Waar gaat het om?

Gebarentalen zijn een belangrijk aspect van de Europese taaldiversiteit. Zij zijn op het gebied van grammatica, syntaxis, structuur en woordenschat even rijk als gesproken talen. Vrijwel iedere gesproken taal in de Europese Unie heeft een eigen gebarentaal.

Er zijn geen betrouwbare cijfers over,

maar naar schatting gebruikt 1 op de 100 mensen gebarentaal als eerste taal, dat komt neer op ongeveer 500 000 mensen in de hele EU. Anderen, bijvoorbeeld familie en vrienden van doven en slechthorenden, gebruiken het als tweede of derde taal.

Waarom is dit nodig?

De Commissie wil ervoor zorgen dat doven en slechthorenden goed geïntegreerd zijn in de Europese samenleving, dus dat zij

  • gebarentaal kunnen gebruiken als officieel communicatiemiddel in hun eigen land
  • onderwijs kunnen volgen
  • kunnen werken

Wat is er al gedaan?

Om doven en slechthorenden in staat te stellen om in de taal van hun keuze te leren en te werken, stimuleert de Commissie samen met het Europees Parlement gebarentalen en maatregelen om deze talen erkend te krijgen.

Enkele voorbeelden:

  • Dicta-Sign, een door de EU gefinancierd onderzoekproject van 3 jaar om onlinecommunicatie toegankelijker te maken voor dove gebruikers van gebarentaal
  • Sign-Speak, een initiatief om de communicatie tussen gebruikers van gebarentaal en horenden te verbeteren via technologie die gebarentaal omzet in spraak.

Wat zijn de volgende stappen?

De Commissie blijft maatregelen voor de integratie van doven en slechthorenden in de maatschappij bevorderen door samen te werken met dovenorganisaties en via het programma Erasumus+.

 

Verder lezen