Kruimelpad

Economische aspecten van het ontwikkelingsbeleid van de EU

De EU is de belangrijkste donor van ontwikkelingshulp ter wereld en heeft zich voorgenomen die nog op te drijven. Maar hulp alleen zal niet volstaan om de armoede duurzaam terug te dringen. Er moet een beleid worden gevoerd dat met tekortkomingen bij bestuur en handel afrekent, geografische problemen overwint en de kansen die de globalisering biedt, zo goed mogelijk benut.

Als belangrijkste donor van ontwikkelingshulp uit overheidsmiddelen (ODA = Official Development Aid) leidt de EU het debat over de financiering voor ontwikkeling. De EU heeft zich voorgenomen tegen 2015 de ODA op te trekken tot 0,7% van het bruto nationaal inkomen (BNI). Er werden ook twee tussentijdse doelstellingen afgesproken: 0,39% in 2006 en 0,56% in 2010. In 2006 kon de EU het recordbedrag van bijna 48 miljard euro vrijmaken, maar er zijn grote verschillen tussen de landen (zie grafiek). Het meest dragen de negen lidstaten bij, die de doelstelling van 0,7% al hebben bereikt of hebben beslist deze vóór 2015 te bereiken. De tien lidstaten die in 2004 zijn toegetreden, hebben hun in het begin erg lage ODA al verdubbeld en zo laten zien dat zij ook hun steentje willen bijdragen.


Ontwikkelingshulp uit overheidsmiddelen in % van het BNI, 2006

Source: OECD/DAC and European Commissio


De voorbije jaren hebben de EU-landen een aantal nieuwe financieringsbronnen aangeboord om de financiering van de ontwikkelingshulp veilig te stellen. Frankrijk en het VK besteden de opbrengst van een taks op luchtvaarttickets (samen jaarlijks ruim 200 miljoen euro) aan de Internationale Faciliteit voor de aankoop van geneesmiddelen (International Drug Purchasing Facility, UNITAID). Het VK, Frankrijk, Italië, Spanje en Zweden hebben, samen met Noorwegen, op de kapitaalmarkten al 1 miljard USD opgehaald voor de internationale financieringsfaciliteit voor immunisering (International Finance Facility for Immunisation, IFFIm). Het VK en Italië (samen met Canada, Noorwegen, Rusland en de Bill & Melinda Gates Foundation) hebben zich voorgenomen de eerste vroegtijdige marktverbintenis (Advance Market Commitment, AMC) aan te gaan om de ontwikkeling van een pneumokokkenvaccin voor ontwikkelingslanden te versnellen.


Schuldenverlichting

De EU en haar lidstaten doen mee aan het initiatief om de zware schuldenlast van arme landen te verlichten. Het is de bedoeling de schuldenlast van deze landen op een aanvaardbaar niveau te brengen, op voorwaarde dat hun beleid voldoet, want aanpassingen en hervormingen mogen niet teniet gedaan worden door een hoge schuldenlast en de afbetaling daarvan. Dit initiatief liep af in 2006, maar de landen die er toen voor in aanmerking kwamen, kunnen nog steeds van de regeling profiteren. DE EU droeg 1,6 miljard euro bij. De EU-landen droegen ook bij tot het multilateraal schuldenlastverlichtingsinitiatief (Multilateral Debt Relief Initiative, MDR) om de schulden van daarvoor in aanmerking komende landen aan de Wereldbank, het IMF en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank volledig kwijt te schelden.


Globalisering en ontwikkeling

De ontwikkelingslanden hebben niet allemaal evenveel van de globalisering geprofiteerd. Het aandeel van Azië en Latijns-Amerika in de wereldhandel en de kapitaalstromen is sinds 1980 drastisch gestegen, maar dat van Afrika ten zuiden van de Sahara is gedaald. De tarifaire belemmeringen in ontwikkelingslanden zijn verdwenen, maar er zijn nog heel wat andere obstakels overgebleven. De directe buitenlandse investeringen blijven beperkt tot enkele grote groeimarkten in Oost-Azië en Latijns-Amerika. Veel ontwikkelingslanden betrekken middelen uit overschrijvingen van landgenoten in het buitenland en van ontwikkelingshulp, en er wordt minder geld uitgegeven aan de afbetaling van schulden. Er zijn ook steeds meer geldstromen tussen ontwikkelingslanden onderling.


Ondersteuning van de handel

Uit de recensies in de jaargang 2005 van het tijdschrift European Economy blijkt dat globalisering meestal samengaat met hogere groei, maar ook dat handel een noodzakelijke maar niet de enige voorwaarde is voor groei en ontwikkeling. Ook economisch en sociaal beleid, instellingen, de geografische situatie en openbare en particuliere investeringen bepalen mee of een land voluit kan profiteren van handelsmogelijkheden. Daarom wil de EU ervoor zorgen dat landen waaraan zij steun verleent, goede ontwikkelingsplannen hebben en hun instellingen en bestuurssystemen verbeteren. Zonder enige betutteling helpen deskundigen in alle diensten van de Commissie en de delegaties landen en regio's om de EU-steun goed te besteden.

Extra tools

  • Printbare versie 
  • Tekst kleiner 
  • Tekst groter