Alles over geld

Geld is niet altijd uit geldautomaten in banken gekomen. Geld heeft een lange geschiedenis die duizenden jaren geleden begon. Naarmate onze maatschappij zich ontwikkelde, evolueerde ook onze behoefte aan meer verfijnde vormen van geld, zoals hieronder wordt beschreven.

Wat is geld?

De geschiedenis van geld toont ons dat het een ruilmiddel is voor het drijven van handel. Het kan als ruilmiddel gebruikt worden omdat het een duidelijke waarde heeft waar iedereen vertrouwen in stelt.

Geld is ook een waardemiddel voor de toekomst. Zo kunnen we bijvoorbeeld geld sparen om in de toekomst iets duurs te kopen.

Geld is ten slotte ook een rekeneenheid. Het kan gemakkelijk geteld worden en maakt het mogelijk een duidelijke waarde aan goederen te geven.

Hoe zit het met bankbiljetten?

Tot niet eens zo heel lang geleden bestond geld uitsluitend uit munten. De reden hiervoor was dat munten een bepaald gewicht van een metaal, zoals goud of zilver, bevatten en daardoor een bekende waarde hadden. Deze vorm van geld is bekend als 'muntgeld' en de waarde ervan wordt gegarandeerd door het kostbare metaal dat erin verwerkt zit.

Naarmate er meer en meer handel kwam, ontstond er een grotere behoefte aan geld als ruilmiddel. Daarom begonnen banken en overheden bankbiljetten uit te geven.
Bankbiljetten bevatten niet de waarde die ze vertegenwoordigen.
In plaats daarvan garandeert de uitgever van een bankbiljet de waarde ervan. Deze vorm van geld is bekend als 'fiatgeld'.

De geschiedenis van geld

Ruilhandel



TIJDREIZIGER
Je bent in het stenen tijdperk terechtgekomen! Reis door gevaarlijke tijden en verzamel de juiste munten om terug te komen in het heden.

Vele duizenden jaren geleden leefden onze Europese voorouders als jagers en landbouwers.


Een stenen bijl uit
het stenen tijdperk
Metalen waren nog niet ontdekt, dus ze gebruikten stenen werktuigen voor de jacht en de landbouw. Deze periode staat bekend als het stenen tijdperk. De mannen en vrouwen uit het stenen tijdperk hadden geen bankbiljetten en munten zoals wij die nu gebruiken. In plaats daarvan ruilden zij goederen met elkaar: een jager kon bijvoorbeeld dierenhuiden ruilen voor graan bij een boer, of een visser kon decoratieve zeeschelpen ruilen voor een gepolijste stenen bijl bij een jager. Deze uitwisseling wordt ruilhandel genoemd. Een belangrijk kenmerk van ruilhandel is dat de goederen die geruild worden een zekere waarde hebben.


Een ruilmiddel

Toen onze voorouders leerden hoe ze metalen konden maken, werd de ruilhandel gemakkelijker.


Zilverklompje

Dit was omdat metalen, zoals goud, zilver, tin en ijzer voor iedereen waardevol waren. Zo kon een boer zijn vee omruilen voor een bepaald gewicht in zilver, en later wat van dit zilver gebruiken om zijn belastingen mee te betalen. Op deze manier werden waardevolle metalen en andere voorwerpen een 'waardemaatstaf', een 'ruilmiddel' en een middel om 'waarde te bewaren' tot het moment dat deze nodig was.


De eerste munten

De eerste munten werden ongeveer 2600 jaar geleden in Klein-Azië vervaardigd.

Een oude Griekse munt

De oude Grieken namen dit nieuwe idee snel over en begonnen met het produceren van zilveren en bronzen munten, zoals de zilveren drachme. Deze oude munten bevatten een bepaald gewicht van een metaal dat een bepaalde waarde had. Om dit gewicht te garanderen, werden de munten bedrukt met een stempel van de koning, de stad of het land dat de munten uitgaf.

Munten waren handig omdat ze geteld konden worden in plaats van ze te moeten wegen. Omdat deze nieuwe munten een vertrouwd en efficiënt 'ruilmiddel' waren, hebben ze in grote mate bijgedragen tot het uitbouwen van de handel in de oude wereld.

De eerste Europese munteenheden

Om de waarde van munten te garanderen, zagen koningen en overheden nauwlettend toe op de productie ervan.


Een denarius waarop
Juno Moneta wordt afgebeeld

In het oude Rome werden de munten geproduceerd in de tempel van Juno Moneta, en dat is ook waar het woord 'munt' vandaan komt.

Later, toen het Romeinse Rijk verder uitbreidde, werden er andere munten geopend en werden dezelfde Romeinse munten overal in Europa als ruilmiddel aanvaard, van de Britse Eilanden tot Turkije: de eerste pan-Europese munteenheid.



Toen het Romeinse Rijk later uiteenviel en de landen van Europa vorm begonnen te krijgen, behield elk land de controle over zijn eigen muntstelsel.



Romeinse tempel
De vele verschillende munten en munteenheden die voor de euro bestonden, waren erfenissen van deze Europese naties. Deze munten waren vaak genoemd naar meeteenheden, zoals de Italiaanse lire en de Finse mark, omdat de munten oorspronkelijk een vaste hoeveelheid goud en zilver bevatten.

Het probleem met vele munteenheden is dat de wisselkoersen tussen de munteenheden, afhankelijk van het succes van de individuele economieën, sterk kunnen verschillen. Dit maakt de handel tussen landen risicovol en schrikt af.

Eenheidsmunten door de geschiedenis

Voor de komst van de euro werden in Europa al monetaire unies met eenheidsmunten uitgeprobeerd.

De Latijnse Monetaire Unie verenigde Frankrijk, België, Zwitserland, Griekenland en Bulgarije in 1867 met gouden en zilveren munten, en in 1875 werd een Scandinavische Monetaire Unie opgericht. Een van de redenen voor het falen van deze unies was dat de prijs van goud verschilde ten opzichte van die van zilver, waardoor de munteenheden gedestabiliseerd werden.


Oud Duits bankbiljet van 100 Reichsmark
Een monetaire unie die meer succes had, was die van de Duitse Federatie. In 1834 werd een douane-unie gecreëerd en er werden wisselkoersen voor valuta vastgelegd.

Vervolgens kwam er een eenheidsmunt, de Reichsmark, voorloper van de Duitse mark. De Duitse monetaire unie was deels een succes omdat er duidelijke regels bestonden over de productie van de munten.


Munteenheden in Europa in de 20e eeuw

Voor de introductie van de euro beschikten de meeste Europese landen over hun eigen munten en bankbiljetten, hun eigen munteenheid.


Voor reizen en handel was het nodig geld om te wisselen bij elke grens die je overstak. In Duitsland betaalde je in Duitse marken, en als je Duitsland verliet en naar Frankrijk reisde, moest je je Duitse marken omwisselen in Franse franken, enzovoorts.

De namen van de vroegere Europese munteenheden gaven vaak iets prijs over hun oorsprong: