met kinderen, oudere vrouwen met lichamelijke klachten…). De buurt-en nabijheidsdiensten die het project beoogt, zijn erop gericht om maximaal rekening te houden met de individuele beperkingen, noden en behoeften van de doelgroep. Heel concreet gebeurt dit door de specifieke maatgerichte en participatieve aanpak, de aangepaste arbeidscontracten waar plaats is voor groei, vorming en begeleiding… In die zin zijn de diensten een uitstekend instrument om de moeilijkst te integreren doelgroepen een plaats te geven op de arbeidsmarkt en de ruimere samenleving. Echter, naast de specifieke doelgroep van laaggeschoolden levert het project ‘Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten’ zeker en vast ook bruikbare modellen en technieken aan die naar ruimere doelgroepen toe (vb. personen met een handicap, allochtonen, hoger opgeleiden…) en binnen andere settings dan de buurt-en nabijheidsdiensten kunnen ingezet worden. 2. Mainstreaming op diverse niveaus De projectresultaten dienen op diverse niveaus verspreid en ingebed te worden: zowel op het niveau van de eigen organisatie en regio (Kortrijk en Brugge), als op Vlaams/federaal niveau. Daartoe zullen de partners van het project optimaal gebruik maken van de reeds aanwezige netwerken waarvan zij deel uitmaken en/of trekker zijn. 2.1 Lokale/regionale mainstreaming De projectresultaten worden niet enkel na afloop van actie 2 (15 mei 2004) verspreid en ingebed in de structuren (tijdens actie 3), dit gebeurt reeds systematisch tijdens de loop van het project. Concreet gebeurt dit via: · de regionale werkgroep waarin alle lokale projectpromotoren- en begeleiders die betrokken zijn bij de testcases zijn vertegenwoordigd. Doel is informatie te verschaffen, ervaringen uit te wisselen en vorming te geven rondom de diverse inhoudelijke aspecten van buurt-en dorpsdiensten (vb. financieel beheer, management…) · de algemene vergadering waarin een ruime groep van relevante actoren in de sector van de buurt-en nabijheidsdiensten zijn vertegenwoordigd uit de regio’s Kortrijk en Brugge (vb. sociale partners…). Het doel van deze vergadering is een zo ruim mogelijke groep te informeren, sensibiliseren en ervaringen uit te wisselen · elke partner van het project engageert zich om systematisch de voortgang van het project en de projectresultaten te agenderen bij de eigen (bestuurs)leden en staf. Na afloop van actie 2, worden de projectresultaten ruim verspreid via diverse kanalen, zoals website, rapport, handleiding, logboek, meetinstrument… De overlegplatforms die reeds tijdens actie 2 werden opgericht (regionale werkgroep, algemene vergadering) worden behouden en eventueel uitgebreid in functie van de disseminatie en mainstreaming. 2.2 Mainstreaming op Vlaams/federaal/Europees niveau Het is niet alleen belangrijk dat de projectresultaten bekend zijn bij en geïntegreerd worden door organisaties uit de betrokken regio’s Kortrijk en Brugge, dit dient te gebeuren door zoveel mogelijk instanties uit Vlaanderen/België/Europa die een rol spelen bij de ontwikkeling van de buurt-en nabijheidsdiensten. 1. Vlaamse, federale en lokale overheden in Vlaanderen Op Vlaams en federaal beleidsniveau wordt de sector van de dienstenwerkgelegenheid erkend als groeipool voor nieuwe jobs en als instrument voor wijkontwikkeling en versterking van de sociale cohesie. In het kader van de Lokale Werkwinkels krijgen de lokale besturen de opdracht om op te treden als regisseur voor het luik ‘dienstenwerkgelegenheid’, waarvan de buurt-en nabijheidsdiensten een specifieke vorm zijn. Dit impliceert dat de productontwikkeling binnen het Equal-project een rechtstreekse meerwaarde zal opleveren op Vlaams/federaal niveau. Het is dan ook belangrijk om gebruik te maken van geschikte fora die de projectresultaten naar de juiste partners kunnen dissemineren en mainstreamen. Er wordt hiervoor beroep gedaan op de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG). De VVSG is het steunpunt en de belangenbehartiger van de lokale besturen en gaf de laatste jaren ook heel wat aandacht aan het lokaal werkgelegenheidsbeleid. Naar aanleiding van het afsluiten van de Kaderovereenkomst inzake lokaal werkgelegenheidsbeleid tussen enerzijds de federale, de Vlaamse overheid en de lokale besturen en anderzijds het ondertekenen van het Sectoraal Pact Werkgelegenheid door de Vlaamse Minister van Werkgelegenheid en de VVSG, werd binnen de vereniging een Cel Lokale Economie en Werkgelegenheid opgericht. Naast een aantal concrete vraaggestuurde ondersteuningsopdrachten, streeft de VVSG ook naar een vertegenwoordiging van lokale besturen binnen alle adviesorganen met een rechtstreekse impact op het lokaal werkgelegenheidsbeleid. Enkele voorbeelden: vertegenwoordiging van lokale besturen in de Vlaamse Stuurgroep Werkwinkels, de Strategische Werkgroepen Europese Structuurfondsen, de Vlaamse STC stuurgroep en de Task Force Kaderovereenkomst, het Vlaams Monitoring Comité ESF 3, zwaartepunt 1 en 2 en Equal. De VVSG is tevens de gesprekspartner voor de Vlaamse, federale en Europese overheden inzake lokale werkgelegenheid. Ook organiseert en coördineert de VVSG het Vlaams Overlegplatform Lokale Werkgelegenheid met vertegenwoordigers van alle centrumsteden en werkwinkelgemeenten. Eén van de belangrijkste doelstellingen van dit platform is de versterking van de lokale uitbouw van het werkgelegenheidsbeleid, waaronder de ontwikkeling van buurt-en nabijheidsdiensten. 2. Andere actoren Naast de lokale besturen zijn nog andere spelers nodig in de sector van de buurt-en nabijheidsdiensten. Om deze te bereiken wordt gebruik gemaakt van de reeds aanwezige netwerken. Enige tijd geleden richtte vzw Hefboom het Vlaams Overleg voor de Sociale Economie (vzw VOSEC) op. Het is een belangrijk netwerkinitiatief voor de sector, waarin lokale actoren, projectontwikkelaars en ondersteunende organisaties elkaar treffen. Vzw Hefboom engageert er zich toe om de projectresultaten te verspreiden via het netwerk van VOSEC. Alle instanties die hierin vertegenwoordigd zijn, nemen het vervolgens op zich om de projectresultaten verder te verspreiden binnen hun eigen organisatie. Vanuit vzw Vosec worden verdere contacten gezocht op federaal en Europees niveau. Artikel 11. Intellectuele eigendom De contracterende partijen verbinden zich ertoe om alle mogelijke behaalde resultaten in het kader van het project ‘Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten’ (producten, instrumenten, methodes, …) publiek te maken en eveneens overdracht naar de derde partijen voor hun exclusief gebruik mogelijk te maken. Artikel 12. Wijzigingen, beëindiging en terugstorting Alle contracterende partijen verbinden zich ertoe om bij wijziging aan huidige overeenkomst, o.m. betreffende de samenstelling van en de taakverdeling in het ontwikkelingspartnerschap, een avenant aan huidige overeenkomst op te stellen en deze ter goedkeuring aan de beheersautoriteit voor te leggen. Opgesteld in KORTRIJK, op 8 april 2002 in 8 exemplaren waarvan elk van de partijen erkent één exemplaar te hebben ontvangen.

Last update: 26-01-2004 dot Top


vzw Welzijnsconsortium Zuid-West-Vlaanderen


Bloemistenstraat2b
8500 Kortrijk
www.drk.be/welzijnsconsortium

Tel:+3256249915
Fax:+3256249913
Email:welzijnsconsortium@skynet.be

 
Responsibility in the DP: Co-ordination of experimental activities
Design of the project
DP managing organisation
Evaluation
Monitoring, data collection
Transnational partnership
Type of organisation:Other
Legal status:Non-profit private organisation (including NGO...)
Size:Staff < 10
NUTS code:
Date of joining / leaving:17-08-2001 /

Contact person(s)

Name First name Phone E-mail Responsibility
Dejonckheere Johan +3256249916 dejonckheere.johan@skynet.be coordinator Equal-project

Last update: 26-01-2004 dot Top


Lokale Werkwinkel Beernem-Oostkamp-Zedelgem


Fonteinstraat 30
8020 Oostkamp

Tel:+3250252591
Fax:
Email:werkwinkel.boz@skynet.be

 
Responsibility in the DP:
Type of organisation:Other
Legal status:Semi-public organisation
Size:Staff < 10
NUTS code:
Date of joining / leaving:17-08-2001 /

Contact person(s)

Name First name Phone E-mail Responsibility
Beernaert Carl +3250252591 werkwinkel.boz@skynet.be coordinator Lokale Werkwinkel

Last update: 26-01-2004 dot Top


Lokale Werkwinkel Brugge


Korte Winkel 18
8000 Brugge
www.werkwinkelbrugge.be

Tel:+3250440480
Fax:
Email:brugge@werkwinkel.be

 
Responsibility in the DP:
Type of organisation:Other
Legal status:Semi-public organisation
Size:Staff < 10
NUTS code:
Date of joining / leaving:17-08-2001 /

Contact person(s)

Name First name Phone E-mail Responsibility
Maes Nikie +3250440497 NMAES2@werkwinkel.be coordinator Dienstenwerkgelegenheid

Last update: 26-01-2004 dot Top


Pedagogisch Instituut J.L Vivès vzw


Cordoeanierstraat 13
8000 Brugge
www.vives-vzw.org

Tel:+3250340670
Fax:
Email:vives@vives-vzw.org

 
Responsibility in the DP:
Type of organisation:Other
Legal status:Non-profit private organisation (including NGO...)
Size:Staff < 10
NUTS code:
Date of joining / leaving:17-08-2001 /

Contact person(s)

Name First name Phone E-mail Responsibility
Vandenbussche Marcel +3250340670 vives@vives-vzw.org directeur

Last update: 26-01-2004 dot Top


vzw BIK


Schardauw5
8520 Kuurne

Tel:+3256716175
Fax:
Email:vzwbik@hotmail.com

 
Responsibility in the DP:
Type of organisation:Social economy enterprise
Legal status:Non-profit private organisation (including NGO...)
Size:Staff < 10
NUTS code:
Date of joining / leaving:15-03-2001 /

Contact person(s)

Name First name Phone E-mail Responsibility
Catteeuw Evelyne +3256716175 vzwbik@hotmail.com coordinator

Last update: 26-01-2004 dot Top


vzw BOM - Buurtopbouw Menen


Kazernestraat 7-11
8930 Menen

Tel:+3256528080
Fax:
Email:wonen.werken.menen@online.be

 
Responsibility in the DP:
Type of organisation:Social economy enterprise
Legal status:Non-profit private organisation (including NGO...)
Size:Staff < 10
NUTS code:
Date of joining / leaving:17-08-2001 /

Contact person(s)

Name First name Phone E-mail Responsibility
Cardoen Marc +3256528088 marc.cardoen@veerkracht4.be coordinator

Last update: 26-01-2004 dot Top


vzw Hefboom


Vooruitgangstraat 333 bus 5
1030 Brussel
www.hefboom.be

Tel:+3222040410
Fax:+3222010400
Email:advies@hefboom.be

 
Responsibility in the DP:
Type of organisation:Social economy enterprise
Legal status:Non-profit private organisation (including NGO...)
Size:Staff < 10
NUTS code:
Date of joining / leaving:17-08-2001 /

Contact person(s)

Name First name Phone E-mail Responsibility
Planckaert Els +3222010410 els.planckaert@hefboom.be projectadviseur

Last update: 26-01-2004 dot Top



 
 
 
 

 
 
 
 

 
 
 
 
Warning! This section is not meant to be read directly, but rather be navigated through from the main page above.
 
 
 
 

Regie Buurt-en Nabijheidsdiensten

Rationale

Text available in

De idee om het project 'Regie Nabijheidsdiensten' te ontwikkelen is gegroeid vanuit volgende vaststellingen: - Een groep mensen blijft langdurig werkloos (structurele werkloosheid) niettegenstaande het ruime aanbod aan opleidings-en werkervaringsinitiatieven. Uit onderzoek blijkt dat de grootste risicogroepen laaggeschoolden (veelal vrouwen), mensen van buitenlandse origine, oudere werklozen en bestaansminimumtrekkers zijn . - Uit gesprekken met deze mensen blijkt dat zij toch wensen actief te zijn op de arbeidsmarkt (cfr. participatief onderzoek Kuurne, Harelbeke, Kortrijk, Menen). Voorwaarde is echter dat het werk door hen als zinvol wordt ervaren en dat zij de job kunnen combineren met de werkzaamheden in het gezin. - In heel wat buurten zijn er noden en behoeften die momenteel niet worden ingevuld (vb. zwerfvuil, klusjes, kinderopvang, ontmoeting...). - De lokale besturen krijgen in het kader van de lokale werkwinkels de opdracht om op te treden als 'regisseur' voor het luik 'dienstenwerkgelegenheid'. Dit houdt concreet in dat de lokale overheden op lokaal vlak diensten zullen moeten ontwikkelen die inspelen op een maatschappelijke of individuele behoefte waar momenteel nog geen dienstverlening is rond uitgebouwd (vb. renovatie van oude gebouwen, taken in het milieu, kinderopvang, thuiszorgactiviteiten...). Deze diensten worden de zogenaamde 'nabijheidsdiensten' genoemd, waarvan buurtdiensten een specifieke vorm zijn. De nabijheidsdiensten moeten vooral nieuwe werkgelegenheid creëren voor risicogroepen op de arbeidsmarkt. De jobs moeten zowel rekening houden met de eigen mogelijkheden en beperktheden van de doelgroep als de nodige kwaliteit binnen de diensten garanderen. Op een aantal plaatsen in Vlaanderen wordt momenteel reeds geëxperimenteerd met het concept 'buurtdiensten'. Buurtdiensten zijn een specifieke vorm van nabijheidsdiensten waarbij de diensten met en voor de buurt worden opgezet en vanuit de doelstelling van buurt-of wijkontwikkeling vertrekken. Buurtdiensten zijn kwaliteitsvolle en toegankelijke diensten (inspelend op individuele of collectieve behoeften) in achtergestelde buurten die er de leefbaarheid, de levenskwaliteit van de buurtbewoners en de sociale cohesie bevorderen door sociale wijkontwikkeling te koppelen aan duurzame tewerkstelling met opleiding op maat, voor mensen die geen toegang hebben tot de reguliere arbeidsmarkt of tot het reguliere opleidings-en werkervaringsaanbod. Probleemstelling: De achillespees van deze buurtdiensten is vooral gelegen in het economische luik van de projecten, m.a.w. het managen van de diensten waarbij de sociale en participatieve benadering van deze diensten optimaal gecombineerd wordt met het economisch beheer. Dit vraagt echter specialistenwerk en vereist een grootschalige organisatie waar gekwalificeerd personeel op een soepele en onbureaucratische wijze de noodzakelijke regisserende taken moet kunnen uitvoeren. Het is geenszins evident dat elke Vlaamse gemeente dergelijk geschoold personeel in huis heeft of zal halen. Intergemeentelijke samenwerking dringt zich dan ook op. Daarenboven noopt de vereiste soepelheid en snelheid van werken tot een institutionele verzelfstandiging van de structuur die de regierol m.b.t. dienstenwerkgelegenheid op zich neemt (vb. in een vzw-vorm).

dot Top


Objective

Text available in

De doelstelling van het project 'Regie Nabijheidsdiensten' is om via een regionale en institutioneel zelfstandige structuur een gespecialiseerde ondersteuningscel te ontwikkelen die ten dienste staat van initiatiefnemers/actoren die op lokaal vlak nabijheidsdiensten wensen uit te bouwen. De kracht van het project is gelegen in de integratie van de sociale component en de managementscomponent binnen één model. Het finale doel is te komen tot nabijheidsdiensten die voldoen aan volgende kwalitatieve criteria: 1. Ontwikkelen van maatwerk voor doelgroepwerknemers - Maatwerk: de job houdt maximaal rekening met de gezinssituatie, gezondheidssituatie, leeftijd, mobiliteitsmogelijkheden e.a. drempels van de werknemers - positieve inzet van menselijke reserves en kapitaal, directe betrokkenheid van de werknemers tijdens alle fasen van het project - vorming en duurzame begeleiding op maat ter ondersteuning van deze arbeidsvorm en doelgroep - de tewerkstelling moet (zoveel mogelijk) een daadwerkelijke inkomensverhoging tot gevolg hebben en blijvende arbeid opleveren (duurzaamheid) 2. Ontwikkelen van kwalitatieve diensten aan personen, gezinnen en de gemeenschap - diensten vertrekken uit duidelijk omschreven vraag binnen een welomschreven gebied (buurt, wijk, dorp, bedrijf...) - diensten met kwaliteitswaarborgen (vb. de mix van het personeel is belangrijk voor de kwaliteit en de duurzaamheid van de dienst) - aanvullend tegenover het aanwezige aanbod van vrijwilligers en bestaande diensten - initiatiefnemers schrijven zich in binnen sectorale of lokale afspraken (bvb. binnen netwerk voor thuiszorg, lokale beleidsplannen...) - diensten zijn toegankelijk aan marktconforme prijzen, met sociale correcties voor mensen met een laag inkomen Specifiek voor de buurtdiensten kunnen nog volgende kwaliteitscriteria toegevoegd worden: 3. het versterken van de sociale cohesie - diensten die de fysieke leefbaarheid van de buurt verbeteren of de levenskwaliteit van de bewoners verhogen - de buurtbewoners/klanten geven mee vorm aan het product (via verschillende participatiemethodes) - de participatie van de werknemers staat centraal bij de projectontwikkeling en projectuitvoering - de werknemers wonen bij voorkeur in de buurt De Regie Nabijheidsdiensten zal volgende subdoelstellingen realiseren: 1. managementsondersteuning aan initiatiefnemers binnen de dienstenwerkgelegenheid -haalbaarheidsonderzoek: vraagbehoeften detecteren, toetsen op economische haalbaarheid -opstellen ondernemingsplan: rechtsvorm, de nodige investeringen, financiering, promotie, personeelsbeleid, prijszetting -Human Resources Management: omschrijven van de noodzakelijke competenties van de doelgroepwerknemers; ontwikkelen van geïndividualiseerde kwalificatietrajecten met het oog op het ontwikkelen van de noodzakelijke competenties en kwaliteitsvolle diensten -boekhoudkundige ondersteuning -inbedden van participatief ondernemen met doelgroepwerknemers als permanent instrument binnen de dienst 2. ontwikkelen van een solidariteitsfonds en een arbeidsfonds -ontwikkelen van een 'solidariteitsfonds', d.i. een 'middelenkorf' waar nabijheidsdiensten/buurtdiensten bedoeld voor bewoners met lage inkomens die onvoldoende solvabel zijn kunnen putten uit de winst van nabijheidsdiensten die gericht zijn op klanten die wel voldoende solvabel zijn (vb. bedrijven, modale en hogere inkomens...). -ontwikkelen van een experimenteel 'arbeidsfonds', d.i. een fonds waar bepaalde lokale subsidiestromen worden gebundeld om op die manier de beschikbare middelen om te zetten in arbeidscontracten in het kader van de dienstenwerkgelegenheid. 3. afspraken met sectoren -gecoördineerd gesprek met de sectoren waarbinnen de nabijheidsdiensten werkzaam zijn (thuiszorg, kinderopvang...)

dot Top



Logo EQUAL

Home page
DP Search
TCA Search
Help
Set Language Order
Statistics