De rol van de EU

De EU-landen bepalen zelf hoe zij het onderwijs inrichten. Op grond van het subsidiariteitsbeginsel beperkt de Europese Commissie zich ertoe om samen met de lidstaten en belanghebbenden gemeenschappelijke doelstellingen te formuleren en hun daarbij te steunen, bijvoorbeeld door de uitwisseling van goede praktijken te bevorderen. Wat taalonderwijs betreft, tracht de Commissie vooral de inspanningen van de nationale regeringen af te stemmen op de doelstellingen van de taalstrategie.

Waarom is dat nodig?

Vreemde talen zijn onmisbaar om in een ander EU-land te gaan wonen, werken of studeren. En dat zorgt voor nieuwe banen en groei, waardoor de werkloosheid omlaag en de levensstandaard omhoog gaat.

Het is ook belangrijk dat de taal die iemand spreekt de deelname aan de samenleving niet in de weg staat. Taalminderheden moeten dus geïnventariseerd, vertegenwoordigd en bij samenleving betrokken worden.

Wat is er al gedaan?

Binnen het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding 2020 (ET 2020) heeft de Commissie achtereenvolgens in twee taalwerkgroepen samengewerkt met de EU-landen. De eerste werkgroep richtte zich op de verbetering van meertalige communicatievaardigheden voor de arbeidsmarkt.

De tweede werkgroep hield zich bezig met talen binnen het onderwijs en de opleiding. Zij heeft een vergelijkende analyse gemaakt van het taalonderwijs in de EU-landen en verslag uitgebracht over methodes om de efficiëntie van het taalonderwijs te verbeteren.

De Commissie steunt deze doelstellingen ook via Erasmus+. Bovendien publiceert zij relevante informatie, goede werkmethodes en hulpmiddelen voor taaldocenten via de School Education Gateway.

Wat zijn de volgende stappen?

De Commissie en de EU-landen zullen de strategie voor verbetering van het taalonderwijs in de EU gezamenlijk ten uitvoer leggen. Dit betekent dat zij blijven samenwerken binnen de ET 2020-werkgroepen en dat zij de meest recente verslagen over taalonderwijs en taalverscheidenheid op scholen zullen verspreiden en de herziening van het kader van kerncompetenties zullen doorvoeren.

Andere beleidsprioriteiten zijn:

  • Verbetering van de relevantie en vergelijkbaarheid van tests en evaluaties
  • Een grotere inclusiviteit van scholen door erkenning van migrantentalen
  • Ondersteuning en ontwikkeling van de vaardigheden van taaldocenten en de talenkennis van andere leerkrachten
  • Efficiënter onderwijs door het aanbieden van vakken in een vreemde taal (CLIL)
  • Computerondersteunde taalles (CALL) en de ontwikkeling van meertalige open leermiddelen
  • Inpassing van het vreemdetalenonderwijs in algemene vaardigheidsstrategieën zoals de Europese Ruimte voor vaardigheden en kwalificaties en het initiatief "Naar een opener onderwijs"