Erkenning van buitenlandse studie-ervaring

In mei 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd voor een aanbeveling van de Raad over de bevordering van automatische wederzijdse erkenning van diploma's hoger onderwijs en hoger secundair onderwijs en de resultaten van leerperioden in het buitenland. De aanbeveling moet garanderen dat de leerervaring die een student, stagiair of leerling in het buitenland heeft opgedaan, bijvoorbeeld om een diploma te behalen of in het kader van een officiële uitwisseling, automatisch wordt erkend met het oog op een vervolgopleiding. Het verbeteren van de erkenningsprocedures is belangrijk om in 2025 een Europese onderwijsruimte te realiseren die onze Europese identiteit benadrukt, en dat vraagt om "een Europa waar leren, studeren en onderzoek doen niet door grenzen worden belemmerd".

Studeren in het buitenland brengt vaardigheden en ervaringen bij die cruciaal zijn voor een actieve deelname aan de samenleving en de arbeidsmarkt. Dit bleek bij de recente tussentijdse evaluatie van het Erasmus+-programma, waaruit naar voren kwam dat zo'n ervaring een positieve invloed heeft op het zelfvertrouwen, de onafhankelijkheid, het sociaal kapitaal en de overgang naar werk. Onderwijs en de arbeidsmarkt globaliseren en daarom is het noodzakelijk dat studenten alle leerkansen in de EU zo goed mogelijk benutten. 

Uit een raadpleging van stakeholders eerder dit jaar bleek dat er een breed draagvlak bestaat voor EU-maatregelen op dit gebied. Respondenten bevestigden dat de erkenning vaak traag verloopt en afhankelijk is van de goede wil van afzonderlijke instellingen. Bovendien ontbreekt het aan transparantie. Vooral op secundair niveau kan de erkenning van zowel diploma's uit het hoger secundair onderwijs als de resultaten van leerperioden in het buitenland sterk variëren van land tot land. Jongeren die in het secundair onderwijs een langere periode in het buitenland willen gaan studeren, of in een ander EU-land hoger onderwijs willen gaan volgen, hebben vaak te weinig informatie en zekerheid over de erkenning van hun diploma's en competenties. 

Voorstel voor een aanbeveling van de Raad

In de voorgestelde aanbeveling van de Raad worden de lidstaten opgeroepen om zich te verbinden tot maatregelen om de automatische erkenning tegen 2025 in te voeren. Dat moet samengaan met acties om het wederzijds vertrouwen in de nationale onderwijsstelsels te vergroten en de EU-landen te helpen elkaars diploma's te erkennen om leren in het buitenland makkelijker te maken.

Voor het hoger onderwijs bouwt de aanbeveling voort op de resultaten van andere fora, met name het Bologna-proces en de Erkenningsovereenkomst van Lissabon, en van multilaterale akkoorden tussen diverse EU-landen, zoals het Beneluxbesluit over de automatische erkenning van kwalificaties in het hoger onderwijs uit januari 2018. Ook promoot de aanbeveling het gebruik van bestaande tools zoals Europass, het Europees kwalificatiekader, het Europees studiepuntensysteem voor beroepsonderwijs en -opleiding enz.

Voor het middelbaar onderwijs mikt de aanbeveling op een vlottere erkenning van diploma's van het hoger middelbaar onderwijs die toegang geven tot hoger onderwijs, en van het beroepsonderwijs. Bovendien moeten de resultaten van een leerperiode in het buitenland worden meegerekend bij inschrijvingen voor vervolgopleidingen.